Inleiding (Zannekinbond)
Wanneer China de westerse debat-revue passeert, gaat het vrijwel steeds twee richtingen uit. De publieke opinie wordt in Europa gekneed door regimemedia die conform het westers Atlantisme en de Amerikaanse belangen China (net als Rusland) als een bedreiging beschouwen. Enerzijds wordt gesteld dat het een “ondemocratisch want communistisch regime” is dat “volkeren onderdrukt”. Steevast wordt dan bijvoorbeeld het Tibet van de Dalai Lama bovengehaald, de gekende CIA-knecht. Anderzijds, wanneer de gigantische Chinese ontwikkeling in welvaart en technologie ter sprake komt, blijkt China volgens diezelfde criticasters niet meer communistisch maar wel staatskapitalistisch te zijn, dat alles aan de markt en het private kapitaal zou te danken hebben. De realiteit is anders. China maakt een lang proces van evolutie en opbouw door richting een socialistische toekomst. Een proces en een evolutie die gepaard gaat met interne discussies en bijsturingen.
Waar we het hier met Zannekinbond echter over hebben, is de bijsturing van het foute beeld dat China steeds oproept dankzij de zorgvuldige, jarenlange opinievorming via westerse regimemedia. We stellen daarbij dat China marxistische principes toepast op haar economie en dat het marxisme-leninisme wel degelijk centraal aanwezig is in de ontwikkeling van het land. China bewijst dat de neoliberale kritiek die al decennia meegaat (marxisme = traag, bureaucratisch, onaangepast aan de wensen van de bevolking, enz…) achterhaald is. Het is correct te stellen dat China sinds de jaren ’80 en ’90 elementen van het kapitalisme integreerde, maar verschillende structurele kenmerken van het Chinese systeem wijzen op een marxistisch-leninistische organisatie.
Het leiderschap van de Communistische Partij (CPC) staat per definitie boven de economie. De economie en haar organisatie is onderdeel van een bredere maatschappelijke ideologie (dialectisch materialisme). In het marxisme bepaalt de partij als veruitwendiging van de georganiseerde werkende klasse het economisch beleid in plaats van een vrije markt. De Communistische Partij staat boven de staat én de markt. Partijcomités bestaan in vrijwel elk groot staats- én privébedrijf, waarbij ze inspraak hebben in managementbesluiten. President Xi Jinping heeft dit versterkt met campagnes die partijcontrole boven bedrijfsefficiëntie verkiezen. Ook gekende grote techbedrijven zoals Alibaba en Tencent hebben partijcellen in hun structuur. Productiemiddelen horen in maximale mate handen van de staat (de gemeenschap), niet van privékapitaal. Kernsectoren als energie, spoorwegen, telecom, staal, defensie en bankwezen zijn voornamelijk Chinese staatseigendom. Deze staatsbedrijven worden door de staat beschermd, gesubsidieerd en krijgen goedkope leningen van staatsbanken. De “State-owned Assets Supervision and Administration Commission” (SASAC) beheert honderden van deze grote staatsbedrijven.
