Fact finding mission
In februari 2026 bezocht een internationale delegatie, bestaande uit journalisten, advocaten, academici en activisten de stad Istanboel om er een fact finding mission uit te voeren naar de zwaarbeveiligde gevangenissen in Turkije. Het gaat hierbij om gevangenissen van het zogenaamde S-, R- en Y-type, waar politieke gevangenen onder onmenselijke omstandigheden in totale isolatie worden vastgehouden. Deze gevangenissen worden vooral ingezet om linkse politieke activisten vast te houden. Specifiek worden hierbij vaak activisten van Halk Cephesi (“Volksfront”) geviseerd. Halk Cephesi is een marxistisch-leninistische beweging die protesten organiseert, aan buurt- en studentenactivisme doet en campagnes rond politieke gevangenen organiseert, en voortbouwt op het voorbeeld van revolutionaire socialistische ideeën en bewegingen die in de jaren 70 in Turkije zijn ontstaan. Ook leden van het links-revolutionaire muziekcollectief Grup Yorum, dat dezelfde ideologische lijn volgt, worden vaak het slachtoffer van dergelijke repressie en detentie. De fact finding mission concentreerde zich met name op de politieke gevangenen van deze twee organisaties.
De delegatie bestond uit waarnemers uit Spanje, Italië, België en Rusland. Organisaties die binnen de delegatie vertegenwoordigd waren, waren de Spaanse communistische partij PCPE, de Russische KPRF, het Franse marxistisch-leninistische tijdschrift Revue Supernova en de Vlaamse denktank Zannekinbond. Hoewel een bezoek aan de gevangenissen door de advocaten van de delegatie zelfs officieel was toegestaan door de Turkse overheid, werd de delegatie reeds na haar eerste afspraak met Turkse advocaten en voormalige gevangenen plots gearresteerd.
De arrestatie verliep uiterst brutaal en de delegatie werd meteen overgebracht naar een detentiecentrum voor illegale migranten, waar de Turkse overheid volgens haar eigen wetten het recht heeft om mensen tot zes maanden lang zonder proces vast te houden – desgevallend met een verlenging tot een jaar. Een aanklacht tegen de delegatie werd echter nooit geformuleerd. Via een snelle procedure werden de afgevaardigden evenwel binnen de 24 uur het land uitgezet, hetgeen vooral gebeurde onder druk van de ruime aandacht die het incident ondertussen kreeg in de internationale pers.
Waarom is de Turkse overheid zo bang voor een kleine, legale, humanitaire missie naar het lot van politieke gevangenen? Deze vraag kan enkel beantwoord worden door te kijken naar de geschiedenis van het Turkse gevangenissysteem en de repressie tegen links, marxistisch-leninistisch geïnspireerd activisme op haar grondgebied.
Politieke repressie in Turkije: een lange voorgeschiedenis
Tijdens de Koude Oorlog koos Turkije de kant van het kapitalistische Westen, tegen de Sovjet-Unie. In 1952 trad het land toe tot de NAVO. Vanaf de jaren 60 groeide het verzet hiertegen en ontstonden marxistisch-leninistische tegenbewegingen onder Turkse linkse studenten, arbeiders en in sommige plattelandsmilieus. In 1965 werd de marxistisch-leninistische studentenbeweging Dev-Genç (Revolutionaire Jeugd) opgericht. Tijdens de jaren 70 radicaliseerde het verzet en gingen een aantal organisaties op het revolutionaire pad. Een van deze organisaties was het THKC-P, een marxistisch-leninistische strijdorganisatie die focuste op de nationale bevrijdingsstrijd en een breed politiek anti-imperialistisch front trachtte te vormen. Onder leiding van de visionaire revolutionair en anti-imperialistische theoreticus Mahir Çayan, die een Anatolische versie van het marxisme-leninisme uitwerkte met fundamentele kritiek op zowel het trotskisme als het revisionisme, groeide de aanhang van deze organisatie. Onder leiding van de studentenleider Deniz Gezmiş werd dan weer het revolutionaire THKO opgericht, dat een front tussen arbeiders, boeren en kleinburgerij voor ogen had in de toenemende klassenstrijd. Beide organisaties namen de wapens op tegen NAVO-troepen en instituten op Turks grondgebied. Deniz Gezmiş werd gearresteerd en ter dood veroordeeld na de ontvoering van enkele Amerikaanse soldaten, en Mahir Çayan kwam om het leven in een vuurgevecht in het dorp Kızıldere na de gijzeling van westers technisch personeel in een NAVO-radiostation, waarmee hij onder andere het leven van Gezmiş en andere revolutionaire terdoodveroordeelden probeerde te redden.
