Onze richting: volk en natievorming

We hebben als Zannekinbond de plicht om de Vlaamse ontvoogdingsstrijd op een grondig verschillende fundering te bouwen, in vergelijking met de burgerlijke Vlaamse beweging en haar uiterst-rechtse geestverwanten. Het romantische volksnationale beeld van een (etnisch-identitair bepaalde) ondeelbare volksgemeenschap waarin iedereen dezelfde belangen heeft is een verzinsel, een mythe die ervoor zorgt dat de aanhangers ervan slechts een kleinburgerlijke karikatuur van het idee van nationale revolutie kunnen aanhangen. Nationaal denken moet expliciet losgekoppeld zijn van begrippen als “ras” en “bloedafstamming”. Een natie en haar politieke relevantie in de geglobaliseerde wereld van 21ste eeuw, is daarentegen een historisch-politieke lotsgemeenschap. Niet etnisch, maar ook niet kosmopolitisch: politieke gemeenschap als kader van emancipatie. Het is een product van geschiedenis, strijd, arbeid en staatsvorming. Niet van bloedmythes of andere irrationele, westers-kleinburgerlijke mystiek waarbij racisme al onherroepelijk snel om de hoek komt kijken. Ons nationalisme is socialistisch en staatsvormend (-dragend) en maakt fundamenteel deel uit van anti-imperialisme, geopolitieke onafhankelijkheid in een Europese civilisatiestaat en socialisering van de economie.

“De natie is geen biologisch gegeven, maar een historisch-politieke gemeenschap.”
(Costanzo Preve)

Waar het romantische volksnationalisme en haar uiterst-rechtse identitaire loot de natie ontpolitiseert tot mythe, herpolitiseert het nationaal-revolutionaire denken de natie als instrument van bevrijding en macht. Een politieke strijd legitimeren aan de hand van romantische denkbeelden, getuigt van zwakheid en een kinderlijke naïviteit. Naties worden gevormd door strijd, arbeid en staatsvorming, niet door bloedafstamming. De natie is een politieke gemeenschap die sociale tegenstellingen moet overwinnen, niet naturaliseren. Het nationalisme van het VB en aanverwante organisaties is gebaseerd op mythologische romantiek die de bestaande machtsverhoudingen intact laat, machtsverhoudingen die belang hebben bij het behoud van de Belgische staat. Men keert zich bijvoorbeeld weliswaar tegen de monarchie, maar niet tegen de achterliggende structuren die de monarchie in het leven riepen en ze tot op de dag van vandaag gebruiken. Uiterst rechts blijft het waanbeeld van etnische achtergrond en het belang van biologische afkomst centraal stellen maar los van de ideologische bedenkelijkheid is dit door de feiten volstrekt achterhaald. Het hypothekeert de toekomst van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd door haar sterk exclusief en vaak racistisch karakter: “vreemdelingen” horen er niet bij.

Het Belgische systeem van gedeelde bevoegdheden, sterke bedrijfsbelangen en uitgebreide lobbypraktijken leidt tot continuïteit in fiscale en economische regelgeving omdat gevestigde belangen resistent zijn tegen radicale verandering. Het leidt ook tot verbindingen tussen bedrijfsleven en burgerlijke politieke spelers, wat belangrijk is voor toegang tot besluitvorming. Bedrijfsfederaties en sectorverenigingen streven naar regulering die voorspelbaar en gunstig is voor investeringen en ondernemerschap, wat neerkomt op behoud van bestaande structuren in plaats van radicale institutionele en economische veranderingen. Lobby-firma’s vertegenwoordigen vaak de belangen van de grootste spelers in de private economie, en hun invloed zit hem juist in het beïnvloeden zonder publiek debat, wat vaak als een eerlijke manifestatie van het ‘status-quo’ in politiek-economische beslissingen gezien wordt. Sterke aanwezigheid van corporate lobbyisten in Brussel die collectief meer middelen hebben dan veel maatschappelijke groepen, versterkt het staatkundig status-quo en liberaal incrementalistisch beleid.

Voor ons is de klassenstrijd een fundamenteel middel voor de (her-)opbouw van de Vlaamse natie. Het is bedoeld om het nieuwe kaderwerk te creëren dat de natie als zodanig in staat zal stellen om haar eigen culturele en politieke vruchtbaarheid uit te bouwen. Er is een reëel antagonisme tussen enerzijds productieve arbeid en anderzijds renteniers, grootkapitaal, erfbezit. De “volksgemeenschap”-retoriek bij uiterst-rechts dient vooral om werknemers te pacificeren en ondernemers te ontzien. Een volksgemeenschap kan pas bestaan nadat de klassentegenstellingen zijn opgelost — niet door ze te ontkennen of ze weg te zingen en te dansen, maar door ze te breken. Het idee van het internationalisme kadert hierbij in de sympathie, de solidariteit en actieve steun aan de strijdbewegingen in het buitenland die er dezelfde revolutionaire, antikapitalistische en anti-imperialistische visie voor nationale soevereiniteit en sociale omwenteling op na houden.

“Kosmopolitisme is vaak niets anders dan het wereldbeeld van mensen die zich de luxe kunnen permitteren maar nergens thuis horen.”
(Jean-Claude Michéa)

De werkende klasse politiek aan zijn kant willen krijgen zonder rekening te houden met hun klassepositie, zoals uiterst-rechts in Vlaanderen -vooralsnog behoorlijk succesvol- doet, is niets anders dan politieke speculatie, en bovendien een verkeerde. Het lukt met de nodige demagogie, tot er bestuurlijke keuzes en beslissingen gemaakt moeten worden. We zien dagelijks de praktische houding van de liberale, burgerlijke bestuurselite in België en in Europa. We weten dat deze klasse niet langer in staat is om de Vlaamse, Waalse of andere naties op te bouwen. De volledige mislukking omtrent de regeringsvorming in het Brussels hoofdstedelijk gewest spreekt boekdelen wat het Belgisch systeem betreft. Het is duidelijk dat een natie alleen kan groeien met de opkomst van nieuwe krachten. En daar kunnen mensen en groepen met migratieachtergrond perfect deel van uitmaken. Dit wordt echter tegengewerkt door het klassenegoïsme van de oude klasse, die niet langer in staat is om een missie, een leiderschap in het algemeen belang op zich te nemen. Ook De Wever kan dat niet! N-VA ontpopt zich tot een beheerploeg die restauratiewerken uitvoert aan de Belgische staat en daarbij vasthoudt aan een verouderde economische ideologie en een geopolitieke context van decennia geleden. Zonder klassenstrijd is het “Vlaamse volk” slechts een esthetisch en ritualistisch gegeven, een morele leegte dat dient als propaganda en mobilisatietheater voor elites die volksverbondenheid prediken (“ONZE economie komt in gevaar als we niet besparen”) terwijl ze zelf economisch onaantastbaar blijven. Regeringen in een kapitalistische maatschappij zijn slechts comités van de rijken om de belangen van de kapitalistische klasse te beheren. Uit deze situatie volgt voor ons de noodzaak om deze politieke elite, waar de burgerlijke Vlaamse beweging deel van uitmaakt, te bestrijden. Het belang van de Vlaamse strijd ligt bij de nieuwe klasse! 

 “Zonder nationale soevereiniteit kan er geen volksdemocratie en geen socialistische transformatie bestaan.”
(Samir Amin)