Onderhavig artikel is het tweede deel van een bijdrage over Ruslands politieke evolutie onder Poetin. Het eerste deel kan men hier terugvinden.
Breuk met het Westen
Gedurende de eerste termijnen van zijn regeerperiode zocht Poetin verdere toenadering en integratie met het Westen, maar nu met Rusland als serieus te nemen partner. Dat dit de nodige frustraties opleverde bleek uit de speech van Poetin op de Veiligheidsconferentie van München in februari 2007, waarin hij voor het eerst openlijk de unipolaire wereldorde begon te bekritiseren. In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, vormde dit niét het radicale breekpunt waarop Rusland de multipolaire wereldorde aankondigde. Vladimir Poetin gaf aan nog steeds te willen functioneren binnen een “rules-based order” en bekritiseerde juist de Verenigde Staten om zich niet aan het internationaal recht te houden. Vooral de verdere uitbreiding van de NAVO en het rakkettenschild dat werd opgebouwd in Oost-Europa onder de mom van een war on terror zat de Russen dwars: een teken aan de wand dat het Westen gewoon verder ging met haar omsingelingsstrategie van Rusland nu duidelijk was geworden dat het land -in tegenstelling tot de eerdere verwachtingen- niet vanzelf ging imploderen en balkaniseren.
De echte breuk kwam er na de mondiale financieel-economische crisis van 2008, de kortstondige oorlog in Georgië (Zuid-Ossetië) en vooral de Maidan-opstand in Oekraïne in 2013. Vanaf dat moment leek het Russische regime zich erbij neer te leggen dat integratie in Europa, de westerse wereldorde en de neoliberale economie feitelijk onmogelijk was geworden. In Moskou groeide de overtuiging dat het Westen niet zou stoppen voordat Rusland als serieuze speler van het wereldtoneel was gedrukt. Die vrees had echter weinig te maken met het negentiende-eeuwse machtspolitieke schema van Halford Mackinder, waarin het Hartland simpelweg een te beheersen territorium was. Ze sloot eerder aan bij de logica uit de Koude Oorlog: het idee dat dit Hartland opnieuw het geografische zwaartepunt van het socialisme zou kunnen worden, en dus een bron van revolutionaire ideeën en logistieke steun aan anti-imperialistische bewegingen in het Globale Zuiden (vroeger: de Derde Wereld).

In deze nieuwe realiteit had het Kremlin behoefte aan een nieuwe geopolitieke doctrine, die verder ging dan een sterke(re) Russische staat die door de “Westerse partners” (opnieuw) serieus zou worden genomen. Als geopolitieke doctrine kwam het eurazisme opzetten, een oude geopolitieke doctrine die in de jaren 20 was ontstaan onder Russische Witte emigranten in Centraal- en West-Europa. Hoewel dit concept door haar ideologen vaak met verstrekkende culturele en mystieke elementen werd (en wordt) ingevuld, ging het hierbij voor de politieke cirkels rond Poetin in eerste instantie om een zuiver pragmatisch en economisch gegeven, losjes geïnspireerd op dat van de Europese Unie. De Euraziatische Economische Unie werd officieel opgericht op 1 januari 2015.
De basis daarvoor werd gelegd met het Verdrag inzake de Euraziatische Economische Unie, ondertekend op 29 mei 2014 door Rusland, Kazachstan en Wit-Rusland. Later sloten Armenië en Kirgizië zich aan. Hiernaast schoof het Kremlin echter ook ideologisch op in de richting van traditionalistische Russische denkkaders die al lang onder de oppervlakte leefden. Reactionaire denkers als Ivan Iljin en Nikolaj Berdjajev boden Poetin een conservatieve rechtvaardiging van een sterke, moreel geordende staat, terwijl het fysisch-deterministische concept van een eigen Euraziatische beschavingsruimte van de hand van de excentrieke Sovjethistoricus Lev Goemiljov kon helpen verklaren waarom Rusland zijn omgeving als natuurlijke invloedssfeer beschouwt. Tegelijk herwon de klassieke Russische machtspolitiek haar centrale plaats: multipolariteit, territoriale buffers en regionale controle. Binnen die context ontstond de Euraziatische Economische Unie, niet als expansief project maar als defensieve consolidatie van wat Moskou als zijn historische ruimte zag, nu het Westen volgens Poetin toch geen gelijkwaardige samenwerking zou toestaan.
