Belgische systeemcrisis : de Brusselse impasse

Sinds hun verkiezingsshow van 9 juni 2024 kon het Belgisch burgerlijk regime geen nieuwe volwaardige Brusselse deelstaatregering vormen. Deze maand, december 2025, is het Brussels hoofdstedelijk gewest officieel het record uit België gepasseerd voor de langste periode zonder regering. De oorzaak ligt — zoals eerdere crisisperioden — in het ingewikkelde institutionele en communautaire bestel van Brussel. Partijbelangen en tegenstellingen binnen de burgerlijke systeempartijen (met name tussen diverse Nederlandstalige en Franstalige partijen) zijn te groot om tot een akkoord te komen. Tot de belangrijkste gevolgen behoren de onmogelijkheid voor het Brussels gewest om een normale begroting opstellen: uitgaven, investeringen, subsidies en infrastructuur- of onderhoudswerken liggen grotendeels stil of worden uitgesteld. Sociale, culturele en openbare projecten — die vaak van afhankelijk zijn van regionaal beleid — dreigen vast te lopen. Deze impasse toont duidelijk aan dat het huidige institutionele model niet alleen theoretisch problemen kent (complexiteit, taalgroepen, communautaire splitsing), maar in de praktijk ook kan leiden tot langdurige bestuurlijke verlamming. Het is een bewijs dat het systeem “niet werkt” — dat het zich niet leent tot stabiel bestuur, laat staan tot sociale of democratische transformatie. We herhalen dat het federalisme in België werd ingevoerd om de Belgische staat in stand te houden en de machtselite in haar leidende positie te versterken, daarin destijds gesteund door de grote burgerlijke fractie van het Vlaams-nationalisme en bepaalde groepen in de Waalse sociaaldemocratie en het aanverwante Waals syndicalisme. We kunnen op voorhand al stellen dat een nieuwe systeemregering geen daadwerkelijke oplossing voor de gigantische bestuurlijke en groeiende maatschappelijke problematiek in Brussel zal brengen, het wordt wéér een tijdelijk beheer(s)clubje tot de volgende crisis.

Hedendaags Brussel: een cocktail van armoede, sociale deprivatie en geweld achter de façade van een progressief-liberale elite

“Zonder vernietiging kan geen opbouw plaatsvinden; zonder het oude te breken, kan het nieuwe niet worden gevestigd.” (Mao Zedong)

Baudelaire had gelijk, het hedendaagse Brussel is slechts een karikatuur van beschaving. De bestuurlijke verlamming gaat gepaard met ernstige financiële tekorten en gigantische maatschappelijke problemen. Naar schatting een kwart tot zelfs een derde van de Brusselse bevolking leeft op of onder de armoedegrens. Gewelddadige bendes die voortkomen uit de onbeheersbaar geworden drughandel nemen her en der de controle over het publiek domein over. Ondertussen is de meerderheid van de Vlaamse bevolking vervreemd van haar eigen hoofdstad. Een politiek systeem dat niet deugt, kan noch hoeft hervormd te worden, het moet vernietigd worden! Het moet verdwijnen en wat in de plaats komt, moet voldoen aan een aantal principes die fundamenteel breken met het bestaande: een nieuwe institutionele structuur, een gecentraliseerd stedelijk bestuur waarbij de 19 gemeenten worden samengevoegd in één “Volksstad Brussel”. Eén Stadsraad, gekozen via proportionele vertegenwoordiging en met garanties op Nederlandstalige vertegenwoordiging (bijv. taalpariteit) én klassenvertegenwoordiging. Nederlands en Frans blijven de officiële talen met tweetaligheid + verplichte tweetalige dienstverlening die desnoods onder harde dwang tot stand wordt gebracht.