Als reactie op de revolutionaire bedreiging voerde het leger in de loop van de jaren 70 en 80 verschillende militaire coups uit, onder meer in 1971, waarna Dev-Genç verboden werd. Desondanks slaagden deze militaire ingrepen er niet in om het revolutionaire klimaat tegen te houden. In tegendeel, vanaf 1976 groeide de onrust. In 1978 werd Dev Sol (Revolutionair Links) opgericht, dat verder bouwde op het gedachtegoed van Mahir Cayan en het Anatolische pad naar het socialisme verder probeerde uit te bouwen. In datzelfde jaar werd ook de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) opgericht door een groep studenten onder leiding van Abdullah Öcalan. Deze (in oorsprong) marxistisch-leninistische beweging legde de nadruk op de nationale bevrijdingsstrijd van de Koerden in het oosten van Anatolië. Contrarevolutionaire, fascistische bewegingen zoals de Grijze Wolven probeerden ondertussen met intimidatie, straatgeweld en politieke moorden op linkse activisten het tij te keren.

In 1980 voerde de reactionaire generaal Kenan Evrem samen met een “Nationale Veiligheidsraad”, bestaande uit andere hooggeplaatste officieren, een nieuwe militaire coup uit om het programma van het IMF en de Wereldbank alsnog te kunnen uitvoeren. Het parlement werd buitenspel gezet, de Grondwet nietig verklaard en alle politieke partijen en vakbonden werden ontbonden. De Koerdische taal werd in Turkije verboden. Meteen werd een bijzonder harde repressie tegen de linkse oppositie ingezet. In de eerste maanden na de coup werden meer dan 30.000 mensen opgesloten als politieke gevangenen. Zeer berucht was bijvoorbeeld de militaire gevangenis van Diyarbakır, een gevangenis van het zogenaamde D- en E-type. Hier werden politieke gevangenen onderworpen aan systematische folteringen. Tussen 1981 en 1984 stierven hier alleen al 34 mensen. In totaal kwamen zeker meer dan honderd gevangenen om het leven door foltering in de gevangenis.
In 1982 werd een nieuwe grondwet ingevoerd en in 1983 werd de regering van Turgut Özal verkozen, die een economisch liberaliseringsprogramma doorvoerde. De geleidelijke uitfasering van het militaire regime leidde niet tot het verdwijnen van de politieke repressie, maar markeerde de overgang van een militaire massarepressie naar een permanente veiligheidsstaat. Deze permanente veiligheidsstaat werd in de 21ste eeuw verdergezet en aangescherpt onder het nieuwe regime van de nationaal-conservatieve en neoliberale AKP-partij, waarvan Turkse president Recep Tayyip Erdoğan vandaag de dag het bekendste gezicht is.
F-type gevangenissen
In 2000 voerde Turkije een grote hervorming door in haar gevangenissysteem. Hierbij werden de gevangenissen van het zogenaamde F-type geïntroduceerd. Turkije wilde af van het bestaande gevangenissysteem met grote slaapzalen, waarbij het volgens het regime de politieke gevangenen te gemakkelijk werd gemaakt om revolutionaire activiteiten voort te zetten en gevangenisopstanden te organiseren.
De gevangenissen van het F-type probeerden het contact tussen de gevangenen te beperken door hen op te sluiten in kleine individuele cellen met strikte controle van beweging, bezoek en communicatie. Deze plannen leidden tot massaal verzet in de gevangenissen en honderden politieke gevangenen gingen in verweer door middel van hongerstaking.