De Speciale Militaire Operatie
Het is in die hoedanigheid dat Moskou eind februari 2022 aan de “Speciale Militaire Operatie” in Oekraïne begon, met als doel een beslissende denazificatie en demilitarisering van het land. Nadat duidelijk werd dat Zelensky, die werd verkozen op basis van een programma dat een breuk vormde met het ultranationalisme van zijn voorganger Poroshenko en vrede met Rusland had beloofd, volledig gerecupereerd werd door de pro-Westerse oligarchie (voor wie economische integratie met de EU de belofte van grote winsten inhield), neofascistische etno-nationalistische drukkingsgroepen en op westerse leest (en financiering) geschoeide liberale NGO’s, werden ook linkse oppositiepartijen en media de kop in gedrukt.
Reeds in 2015 werden beide communistische partijen in het land door de rechtbank verboden en werd het Sovjeterfgoed geleidelijk aan uit het straatbeeld verwijderd. Maar in februari 2021 werden de nieuwskanalen 112 Ukraine, NewsOne en ZIK, eigendom van de pro-Russische zakenman Viktor Medvedtsjoek, uit de ether gehaald. De reden was de groeiende populariteit van het linkse Oppositie Platform van diezelfde Medvedtsjoek (de officieuze opvolger van de Partij van de Regio’s). In de loop van 2022 zouden uiteindelijk niet minder dan twaalf linkse oppositiepartijen verboden. Aldus was duidelijk geworden dat Oekraïne verder zou worden uitgebouwd tot een “alternatief Rusland”, en niet enkel een louter geopolitiek en strategisch gelegen “anti-Rusland”. De bedoeling was hierbij namelijk ook om aan te tonen dat de tweede grootste Sovjetrepubliek -net als Rusland een etnisch heterogene natie met Oost-Slavische leidcultuur – haar “grotere broer” kon overvleugelen in economisch en cultureel opzicht door het mondiale neoliberalisme voluit te omarmen. Dit in tegenstelling tot het staatskapitalistische Rusland, dat in de eerste plaats de belangen van de eigen nationale elites bleef nastreven met enige sociale correcties voor de werkende klasse. De resultaten waren echter povertjes te noemen: Oekraïne was aan het eind van het vorige decennium het armste land van Europa en de levensstandaard lag er vele malen lager dan in Rusland of Wit-Rusland.
De Speciale Militaire Operatie was zeer tegen de zin van een groot deel van de Russische oligarchie, die haar financieel-economische belangen sterk beschadigd zag door deze radicale zet van Vladimir Poetin. Sancties op banken, oliemaatschappijen, luxe-goederen en persoonlijke tegoeden leidden tot een miljardenverlies voor deze elites, die regelmatig te hun toevlucht zochten in hun luxe-resorts aan de Franse Cote d’Azur of Toscane, waar ze nu ineens niet meer zo welkom waren. Het feit dat de Russische staat in 2014 geen onvoorwaardelijke militaire steun had gegeven aan de socialistische en patriottische rebellen in de Donbass – juist op het moment dat het Oekraïense leger van het Maidan-regime te zwak was om serieuze weerstand te bieden en een snelle opmars van enkele weken tot in Lvov binnen handbereik leek te liggen – lag vooral aan de belangen van de oligarchen, die ervoor zorgden dat men op de rem trapte. Rusland was niet klaar voor een vloedgolf aan westerse sancties, luidde het toen. Toen in het voorjaar van 2022 echter duidelijk werd dat een snelle regimewissel in Kiev niet haalbaar was, koos Poetin er niettemin voor om de oorlog tot het uiterste door te voeren, zij het dan wel op een op middellange termijn duurzame manier door het geleidelijk uitbouwen van een Keynesiaanse oorlogseconomie. Met het oog daarop werd de opmars naar Kiev gestaakt en zou het Russische leger een aantal veroverde gebieden in het najaar van 2022 opnieuw prijsgeven.
De grote ontkoppeling
Niet minder dan 18 Europese sanctiepakketten en 1500 afzonderlijke Amerikaanse sancties later is de Russische economie nagenoeg volledig ontkoppeld van de westerse. Het SWIFT-betalingssysteem is vervangen door het Russische Mir-alternatief. Energie-exporten naar Europa werden structureel gedwarsboomd (met het opblazen van de Nordstream als meest sprekende voorbeeld) waardoor een overschakeling op Aziatische markten heeft plaatsgevonden, met China, het Midden-Oosten en Afrika als voornaamste afnemers. In 2022 stelden Europese politici, waaronder Ursula von der Leyen, dat de Russische economie zonder westerse hoogtechnologische producten op instorten stond, en dat Russische militairen in de SMO‑zones zelfs wasmachines zouden stelen om aan essentiële componenten te raken voor elektronica, precisie-instrumenten en de vliegtuig- en defensie-industrie. Anno 2025 is duidelijk dat dit een van de vele fantasieverhalen, bedoeld waren om het thuispubliek ertoe te motiveren de financiering van de Europese aan het Zelensky-regime voor te zetten. Het Westerse gat is in werkelijkheid ondertussen opgevuld door binnenlandse productie en import uit China, Iran en Noord-Korea. Russische alternatieven en Chinese merken en producten hebben de verdwenen Westerse logo’s in de winkelstraten van Moskou en Sint-Petersburg vervangen, en genieten inmiddels een brede populariteit onder de Russische bevolking.