De Chinese economie is gebaseerd op centrale planning en vijfjarenplannen. De economie moet planmatig worden bestuurd om klassenverschillen te verkleinen en maatschappelijke noden te vervullen. China voert nog steeds centrale vijfjarenplannen uit, waarin sectoren, innovatie en infrastructuurontwikkeling prioriteit krijgen. Het 14e vijfjarenplan (2021–2025) benadrukt technologische zelfredzaamheid, gemeenschappelijk welzijn en “kwalitatieve groei”. Chinezen konden online problemen en kwesties aanbrengen ter opmaak van het 15de vijfjarenplan, hierop kwamen ruim 3 miljoen voorstellen. Vermogensongelijkheid moet worden bestreden via herverdeling en collectieve voorzieningen. De Chinese Communistische Partij heeft “gemeenschappelijke welvaart” opnieuw op de voorgrond geplaatst, privébedrijven en miljardairs moeten extra bijdragen aan sociale doelen via zowel donaties als via hervormingen. Techbedrijven hebben miljarden gedoneerd aan staatsfondsen of welzijnsprojecten na druk vanuit de partij. Eigendomsrechten zijn beperkt, individuele eigendom van grond en strategische activa wordt als onwenselijk beschouwd, collectief bezit is de norm. Grond is ofwel staatsbezit (stadsgebied) of collectief bezit (platteland). Burgers kunnen wel gebruiksrechten kopen, maar de eigendom blijft in staats- of collectieve handen. Officiële documenten verwijzen nadrukkelijk naar Marx, Lenin en Mao. Xi Jinping’s “socialisme met Chinese kenmerken voor een nieuw tijdperk” bevat een marxistisch geïnspireerde visie over klassenstrijd, collectieve vooruitgang en bestrijding van sociaaleconomische ongelijkheid. Partijleden moeten verplichte scholing volgen in marxistische theorieën.
China beantwoordt niet aan het klassiek beeld dat westerse propagandisten van het kapitalisme graag verspreiden over socialistische landen. Het gebruikt ook instrumenten die men graag als een bewijs van kapitalisme voorstelt, zoals buitenlandse investeringen, privéondernemerschap, aandelenbeurzen (Shanghai, Shenzhen). Echter, deze instrumenten functioneren onder een strak politiek bestuur dat de socialistische maatschappelijke ordening vooropstelt en niet de marktwerking en private winstvorming. Van zodra deze instrumenten de politieke controle bedreigen, worden ze ingeperkt. China bewijst daarbij ook dat technologische innovatie perfect samengaat met politieke sturing van de economie. Ook het beeld van de communistische nadruk op zware, vervuilende industrie met verouderde productiemethodes is achterhaald. China maakt een energietransitie door en werd de afgelopen jaren wereldkampioen in tempo en omvang van herbebossing en de toepassing van nieuwe milieuvriendelijke technologieën in industrie.
Sommige Chinese private bedrijven zoals Huawei, Alibaba, en ByteDance (TikTok) zijn leidend in innovatie, ze spelen snel op marktbehoeften in maar de Chinese staat kadert die innovatie telkens binnen het socialistisch model. De Chinese overheid oefent druk uit via aandeelhouderschap, partijcomités, regelgeving met inbegrip van sancties. De crackdown op Jack Ma en Ant Group in 2020 illustreert dat succesrijke innovatie en de invloeden van marktwerking ondergeschikt (moeten) zijn aan de vooropgestelde socialistische politieke en maatschappelijke doelstellingen, waarbij ze moeten bijdragen aan “gemeenschappelijke welvaart” en nationale veiligheid. China gebruikt technologie niet alleen voor economische ontwikkeling, maar ook voor toepassingen in het zich sterker ontwikkelend systeem van sociale zekerheid. Het ingevoerde Social Credit System koppelt gedrag aan toegang tot diensten—een vorm van algoritmische disciplinering. De Chinese Communistische partij kreeg de bevolkingsexplosie van de 20ste eeuw onder controle, zo sterk zelfs dat nu een geboortepolitiek gevoerd wordt en men zich voorbereid op technologische evolutie (AI) en robotisering om de economische gevolgen van vergrijzing en bevolkingskrimp op te vangen. Massale arbeidsimmigratie behoort in tegenstelling tot het liberale westen niet tot de mogelijkheden, China heeft zoals alle communistische landen een restrictief migratiebeleid, vooral gericht op het beperken van niet-gekwalificeerde arbeidsmigranten. De Chinese overheid legt ook nadruk op culturele eenheid (Han-nationalisme) terwijl er weinig maatschappelijke en sociale acceptatie is voor integratie van migranten.