 Integratie van anderstalige Brusselaars via publieke taalprogramma’s, niet via uitsluiting. Op dit vlak is de Catalaanse beweging een voorbeeld, men slaagt erin om in een grootstad als Barcelona het nationaal politiek project te versterken: men positioneert zich nadrukkelijk als een volksnationalisme dat ontstaat uit een historisch gegroeide, culturele en politieke gemeenschap die zich vormt door een op systeemkritiek gebouwde wil, strijd en solidariteit. Het Catalaans als taal functioneert als sociale hefboom, niet als barrière. De Catalaanse beweging wordt geassocieerd met strijd voor sociale rechten en sociale mobiliteit, niet met etnische scheiding. Dit staat diametraal tegenover het uiterst rechtse Vlaams-nationalisme dat zelf de kansen op de re-integratie van de Vlaamse hoofdstad in Vlaanderen op het terrein mee hypothekeert. Naast een Stadsraad is er de installatie van een Volksraad die volledig uit de werkende klasse wordt samengesteld en die een aantal sectoren vertegenwoordigt: vervoer, onderwijs, zorg, logistiek, haven, energie, distributie, diensten, horeca, cultuur, enz. De Volksraad controleert het stadsbestuur en heeft vetorecht op bepaalde sociaaleconomische beslissingen. Brussel krijgt autonomie, maar als een modern condominium met een gedeelde soevereiniteit door een onafhankelijk Vlaanderen en een onafhankelijk Wallonië. Vlaanderen en Wallonië beheren cultuur, onderwijs, en sommige sociale voorzieningen in samenwerking met de Brusselse Volksraad. Voor gelijk welk Belgisch niveau kan geen plaats meer zijn.

Tijd voor een doorgedreven socialistische stadsplanning, waarbij grote sectoren volledig onder gemeenschapsbeheer komen of behouden worden: openbaar vervoer, nutsvoorzieningen, huisvesting, afvalverwerking, infrastructuurbeheer, logistieke knooppunten,… Voor privatisering of outsourcing kan geen plaats meer zijn. Invoering van een vijfjarenplan voor woningbouw, industriële ontwikkeling, mobiliteit, klimaat en werkgelegenheid. Afschaffing van de Square du Bois “gated community” en prioritaire investeringen achtergestelde wijken: Anderlecht, Molenbeek, Schaarbeek, enz. Leegstaande gebouwen worden onteigend en sociaal gerenoveerd, speculatieve vastgoedfondsen verliezen hun bezit via hervormde wetgeving.


Inzake sociaal beleid focus op gratis basisgezondheidszorg, invoering van openbare apotheken, investering in sociale woningen, collectieve kinderopvang op wijkniveau. Afschaffing van versnipperde politiezones, invoering van één stedelijke veiligheidsdienst onder democratisch toezicht. Invoering van werknemers- en buurtcomités die een formele rol krijgen in preventie, ordehandhaving bij evenementen, sociale controle tegen drugs- en wapenhandel in combinatie met absolute nultolerantie inzake drughandel. Een daadwerkelijke “war on drugs” is in een kapitalistisch, liberaal bestel onmogelijk. Brussel speelt net als Antwerpen een hoofdrol in de evolutie naar wat in het buitenland als een Belgische narcostaat wordt omschreven. Zeker op dit vlak maken zachte heelmeesters enkel stinkende wonden. Oprichting van een speciale rechtbank voor corruptie van politici en personen actief in de vastgoedsector, strikt verbod op lobbying door en voor privébelangen, enzovoort.

‘De intocht van Christus te Brussel in 1889′ – James Ensor. Groteske figuren en karikaturen van kleinburgers, politici en geestelijken in een optocht in Brussel. Ensor z’n kritiek op de chaos en oppervlakkigheid van de Brusselse maatschappij geldt nog steeds?

Brussel in de 21ste eeuw: het bankroet van het etnisch-identitair (Vlaams-)nationalisme

Afwijzing van etnocratische politiek is noodzakelijk. Tweetalig gratis openbaar onderwijs moet verplicht worden, Nederlandstalige scholen dienen uitgebreid via massale investeringen. Volledige gelijkheid voor alle Brusselaars ongeacht herkomst: verbinding van Vlaamsgezindheid aan een specifieke politieke en sociale constructie in plaats van een romantisch, etnisch begrip van Vlaanderen: “Wie hier woont, werkt en bijdraagt, is deel van het volk.” Wie dat vandaag wel nog probeert, in casu het uiterst rechtse deel van de “Vlaamse Beweging”, maakt zich volstrekt belachelijk, ook indien remigratie werkelijkheid zou worden. Brussel is historisch een Vlaamse stad, maar van het volk, niet van één etnische gemeenschap. Waar de werkende klasse staat voor de politieke macht in Brussel, staat Vlaanderen voor de Nederlandse culturele positie van Brussel (taal, geschiedenis, onderwijs) en Wallonië ten dele voor de Franse culturele positie. Los van eigen moralistische en ideologische keuzes, dwingt de demografische Brusselse realiteit elkeen ertoe “volksnationalisme” voorop te stellen in plaats van etnisch nationalisme.