Zo is de Russische economie enerzijds autonomer geworden, maar anderzijds steeds meer afgestemd op die van staten zoals China en Noord-Korea, waar het socialisme het einde van de Koude Oorlog heeft overleefd, en landen uit het mondiale Zuiden, zoals Iran. De macht van de oligarchen, die volgens de Britse Rusland-expert Mark Galeotti “na Poetin” een politieke en geestelijke omwenteling zouden kunnen teweegbrengen vanwege hun hang naar westerse luxe en cultuur, is als sneeuw voor de zon verdwenen. In hun plaats is een meer Spartaanse en striktere elite van siloviki gekomen, waarvan de eigenzinnige, tegendraadse en uiteindelijk in ongenade gevallen “militaire ondernemer” Jevgeni Prigozjin misschien wel het schoolvoorbeeld vormt. Het zou zonder twijfel veel te ver leiden om een pragmatische (en kapitalistische) figuur als Prigozjin als een soort van “utopische socialist” te beschouwen, maar de (links)populistische golf die hij via zijn mediakanalen teweeg bracht werd wel degelijk gevoed door een hang naar meer sociale rechtvaardigheid, minder nepotisme en corruptie en grotere staatsefficiëntie bij het grootste deel van de Russische bevolking. Tijdens de uiteindelijk mislukte “mars op Moskou” werden de Wagnercolonnes in Rostov onthaald als patriottische helden die Rusland van haar corrupte elites gingen bevrijden, zonder daarbij evenwel het bestaande systeem omver te willen werpen.
Tegelijk groeit in Rusland de bewondering voor China, dat als communistische beschavingsstaat en grootmacht steeds nadrukkelijker aan de horizon verschijnt. Voor veel Russen bewandelde China het pad dat Rusland na (of beter gezegd: in de plaats van) Gorbatsjovs perestrojka had moeten bewandelen. Prominente mediafiguren en politici, zoals buitenlandminister Sergej Lavrov en RT-hoofdredacteur Margarita Simonjan hebben reeds meermaals hun bewondering voor het Chinese systeem van het socialisme geuit. Marxistische theoretici zoals Said Gafurov en Nikolaj Platosjkin hebben gepleit voor een integratie van elementen van het Chinese systeem in een “socialisme met Russische karakteristieken”. Maar de belangrijkste impuls komt wellicht van onderuit, vanuit de werkende klasse, het gewone Russische volk. In een peiling uit 2020 van het liberale Levada gaf niet minder dan 75% van de Russen aan dat de Sovjettijd de “grootste tijd” in de geschiedenis van hun land was. Gezien de ideologische vertekening die inherent is aan het peilingsbureau, mogen er dus vanuit gaan dat het werkelijke aandeel nog een stuk hoger ligt.
Rusland op de terugweg naar het socialisme?
De hamvraag is nu of Rusland, zoals kameraad Rainer Shea het heeft gesteld in meerdere van zijn opiniestukken, terug op weg naar het socialisme? Rainer Shea meent die positief te mogen beantwoorden. De Speciale Militaire Operatie heeft de kapitalistische, pro-Westerse oligarchie buitenspel gezet en Poetins buitenlandse politiek geniet al sinds 2014 een grote populistische steun onder de werkende klasse. Het is die werkende klasse die de ruggengraat vormt van de Speciale Militaire Operatie en aldus de Russische elites tot een objectief anti-imperialisme dwingt. Hoewel de drijfveren van de Russische elite absoluut niet socialistisch of anti-imperialistisch zijn en ook geen terugkeer naar de Sovjet-Unie beogen – de populaire beeldvorming in de media ten spijt-, zorgen ze er wel voor dat het Westerse imperialisme en de financiële belangen van Wall Street de facto worden ingedamd en een multipolaire wereldorde als strategisch alternatief voor de Pax Americana effectief binnen handbereik komt. Daar komt nog eens bovenop dat Poetins regering niet eeuwigdurend is, terwijl de meerderheid van de “middenpartij” Verenigd Rusland wel grotendeels voortdrijft op zijn persoonlijke charisma. De grootste oppositiepartij is de KPRF, wiens reële stemmenaandeel volgens sommige analisten tot 30% zou kunnen oplopen. Toenemende Sovjetnostalgie, niet in de laatste plaats onder de generaties die de Sovjet-Unie zelf nooit hebben meegemaakt maar op zoek zijn naar een alternatief voor de kapitalistische uitbuiting, de rehabilitatie van Stalin (meer dan 200 nieuwe monumenten, waaronder een prestigieus monument aan het metrostation van Taganskaya in Moskou) en de toenemende uitwisseling tussen Chinese en Russische universiteiten lijken dan ook de voorbode te vormen van een belangrijk ideologisch omslagpunt in de nabije toekomst.