De noodzakelijke kanteling van Europa naar een Euraziatische eenheid is dodelijk voor de westerse kapitalistische belangengemeenschap. Met Zannekinbond stellen we dat Vlaanderen en Wallonië zich beter afkeren van het westers, door de USA gedomineerde model waarin de Belgische staat en haar liberale politiek-economische elites zo sterk verweven zijn. Het zou een dwaasheid zijn om China per definitie als een vijand te beschouwen en ons bijvoorbeeld af te sluiten van het Belt and Road Initiative. De toekomst ligt in het oosten, in het westen is er enkel nog zonsondergang!

Deel 1: Nieuwe vormen van socialisme in de 21e eeuw
Pan Shiwei
Na drie decennia van expansie sinds het einde van de Koude Oorlog bevindt het liberale kapitalisme zich nu midden in een crisis. De wereld is ondergedompeld in een waas van onzekerheid als gevolg van de aanzienlijke uitdagingen die worden gesteld door economische recessie, geopolitieke conflicten, sociale breuken en nieuwe ontwrichtende technologieën. In deze cruciale historische context is het noodzakelijk om het socialisme nieuw leven in te blazen en door te gaan met het ontwikkelen van socialistische theorieën die zijn aangepast aan de nieuwe omstandigheden van de 21e eeuw en die de weg vrijmaken voor een hernieuwde toekomst voor de mensheid.
De mensheid heeft een lange weg afgelegd sinds het midden van de 19e eeuw, toen Marx en Engels de fundamentele transformatie van het socialisme teweegbrachten. Van utopie werd het een wetenschap, zoals ze het beroemd samenvatten in Het Communistisch Manifest. In de afgelopen 175 jaar is generatie na generatie socialisten in de voetsporen van Marx en Engels getreden. Ze hebben onvermoeibaar gewerkt om het socialisme te verheffen van een louter ideologisch concept tot een klassenstrijd, die zich manifesteerde in politieke organisaties, sociale revoluties, regeringen en verschillende vormen van beschaving. De historische ontwikkeling van het socialisme kan in drie hoofdvormen worden onderverdeeld.
Klassiek socialisme in de centra van het Europese kapitalisme
De opkomst van de socialistische beweging vond haar oorsprong in Europa en het was geen toeval dat de overgang van utopie naar wetenschap in deze regio plaatsvond. Europa profiteerde aanzienlijk van de ontwikkeling van het kapitalisme en vestigde zich als de meest geavanceerde regio ter wereld. De Europese landen leidden dit proces omdat ze als pioniers van de Industriële Revolutie een krachtige nieuwe productiekracht voortbrachten.
Intern ontstond er een nieuwe heersende klasse: de bourgeoisie. Door verschillende vormen van burgerlijke revolutie nam deze klasse achtereenvolgens de macht over in verschillende Europese landen, waardoor sociale, politieke, markt- en culturele structuren ontstonden, inclusief de vorming van de moderne natiestaat. De vooruitgang en transformaties van de vroege kapitalistische modernisering markeerden uiteindelijk het einde van het middeleeuwse tijdperk in Europa, dat tot dan toe een enigszins duistere periode was geweest.
Naar buiten toe vormden de Europese landen die voorop liepen in de modernisering de opmaat voor de latere seculiere globalisering die op Europa gericht zou zijn. Ze deden dit door middel van voortdurende koloniale expansie en wereldwijde middelen zoals militaire oorlogen, religieuze propaganda en culturele agressie. Belangrijk is dat in deze periode zowel de interne als de externe ontwikkeling van het Europese kapitalisme intrinsiek met elkaar verweven waren en elkaar wederzijds conditioneerden. De interne ontwikkeling van politiek, economie, cultuur en maatschappij dreef en stuurde de externe expansie aan en de externe expansie ondersteunde en versterkte op haar beurt grotendeels de interne ontwikkeling.

