Zowat de belangrijkste evolutie van de laatste decennia is ongetwijfeld de globalisering met daarin inbegrepen de toenemende internationalisering van het industrieel productieproces en de financiële stromen. De economische, politieke en sociale gevolgen hiervan hebben er mee voor gezorgd dat nationale burgerijen verdwenen om op te gaan in een multinationale oligarchie. De heerschappij van deze nieuwe klasse wordt uitgeoefend via supranationale en niet democratisch gecontroleerde instellingen (EU, Navo, WTO en IMF,…), in plaats van via de structuren van de natiestaat, die nu als hinderlijk voor de expansie van het industrieel-financieel kapitalisme worden ervaren. De nationale burgerijen zijn dus gedenationaliseerd, de rijke elites hebben geen vaderland meer. Hun particuliere klassenbelangen vallen niet meer samen met het nationaal belang (= de belangen van de brede bevolkingslagen) en zijn er zelfs tegengesteld aan. Per definitie kan deze nieuwe supranationale kapitalistische klasse niet hegemonisch zijn. Ook en vooral in België heeft deze trend zich voorgedaan. Een aanzienlijk deel van de Belgische burgerij is opgegaan in het multinationaal kapitalisme en is sterk verbonden met de netwerken van de westerse machtselites en hun imperialistische politiek. Haar belangen zijn niet meer Belgisch. Toch verdedigt zij nog steeds het voortbestaan van de Belgische staat, omdat zij via haar traditionele verwevenheid met het Belgisch establishment de staatsstructuren gebruikt om haar belangen op het supranationale vlak te verdedigen. Dit, en niet “de luie Walen die willen blijven profiteren van de sociale zekerheid”, is de belangrijkste reden waarom België blijft bestaan. Dit beantwoordt bijvoorbeeld ook aan de gewijzigde rol van het Belgisch leger dat nu veel meer internationaal opereert. Toch blijft deze elite, vaak van Vlaamse afkomst, geografisch, sociaal en emotioneel aan het oude establishment en haar Belgische staat gebonden. Een schoolvoorbeeld daarvan is Marc Coucke die zich meermaals in de media uitliet als belgicist en diverse van zijn projecten in belgicistische zin stuurt.
In deze verdediging van België tegen politieke en maatschappelijke krachten die het status quo kunnen bedreigen, worden zij bijgestaan door hun vroegere Belgische klassegenoten, die ondanks hun vergane economische glorie, nog steeds deel uitmaken van het establishment. Van zodra nieuwe elites in Vlaanderen of Wallonië ontstaan, worden zijn vanaf een bepaald niveau gerecupereerd door dat establishment. Er bestaat binnen België een complex, uitgebreid gamma aan mogelijkheden tot recuperatie, met beloning en bestraffing / pesterijen, waarin onder andere de monarchie een belangrijke rol speelt. Het moet zo langzamerhand ook voor de gematigde, burgerlijke Vlaamsgezinden duidelijk zijn dat de strategie voor het Vlaams ontvoogdingsstreven via het verwerven van macht binnen België gedoemd is tot mislukken. Wijlen André Vlerick, op handen gedragen binnen het burgerlijke Vlaams-nationalisme, probeerde ooit Vlaamse jongeren via scholing in bedrijfskunde en het aanscherpen van professionaliteit in management tot een gemeenschapsgetrouwe economische bovenlaag te vormen. Zijn project is gestrand in de scholing van laissez-faire economie en recuperatie van afgestudeerden in belgicisme, kosmopolitisme en westerse MBA-tisering.
Welke les kan men hieruit trekken? Na een eerste periode van taal- en cultuurflamingantisme en een tweede periode van burgerlijk nationalisme gericht op hervormingen (federalisme) en machtsverwerving binnen het Belgisch kader, is het tijd voor een derde periode waarin het Vlaams ontvoogdingsstreven zich ontdoet van elk burgerlijk karakter, het falen hiervan erkent en overgaat tot het aansluiten bij fundamentele systeemkritiek in een anti-imperialistische koers. Lenin indachtig, moet hierbij werk gemaakt worden van een gedegen revolutionair theoretisch corpus dat als noodzakelijke basis dient voor een revolutionaire beweging die naam waardig. België is daarin op te vatten als een schadelijk construct van het 19de eeuws imperialisme en financieel kapitalisme, dat moet verdwijnen. Onder het kapitalisme is geen enkel regeringssysteem een onafhankelijke autoriteit. De macht wordt uitgeoefend door de burgerlijke elite en de regels van het marktfundamentalisme zijn samen met de kapitalistische staat het machtsinstrument bij uitstek waaraan alle instellingen ondergeschikt zijn. Het establishment ziet het volk als “kiezers” en beschouwt verkiezingen, referenda en in het algemeen de stembus als de hoogste vorm van strijd en democratie, er komt echter nooit fundamentele verandering uit voort. De Vlaamse ontvoogdingsstrijd hier nog willen aan koppelen is contrarevolutionair en gedoemd tot mislukken. Echte revolutionairen zullen nooit een proces van sociale en politieke hervormingen accepteren dat het kapitalisme en de bijhorende machtspositie van het establishment in stand houdt.

































