11 juli: “de bezetting van het fort” of heropbouw vanuit de bevolking?

Ondanks electorale monsterscores van de burgerlijke Vlaams-nationale partijen, heeft de Vlaamse ontvoogdingsstrijd zelden een vergelijkbare periode van achteruitgang meegemaakt zoals nu. We kunnen het geen stilstand meer noemen, het is achteruitgang. Bart De Wever, premier van de meest belgicistische regering sinds vele decennia, oordeelt dat de dominantie van zijn partij over de Belgische instellingen uiteindelijk een Vlaamse politieke macht weergeeft. “Bezetting van het fort” wordt dit genoemd, en moet doorgaan als de verovering van België door het burgerlijke, partijpolitieke Vlaams-nationalisme dat via het “veroveren en bezetten” van het Belgisch fort vereenzelvigd wordt met een conservatief-liberaal beleid. Diegenen die dit sociaal, economisch en democratisch (willen) verhinderen, worden “buitengeduwd”.  

In de politieke praxis zien we echter slechts één iets: oplapwerk én dus ook versterking van de Belgische staat, 19de eeuws construct van en voor het -ondertussen vooral in buitenlandse holdings ondergebrachte- grootkapitaal. Het staat op voorhand vast dat deze noodlottige politiek faliekant afloopt voor het Vlaams autonomiestreven omdat dit beleid volledig inspeelt op de wensen en belangen van de meest belgicistische krachten in dit land. De MR is daar als regeringspartner a.h.w. de tastbare partijpolitieke vertegenwoordiging van.

De uitgebreide maar ook peperdure versterking van het Belgisch leger illustreert de rampzalige toestand van de “fortbezetting” treffend. N-VA in het algemeen en de Belgische minister van oorlog Theo Francken in het bijzonder, jubelt bij de gedachte dat we “eindelijk weer weerbaar zijn – België is back on track”! Eerder al schreven we met de Zannekinbond dat het Belgisch leger nog steeds als primaire taak het beschermen van de Belgische staat en haar belangen heeft, en dat deze taak ook onlosmakelijk verbonden is met de internationale verbintenissen en opdrachten die dit leger aangaat. We stellen vast dat velen in de burgerlijke Vlaamse Beweging dit ofwel niet weten/beseffen, ofwel ontkennen. Il faut le faire. Wie dat natuurlijk wel maar al te goed weet is de ganse schare reactionaire en liberale belgicisten in de politiek en de staatsinstellingen, met op kop MR-voorzitter Bouchez.

Belgisch oorlogsminister Francken pleitte in navolging van de NAVO als volleerde hielenlikker van de Amerikanen dat we naar 5% uitgaven van het BBP voor defensie moeten. Dit werd berekend als ongeveer 6000 euro verlies per jaar voor elk Vlaams en Waals gezin! Geen zinnig mens die weet hoe dit militarisme in overeenstemming kan zijn met de historische politieke opdracht die de Vlaamse Beweging erfde van de Vlaamse frontsoldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Het opdrijven van bewapening in handen van een leger dat deel uitmaakt van imperialistisch bondgenootschap zal de anti-imperialistische ‘Nooit meer oorlog’-boodschap niet bepaald geloofwaardig overbrengen.

Op 20 juni jongstleden organiseerde het Belgisch leger een publieke bijeenkomst, vergezeld van een zestigtal vertegenwoordigers uit de industrie met het oog op het “mobiliseren van de ganse samenleving” rond wat het leger in navolging van het imperialistisch NAVO-bondgenootschap omschrijft als de nieuwe uitdagingen inzake veiligheid. Niets minder dan een mooi verpakte militarisering van de samenleving die perfect kadert in de sinds jaren oprukkende technofascistische controlemaatschappij. De verantwoordelijke Belgische kolonel sprak van het aansturen op “een samenleving die paraat, bewust en betrokken is. Het gaat niet om een louter militair plan, maar om een maatschappelijk project, zowel civiel als militair”. De facto komt dit ook (maar niet uitsluitend) neer op wat in het Engels omschreven wordt als een “rally around the flag”. De Belgische welteverstaan… Om dit doel te bereiken is ook een verregaande uniformisering van en controle over infrastructuren en beslissingscentra noodzakelijk. Er wordt actief aangestuurd op partnerschap met private kapitaalsbelangen en op een mentaliteitswijziging in de publieke opinie ten gunste van Belgische “weerbaarheid” in een Belgische unitaire geest. Rechtse militaristen binnen de burgerlijke Vlaamse beweging voelen zich daartoe aangetrokken, wat de zwakte van hun Vlaams patriotisme illustreert. De militarisering die vanuit de Transatlantische belangengemeenschap actief nagestreefd wordt, betekent onvermijdelijk een versterking van de Belgische staat en haar structuren maar ook de beïnvloeding van de publieke opinie in die richting. Dit kan nooit de bedoeling zijn of de instemming krijgen van politieke krachten die fundamentele politieke en staatkundige verandering nastreven! 