Maar achter de duizelingwekkende prestaties van het Europese kapitalisme was een nieuwe socialistische ideologie stilletjes aan het broeien en haar weg aan het banen. De economische en politieke ontwikkeling van het Europese kapitalisme schiep de sociale voorwaarden voor de opkomst van het marxisme. Aan de ene kant vormden de groei van de arbeidersklasse en de opkomst van de arbeidersbeweging ter verdediging van haar eigen belangen de klassenbasis en aan de andere kant zorgde de bloei van de sociale wetenschappen, filosofie en economie voor de noodzakelijke intellectuele omgeving. De combinatie van deze elementen culmineerde in de publicatie van het Communistisch Manifest en de geboorte van het wetenschappelijk socialisme.
De voorlopers van het wetenschappelijk socialisme, zoals Marx, Engels en hun tijdgenoten, spaarden kost noch moeite om de loftrompet te steken voor de verworvenheden van de kapitalistische ontwikkeling. Wat hen echter onderscheidde van de meeste van hun tijdgenoten, was hun niet aflatende kritiek op het Europese kapitalisme en hun vaste overtuiging dat het schijnbaar welvarende kapitalistische systeem voorbestemd was om aan zijn eigen zwanenzang ten onder te gaan. Deze socialistische visionairs wezen er stoutmoedig op dat het systeem, ondanks de ontwikkeling van de productiekrachten en de materiële rijkdom die het kapitalisme met zich meebracht, evenals de vooruitgang in politiek, maatschappij en cultuur, diepe tegenstrijdigheden en inherente tekortkomingen in zich droeg die het kapitalisme kon verzachten, maar niet wegnemen. Het kapitalisme kon dus niet worden beschouwd als de ultieme vorm van menselijke sociale ontwikkeling. Het ontstond in de geschiedenis en zou door de geschiedenis worden ontkend.
In deze periode geloofden socialisten dat het vermogen om verandering teweeg te brengen en het kapitalisme te overwinnen lag bij de arbeidersklasse en andere sociale krachten die met onderdrukking geconfronteerd werden. Vanuit hun perspectief had de arbeidersklasse een vitaal belang bij het uitvoeren van een revolutie om de oude orde en het vervallen kapitalistische systeem te ontmantelen, in plaats van zich te onderwerpen aan voortdurende uitbuiting en onderdrukking door de bourgeoisie. Door middel van politieke strijd en sociale revoluties zouden de onderdrukte klassen de bourgeoisie omverwerpen, de heersende klasse worden en een rationeler en humaner systeem opbouwen ter vervanging van het kapitalisme. Het ideale paradigma was socialisme, dat uiteindelijk zou evolueren tot een meer geavanceerde vorm van ontwikkeling: communisme. Hoewel de precieze details van deze toekomstige ideale maatschappij niet konden worden vastgesteld, stelden deze denkers dat de arbeidersklasse en haar politieke partijen er onvermijdelijk naar toe zouden evolueren.
Nog belangrijker was dat deze generatie socialistische denkers, in hun kritiek op het kapitalisme en hun pleidooi voor het socialisme, de algemene wetten van de menselijke sociale ontwikkeling samenvatte en een wereldbeeld en methodologie formuleerde waarvan de kern het historisch materialisme was. Dit stelde latere generaties in staat om een preciezer begrip van de wereld en de beweging van de menselijke geschiedenis te ontwikkelen.
De klassieke vorm van socialistisch denken die in deze periode in Europa ontstond, bestond uit drie hoofdelementen:
1. Socialisme ontstaat uitsluitend in die samenlevingen waar het kapitalisme een verder gevorderde ontwikkeling heeft bereikt. De productiekrachten, politieke vormen en ideologische middelen die nodig zijn om het socialisme op te bouwen worden gegenereerd binnen de geavanceerde structuren van het kapitalisme.
2. Het kapitalisme zal vroeg of laat onvermijdelijk overwonnen en getranscendeerd worden. Hoe lang het ook geregeerd heeft, uiteindelijk zal het kapitalisme een voorbijgaand hoofdstuk in de menselijke geschiedenis worden. Hoewel het interne verbeteringen kan introduceren naarmate de omstandigheden zich ontwikkelen, zal het niet de eeuwigheid bereiken vanwege zijn inherente tegenstrijdigheden. Zodra zijn historische missie volbracht is, zal het kapitalisme niet kunnen voorkomen dat het naar het verleden verwezen wordt.