Hoewel de Russische jeugd na decennia van post-Sovjet kapitalisme nog steeds in belangrijke mate is gedepolitiseerd, is de aanhang van Leninistische Communistische Jeugdliga van de Russische Federatie ondertussen aangegroeid tot zo’n 70 000 leden. Nadat Sovjet-jeugdorganisaties, zoals de legendarische Pioniers, weer vanuit de basis werden opgericht keurde de Russische overheid in 2022 een plan goed om deze organisatie ook weer officieel opnieuw op te richten. In 2025 volgde dan weer een voorstel om de oude Komsomol-scholen nieuw leven in te blazen. Dit loopt parallel met een aantal andere initiatieven die een meer Russisch-patriottische inslag hebben maar die grotendeels voortbouwen op instituten die hun wortels hebben in de oude Sovjet-Unie.
Dit lijkt niet meteen wijzen op een revolutionaire omslag, maar eerder op een geleidelijke terugkeer naar het oude systeem, dat in de jaren 90 ten onrechte opzij werd gezet. De neoliberale schoktherapie slaagde er niet in om een aantal van de basisstructuren van de Sovjetstaat te ontmantelen, deels als gevolg van de interventies van Poetin in het eerste decennium van de 21ste eeuw: economische planning (wat Rusland sterk heeft geholpen om over te schakelen op een Keynesiaanse oorlogseconomie en de golf van Westerse sancties te doorstaan), sociale bescherming, publiek eigendom en staatssoevereiniteit, ingebed binnen een internationalisch georiënteerde, anti-imperialistische traditie. Als de huidige evoluties zich doorzetten zou men Rusland dan ook kunnen beschouwen als een regeneratieve arbeidersstaat, waarin Poetin uiteindelijk vooral een rol als overgangsfiguur heeft gespeeld.
Anti-imperialisme en internationale solidariteit
Tegelijk stimuleert deze nieuwe systemische evolutie in Rusland de werkende klasse en onderdrukte volkeren wereldwijd, die in samenhang met andere prominent in het nieuws komende belangrijke conflicten, zoals de oorlog in Palestina, de ware aard van het Westers imperialisme steeds meer beginnen te doorzien. Dit zet ook de nodige processen in gang in andere landen, eerst en vooral in het Globale Zuiden – zoals in Afrika waar het koloniale project “Françafrique” sinds het begin van de Speciale Militaire Operatie zo goed als volledig is ingestort.
Maar ook binnen de kern van de imperialistische wereld, in Europa en Noord-Amerika, rijpen de geesten. In Vlaanderen herinnert ons dit vooral aan de rol die kleine naties -ook in Europa- altijd hebben gespeeld als dam tegen het imperialisme van de grote Westerse landen en haar elites. De Frontbeweging, die tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstond uit de rangen van misnoegde Vlaamse soldaten, ijverde voor een wereld waarin de grootmachten van het Westen geen imperialistische en koloniale oorlogen meer zouden kunnen voeren ten koste van de werkende klasse. Het is vandaag de dag dan ook aan diezelfde Vlaamse werkende klasse om deze pacifistische gedachte nieuw leven in te blazen, tegen de oorlogsretoriek en sociale afbraak van de neoliberale, rechtse en burgerlijke elites in, en niet te vallen voor de valse retoriek van een “imperialistisch Rusland” dat er zogezegd op uit zou zijn om “gans Europa te veroveren”. Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat diezelfde werkende klasse niet opnieuw opgeofferd wordt in een zinloze oorlog, die in enkel het belang van de financiële elites dient. En alleen zo kunnen we ook bij ons de nodige sociale omwentelingen tot stand brengen, die een verdere afbraak van sociale rechten, pensioenen, ziekenzorg en openbare voorzieningen een halt toeroepen. Dit alles is allerminst “pro Poetin”. Het is een kwestie van internationale solidariteit van de werkende klasse wereldwijd.

