De burgerlijke communautaire hervormingspolitiek die we al decennia kennen en van België onder andere een (behoorlijk complexe) federale staat maakte, heeft als politique politicienne de Vlaamse en Waalse werkende klasse vrijwel volledig vervreemd van de strijd voor ontvoogding tegen de Belgische staat. Terwijl men bijvoorbeeld de Belgische monarchie niet in vraag stelt, klinkt de roep tot het opdoeken van de “geldverslindende” deelstaten en hun regeringen steeds luider. De bevolking merkt geen enkel verschil tussen Belgisch federaal of Vlaams deelstatelijk beleid. De vlag verandert, de inhoud blijft dezelfde. Zo is er de hoerastemming omtrent de Vlaamse deelstaatregering die zich tot hoofdaandeelhouder inkoopt in de luchthaven van Zaventem, een Belgisch nationaal symbool. De Parti Socialiste mag als relict van de oude Belgische politiek daar nog wel tegen fulmineren, de belgicisten met macht zwijgen wijselijk. Omdat men weet dat dit in de praktijk geen tastbare verandering zal brengen en men ondertussen dat Belgisch symbool als “een goede huisvader” zal beheren. In niets blijkt het officiële Vlaanderen beterschap en hoop te brengen voor de gewone man. Integendeel, het is gangmaker van nog meer neoliberaal reformisme in het belang van kosmopolitische machtselites die belang hebben bij het voortbestaan van België. Het doel van de “bezetters van het Belgisch fort” is een goede beheerploeg te vormen in dienst van een orde met mondiale pretenties, onderworpen aan regels die werden vastgelegd door westerse supranationale instellingen met een gigantisch democratisch deficit.

Wat is het alternatief?

De kaping door donkerblauwe neoliberalen die nu “het Belgisch fort bezetten” enerzijds en de evolutie naar een uiterst-rechtse “identitaire” (lees: islamofobe, neofascistische) stroming anderzijds, hebben het Vlaams autonomiestreven gebracht tot het triestige niveau waar het nu is. De klassieke, op reformisme gerichte Vlaamse beweging is op sterven na dood. Dat is op zich eigenlijk geen slechte zaak! Het biedt de mogelijkheid om in een hedendaagse vorm aan te knopen met de historische wortels van de radicale Vlaamse ontvoogdingsstrijd zoals die uit het puin van de Eerste Wereldoorlog naar voren kwam: strijd voor soevereiniteit (Vlaamse gemeenschapcontrole over eigen nationale kwesties) gekoppeld aan strijd voor een andere maatschappij waarin de sociaaleconomisch zwaksten hoop en uitzicht hebben op betere toekomst. Al in 1917 werd door de radicale Vlaamsgezinden gepleit voor vermogensbelasting, voor progressieve fiscaliteit, voor groene steden, voor landbouwpolitiek ten dienste van de kleine boer, voor hogere lonen en het begin van een stelsel van sociale zekerheid, voor kwalitatief, toegankelijk onderwijs en betere huisvesting,…  Het is vanuit de basis van de werkende klasse, vanuit haar leefwereld en belangen, dat een beweging voor het Vlaams ontvoogdingsstreven ook (her)opgebouwd kan worden. In onze huidige tijd wordt de mens zonder identiteit net door het laatkapitalisme en de erbij horende imperialistische politiek het nieuwe hegemoniale antropologische profiel, in overeenstemming met de norm van onbeperkte uitbuiting, absoluut consumentisme en westerse kapitalistische gelijkschakeling.

Het enig echt werkende middel hiertegen, dat onmogelijk is binnen het Belgisch kader, is het beschikken over nationale soevereiniteit. Enkel soevereiniteit (en dus per definitie anti-imperialisme) biedt de mogelijkheid tot democratisch bestuur, tot gemeenschapscontrole over alles wat de bevolking in haar welzijn aanbelangt. De als Vlaamsgezinden vermomde liberale “bezetters van het fort” zijn daar echter geen voorstander van. Het streven naar sociale zekerheid, sociale rechtvaardigheid, waartoe burgers nu eenmaal democratisch geneigd zijn, mag volgens hen de kapitalistische marktwerking niet verstoren. Het is daarom noodzakelijk de Vlaamse ontvoogdingstrijd te koppelen aan de springlevende klassenstrijd, aan de actuele strijd tegen militarisme en aan het anti-imperialisme. Zij kunnen eigenlijk niet van elkaar gescheiden worden.

De “bezetting van het fort” zoals de huidige strategie van de N-VA kan worden betiteld, is gewoon een nieuwe variant van het sinds vele decennia falende burgerlijke nationalisme dat met haar reformisme en haar dagjespolitiek finaal de levensduur van de Belgische staat, haar monarchie en de macht van haar dominante kapitaalsgroepen verlengt. Enkel door het Vlaamse ontvoogdingsstreven te verbinden met de anti-imperialistische strijd van “onder tegen boven” kan een noodzakelijke basis bij de bevolking ontstaan voor het opdoeken van het in het Atlantisch netwerk verstrengelde reactionaire België.

 Anti-imperialistisch streven naar soevereiniteit betekent de wil om grenzen te stellen waarbij de gemeenschap beslist wie, wat, waar, wanneer en hoeveel die grenzen passeert.

Anti-imperialistisch streven naar soevereiniteit betekent herstel van democratie en het potentieel van een socialistische sturing van de economie in het belang van de sociaaleconomisch zwakkeren mogelijk maken door macht van multinationale kapitaalsgroepen te ontnemen.

Anti-imperialistisch streven naar soevereiniteit betekent vredespolitiek mogelijk maken en het adagium van ‘Nooit-meer-oorlog’ in overeenstemming brengen met het ijveren voor een nieuwe veiligheidsarchitectuur voor Europa. Anti-imperialistisch streven naar soevereiniteit betekent breken met het westers militarisme en het repressieapparaat dat zich onttrekt zich aan de controle van de gemeenschap, breken met het proces waarbij de geweldsfunctie zich supranationaal organiseert en steeds minder nog democratische verantwoording verschuldigd is.