3. Het einde van het kapitalisme markeert het begin van het socialisme. Dit laatste zal worden gebouwd op de productiekrachten, materiële rijkdom, intellectuele ontwikkeling en modernisering die al door de mensheid zijn gecreëerd. Het is precies op deze basis, opgebouwd onder het kapitalistische systeem, dat het socialisme probeert de spanningen en conflicten tussen de productiekrachten en de productieverhoudingen op te lossen, de beperkingen van het privé-eigendom van de productiemiddelen te overwinnen en alle tegenstrijdigheden aan te pakken die voortkomen uit deze orde. Hoewel het waar is dat het socialisme een kritiek en ontkenning van het kapitalisme is, streeft het daarbovenop naar een nieuwe transcendentie en sublimatie. Hoe meer het kapitalisme zich ontwikkelt, hoe meer het de materiële en andere voorwaarden voor het socialisme voorbereidt. Evenzo wordt het, naarmate de productiekrachten van het kapitalisme geavanceerder worden, de productieverhoudingen complexer en het staatsbestuur verfijnder, ook een grotere uitdaging om een hogere productiviteit te bereiken, geavanceerdere productiekrachten te ontwikkelen, echte rechtvaardigheid te garanderen en een harmonieuze samenleving op te bouwen. Met andere woorden, de noodzaak om een nieuwe socialistische samenleving op te bouwen groeit parallel met de opmars van het kapitalisme. De mensheid is in staat om deze betere samenleving op te bouwen.
De socialistische klassiekers bieden een krachtig en vitaal verhaal. Ze belichten het pad dat de mensheid moet afleggen door het labyrint van het kapitalisme en inspireren mensen om de historische strijd naar het socialisme aan te gaan. Transformerende vormen van socialisme in de koloniën en semi-koloniën
In de loop van de 20e eeuw verliep de ontwikkeling van het socialisme heel anders dan verwacht werd van het klassieke socialisme. In plaats van een lineair verloop kende het schommelingen, waaronder de omkering van succesvolle revoluties en socialistische ontwikkelingen in de Sovjet-Unie en Oost-Europa.
Het socialisme ontstond niet, zoals verwacht, in de ontwikkelde kapitalistische landen van Europa. In plaats daarvan ontstonden er nieuwe groeigebieden buiten de visie van klassieke marxistische schrijvers. Socialisme ontstond buiten het rijk van het wereldwijde kapitalisme, in economisch onderontwikkelde regio’s en niet in de landen met de meest geavanceerde productiekrachten. Het ontwikkelde zich in niet-westerse landen, niet door traditionele klassenstrijd in steden, maar door nationale bevrijdingsbewegingen in kolonies en semi-kolonies onder het imperialisme. De essentiële betekenis en logica van het socialisme werden fundamenteel opnieuw gedefinieerd. De opmerkelijke vooruitgang van het socialisme in Rusland, China en elders oversteeg het klassieke marxisme en genereerde een kenmerkende vorm van transformatief socialisme.
Vanuit het perspectief van het socialistische gedachtegoed is een essentieel kenmerk van het kapitalisme zijn wereldwijde expansie. De invasie en plundering van uitgestrekte niet-westerse gebieden is noodzakelijk om de welvaart en het welzijn van de kapitalistische centra in Europa in stand te houden. De ontwikkeling van de rijke naties is gebaseerd op de onderontwikkeling van de verarmde naties. Het kapitalisme veroorzaakt dus niet alleen interne maar ook externe ongelijkheid. Hoewel klassieke marxistische schrijvers de destructieve invloed van kapitalistische koloniale expansie in de uitgestrekte niet-westerse wereld erkenden, beperkten verschillende objectieve historische omstandigheden de ontwikkeling van een systematisch en gedetailleerd begrip van dit fenomeen.