Vlaanderen wordt politiek gedefinieerd door het volk van Vlaanderen dat iedereen omvat die er werkt, woont, bijdraagt en bereid is zich ermee te identificeren: een gemeenschap van mensen die zich verbinden met de strijd voor nationale en sociale verandering weg van het neoliberale en imperialistische model – ongeacht afkomst. Geen uitsluiting van Franstaligen of migranten, elke etnische benadering van de Brusselse realiteit en haar politiek is niet alleen onrealistisch maar zelfs lachwekkend. Er kan en moet gewerkt worden aan een symbiose van het Nederlands en internationale, anti-imperialistische solidariteit. Tweetaligheid is, wordt of blijft de norm maar culturele ruimte voor migranten in eigen gemeenschappen blijft conform het subsidiariteitsbeginsel bestaan. Werkende klasse afkomstig uit de Maghreb, Sub-Sahara, Oost-Europa, enz. zijn allemaal deel van een nieuwe werkende klasse-macht. De gemeenschappelijke wil tot fundamentele verandering smeedt een bevolking om tot een volk.

Afscheid van de EU, NAVO,… Hoe sneller, hoe liever!

Als de EU en NAVO tegelijk Brussel verlaten, betekent dat onvermijdelijk een zware, directe economische klap (verlies van ong. 120000 banen en meerdere miljarden euro’s BBP-impact), gevolgd door jaren van herstructurering; met proactief beleid (herbestemming, stimuleringsfondsen, omscholing) kan Brussel binnen 7–15 jaar gedeeltelijk herstellen en zelfs economisch diversifiëren — maar dat vergt hoge publieke investeringen en politieke wil. Hun vertrek betekent dus geopolitieke winst (einde van een imperialistisch bolwerk) maar tijdelijk economische instabiliteit omdat de kapitalistische Brusselse economie sterk afhankelijk werd van hun aanwezigheid. Anti-imperialisme zonder economische planning is echter romantiek. Enkel krachtige economische reconversie kan de schade opvangen, maar het vertrek (of de volledige ontbinding) van de EU en NAVO kunnen we zien als een dubbele historiciteit: negatief betekent het een plotse kapitalistische schok met werkloosheid (ongeveer 120000 jobs gaan verloren), faillissementen, vastgoedcrash, begrotingsproblemen. Positief is de beëindiging van een structuur die Brussel tot semi-koloniale administratieve hub voor Westers kapitaal en imperialistische macht maakte naast het wegvallen van de opwaartse druk inzake vastgoedprijzen, mobiliteit,… door expats. Trouwens, we analyseren heel wat van die “verloren jobs” als niet-productieve functies, bureaucratische arbeid die geen gebruikswaarde creëert, werk dat afhankelijk is van imperialistische structuren. Dus: het verlies is materieel pijnlijk maar structureel gezond, mits de werknemers onmiddellijk elders ingezet worden en de staat de economie controleert. België vereenzelvigt zich met de aanwezigheid in haar hoofdstad van instellingen, behorend tot het westers-imperialistisch kamp. Instellingen die Brussel een bepaalde “grandeur” moeten verschaffen, vaak ten koste van de gewone Brusselaar. Vanuit ons perspectief zou het vertrek van EU en NAVO uit Brussel geen ramp zijn, maar een historisch moment om de stad te verlossen van imperialistische afhankelijkheid, leegstaande gebouwen te nationaliseren, massaal te investeren in woningbouw en publieke diensten, een transformatie naar een productieve socialistische economie te starten en alle getroffen werknemers in geplande economische structuren op te nemen. Daar zijn natuurlijk voorwaarden aan verbonden: staatsinterventie in plaats van “vrije markt-correctie”. Nationalisatie van leegstaande EU/NAVO-gebouwen, internationale kantoorcomplexen en grote vastgoedgroepen alsook de vestiging van werknemerscontrole in sectoren die dreigen te sluiten (hotels, transport, vertaalbureaus, catering, schoonmaak). Verbod op massaal ontslag zonder staatsbemiddeling en stabilisatie van huur- en woningprijzen om speculatieve crash te vermijden. Enz. Zijn het dromen? Misschien. Is het een noodzaak? Zeker! Zolang het huidige Brussel overeind blijft, blijft elke potentiële omwenteling onvoltooid.