Als reactie voerde de Turkse staat tussen 19 en 22 december 2000 een militaire operatie uit in 48 gevangenissen (Operatie “Terugkeer naar het Leven”of Hayata Dönüş Operasyonu), waarbij 10.000 soldaten en gendarmes werden ingezet. Minstens 31 gevangenen kwamen hierbij om het leven. Honderden anderen raakten gewond of werden verminkt, onder meer door de inzet van chemische middelen. Meer dan duizend gevangenen werden uiteindelijk overgebracht naar gevangenissen van het F-type.
SYR-type gevangenissen
Na de mislukte staatsgreep van 2016 en de onrust in Koerdistan in datzelfde jaar (o.m. in de stad Cizre) verscherpte de overheid haar detentieaanpak nog aanzienlijk. In die context werden nieuwe types detentie-instellingen ingevoerd: de zogenoemde S-, Y- en R-gevangenissen. De S-inrichtingen (Sıkı Güvenlikli) gelden als faciliteiten met maximale beveiliging, bestemd voor gevangenen die door de staat als bijzonder risicovol of bedreigend worden beschouwd. De Y-gevangenissen (Yüksek Güvenlikli) vallen eveneens onder het regime van zware beveiliging, al zou het interne regime er formeel iets minder strikt zijn dan in de S-instellingen.
De R-gevangenissen – waarbij de letter verwijst naar “Rutin” of “Rehabilitasyon” – zijn officieel bedoeld voor gedetineerden met medische noden. In de praktijk worden ook daar mensen onder uiterst harde en mensonwaardige omstandigheden vastgehouden. Door hun constructie en regime worden deze hoogbeveiligde complexen soms omschreven als “vergeetputten”: gevangenen verblijven in zeer kleine, geïsoleerde, ondergrondse cellen met minimale toegang tot daglicht en frisse lucht. De cellen zijn 4 x 4 m groot en de gevangenen blijven hier 22,5 uur per dag. Anderhalf uur per dag hebben zij recht op buitenlucht en contact met een minimaal aantal andere gevangenen op een kleine binnenplaats.
Internationaal verzet
Maar net zoals de Turkse repressie zich al decennialang doorzet en zelfs intensiveert, blijft ook de traditie van het verzet hiertegen intact. Regelmatig komen politieke gevangenen tegen de onmenselijke omstandigheden in de vergeetputgevangenissen in verzet door middel van hongerstaking, soms met de bereidheid om hierbij tot het uiterste te gaan. Hongerstakers worden soms nog slechter behandeld; medische zorg wordt geweigerd, bepaalde suikers en zelfs essentiële vitamines zoals B1 worden onthouden. Hiertegen worden internationale solidariteitscampagnes opgezet, waarbij activisten over de hele wereld in solidariteit met de gevangenen voor een dag of voor langere periodes in hongerstaking gaan.
De Turkse overheid wordt onder morele druk gezet door campagnes op sociale media, door gevangenissen en overheden te contacteren en door ervoor te zorgen dat de gevangenen in de isolatiecellen niet door de wereld worden vergeten. Sinds het voorjaar van 2025 is hiervoor het internationale solidariteitsplatform International Solidarity for Political Prisoners (IS4PP) in het leven geroepen.

De fact finding mission van de buitenlandse waarnemers kaderde in deze campagne van informatieverwerving. De harde reactie van de Turkse staat op deze missie toont aan hoe bang zij is dat deze informatie naar buiten komt. Maar met de grote media-aandacht die het voorval wereldwijd heeft gekregen, lijkt zij zichzelf vooral in de voet te hebben geschoten.
Wie meer informatie wil over de campagnes rond revolutionaire politieke gevangenen, in Turkije en daarbuiten, kan deze vinden op: https://is4pp.org/


