Het was in de tijd van Lenin en latere marxistische theoretici dat de nationale bevrijdingsstrijd van de koloniën en semi-koloniën tegen kapitalistische en imperialistische agressie meer aandacht kreeg. Als gevolg van deze grotere nadruk werd de klassieke slogan “Arbeiders van de wereld, verenigt u!” uitgebreid tot “Arbeiders van de wereld en onderdrukte volkeren, verenigt u!”. Hoewel in die tijd de socialistische theorie en praktijk gericht bleven op de kapitalistische kernlanden, bleef de invloed van de Europese socialistische beweging in de uitgestrekte koloniën en semi-koloniën groeien. Socialistische kritieken op het kapitalisme, het ideaal en de zoektocht naar een betere toekomstige samenleving en de moed en vastberadenheid van de arbeidersklasse en haar partijen om de oude wereld omver te werpen, waren belangrijke inspiratiebronnen in de gekoloniseerde wereld.
Het socialisme liet zien dat het mogelijk was voor de onderdrukten om nieuwe keuzes te maken en nieuwe samenlevingen op te bouwen, en werd een fundamentele intellectuele bron voor deze landen in hun verzet tegen kapitalistische agressie en verovering.
In de koloniën en semi-koloniën kreeg een nieuwe en transformerende vorm van socialisme vorm. De ontwikkeling van het socialisme in China illustreert vele belangrijke verschuivingen tussen de klassieke en transformatieve vormen. Deze vernieuwende vorm kwam voort uit de kruising en integratie tussen de logica van socialistische ontwikkeling en China’s eigen logica van vooruitgang.
China was duizenden jaren geïsoleerd geweest in het oosten. De opening van het land werd afgedwongen door een oorlog met economisch, militair, technologisch en bestuurlijk superieure Westerse machten. Dit conflict vertegenwoordigde niet alleen een westerse expeditie tegen een oude oosterse natie, maar ook een destructief effect van het opkomende kapitalistische systeem tegen een decadente feodale orde. De vernedering van China, het lijden van zijn volk en het in diskrediet brengen van de Chinese beschaving wakkerde het nationale verzet aan. Degenen die streefden naar nationale bevrijding en wedergeboorte verlangden dringend naar nieuwe bronnen van intellectuele inspiratie. Geconfronteerd met binnenlandse intellectuele stagnatie richtten veel Chinese intellectuelen hun blik op het buitenland, vooral op hoogontwikkelde westerse landen. Verschillende westerse ideeën, waaronder socialisme en marxisme, werden in China geïntroduceerd. Het socialisme vond echter een bijzondere weerklank bij het Chinese volk.
De kennismaking met en integratie van het socialisme in China was het resultaat van specifieke politieke, tijdelijke en ruimtelijke omstandigheden. Drie factoren leidden ertoe dat het Chinese volk het socialisme omarmde.
1. De perifere regio’s van de wereld, waaronder China, verzetten zich van nature tegen agressie van westerse kapitalistische landen. Als een oude beschaving met een eigen rijke geschiedenis verwierp China het idee dat het ontdekt, verlicht of beschaafd moest worden door Westerse mogendheden. Na de invasies en plunderingen door westerse kapitalistische landen in de 19e en 20e eeuw werd China meer geneigd tot socialisme.
2. Socialisme werd geassocieerd met de belangen van de onderdrukten, in het bijzonder de arbeidersklasse in kapitalistische landen die zich verzette tegen de bourgeoisoverheersing, evenals de koloniën en semi-koloniën die zich verzetten tegen verovering door kapitalistische landen. Als onderdrukte natie was het Chinese volk van nature geneigd zich te identificeren met andere onderdrukte volkeren, waardoor het zich aangetrokken voelde tot het socialisme.
3. Het socialisme benadrukte de inherente zonden en decadentie van het kapitalisme. Naarmate het Chinese volk het westerse kapitalisme beter ging begrijpen, werd de donkere kant die achter de glamoureuze façade schuilging steeds duidelijker. Dit omvatte het kwaad van de slavenhandel, de wereldwijde concurrentie om koloniën, de benarde situatie van verarmde groepen binnen kapitalistische landen en vooral de bloedige slachting tussen imperialistische landen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het socialisme vertegenwoordigde de mogelijkheid om een socialistische samenleving op te bouwen.
Maar in veel koloniën en semi-koloniën over de hele wereld, buiten China, waren socialistische ideeën wel bekend maar niet op dezelfde manier geïntegreerd. Hoe is het dan te verklaren dat het socialisme in China wortel heeft geschoten? De intrede van het socialisme in China en de keuze voor deze ideologie door het Chinese volk toonde alleen maar het potentieel van de historische beweging aan. Natuurlijk waren er andere cruciale voorwaarden nodig om dit potentieel werkelijkheid te laten worden en tot vruchtbare resultaten te laten leiden. Deze voorwaarden waren onder andere de aanwezigheid van een voorbeeldige voorhoedeorganisatie, een generatie jonge mensen die bereid was alles op te offeren, intellectuelen die meeleefden met de werkende massa’s en leiders die een diep begrip hadden van zowel China’s nationale omstandigheden als de essentie van het marxisme. In de 20e eeuw werd in China aan al deze voorwaarden voldaan. Daarom was het socialisme in staat om wortel te schieten en te bloeien op Chinese bodem.
De introductie van het socialisme in China veranderde de aard van de sociale transformatie in het land. In het schema van het wereldkapitalisme bevond China zich in de periferie, ondergeschikt aan de kapitalistische kern en onderworpen aan buitenlandse overheersing. De ontwikkeling van China en het overwinnen van zijn semi-feodale en semi-koloniale status waren niet relevant voor de kapitalistische kernlanden. Daarom probeerden ze elke sociale transformatie binnen China te definiëren en ervoor te zorgen dat deze werd uitgevoerd door politieke agenten die de transformatie in de richting van kapitalistische homogenisering en de belangen van de kern zouden sturen. Aan dit project kwam een einde met de komst van het socialisme in China, toen er een andere visie op sociale transformatie ontstond. De Communistische Partij van China (CPC) verving de bourgeois politieke partijen van het land en werd de leider van de sociale transformatie van het land. In dit proces heeft de arbeidersklasse, samen met de boeren en andere klassen, de bourgeoisie omver geworpen en werd de drijvende kracht achter de sociale transformatie van China. Het project van sociale transformatie werd radicaal opnieuw ontworpen en streefde nu de volgende doelen na: verzet tegen buitenlandse kapitalistische agressie, onderdrukking en uitbuiting in China; erzet tegen de steun van het buitenlandse kapitalisme aan reactionaire krachten in het land; een einde aan de heerschappij van het feodalisme, bureaucratisch kapitalisme en imperialisme in China; en het bereiken van nationale bevrijding en onafhankelijkheid. Het socialisme presenteerde een revolutionaire visie voor China die de door de bourgeoisie voorgestelde inhoud en methoden volledig omver gooide.

De socialistische visie op sociale transformatie beïnvloedde ook China’s benadering van moderne staatsvorming. Na de oprichting van de Volksrepubliek China in 1949 koos de nieuwe staat er niet voor om een kapitalistisch ontwikkelingspad te volgen, maar streefde naar een directe overgang naar het socialisme. Het hele proces van staatsvorming volgde dit principe en gaf vorm aan de creatie van China’s fundamentele politieke, economische en sociale systemen. Bovendien werden de staat en zijn instellingen ontworpen met de specifieke omstandigheden van China in gedachten en met het doel ervoor te zorgen dat het Chinese volk de meesters van het land waren. De belangrijkste kenmerken waren het leiderschap van de CCP, het systeem van volkscongressen van lokaal en dorpsniveau tot nationaal niveau, het systeem van meerpartijensamenwerking en politiek overleg, het systeem van etnische regionale autonomie en het systeem van participatief bestuur op gemeenschapsniveau. Op deze manier was China in staat om een moderne staat op te bouwen en politieke stabiliteit op nationaal niveau te bereiken.
Tot slot paste het socialisme de Chinese benadering van modernisering aan. Toen de mensheid overging van agrarische naar industriële samenlevingen, leidden de Europese landen het initiële moderniseringsproces door te profiteren van de industriële revolutie. Tijdens hun expansie legden ze veel ontwikkelingslanden, waaronder China, onvolledige en ondergeschikte vormen van kapitalistische modernisering op. Dit proces verliep niet soepel. Het werd gekenmerkt door tegenslagen, stagnatie en mislukkingen. Na de revolutie volgde de Volksrepubliek China een soevereine, niet-kapitalistische weg naar modernisering. De Communistische Partij van China mobiliseerde en organiseerde op effectieve wijze honderden miljoenen Chinezen om de industrialisatie van het land krachtig te bevorderen, waarbij gestreefd werd naar het leggen van de materiële fundamenten van het socialisme. Dit proces vond plaats in een vijandige internationale omgeving en onderging een reeks wendingen tijdens de eerste decennia na de revolutie. Aan het eind van de jaren zeventig opende zich een nieuw pad voor de modernisering van China: de socialistische markteconomie, actieve deelname aan de wereldeconomie en het streven naar gemeenschappelijke welvaart. Na de start van de hervormingen en de openstelling van de markt kende China een wonder van snelle economische ontwikkeling op lange termijn, met grote vooruitgang op het gebied van industrialisatie, verstedelijking, technologische vooruitgang, ontwikkeling van de markteconomie en het streven naar internationale uitwisselingen. Deze inspanningen hebben China in de voorhoede geplaatst van de mondiale modernisering.
De bovenstaande paragrafen geven een algemene samenvatting van hoe nieuwe vormen van socialisme en socialistische ontwikkeling zijn ontstaan, met bijzondere aandacht voor het geval van China. De opkomst van een transformatieve vorm van socialisme in China is geen gebruikelijk proces in socialistische ontwikkeling, hoewel het belangrijke implicaties kan hebben voor andere landen. De opkomst en uitbreiding van deze nieuwe vorm illustreert juist de diversiteit die inherent is aan de ontwikkeling van het socialisme.
Bouwen aan een nieuw model van socialisme dat het kapitalisme kan overwinnen door persoonlijke ontwikkeling
In de tweede helft van de 19e eeuw ontstond het socialisme in Europa. Deze oorspronkelijke vorm blijft bestaan en evolueert geleidelijk. Het uit zich vooral in ideologische en culturele kritiek op het kapitalisme en in sociale en politieke bewegingen die de belangen van de onderdrukte klassen proberen te verdedigen. Deze variant van het socialisme heeft echter nog een lange weg te gaan voordat het zichzelf consolideert als een dominante kracht die in staat is het kapitalisme te vervangen. Deze uitdaging wordt onder andere toegeschreven aan interne verdeeldheid en variaties binnen de socialistische beweging zelf, maar ook aan de buitengewone veerkracht en het aanpassingsvermogen van het kapitalisme. In wezen is het socialisme in de ontwikkelde kapitalistische landen niet zo tot bloei gekomen als in de ontwikkelingslanden, voornamelijk door het gebrek aan voorhoedepartijen in de ontwikkelde kapitalistische landen, waardoor het kapitalisme normaal kon functioneren.
In de 20e eeuw vond de socialistische beweging nieuwe mogelijkheden voor ontwikkeling in niet-kapitalistische regio’s van de wereld. Ontwikkelingslanden, zoals China, kozen ervoor om niet het pad te volgen dat was uitgestippeld door de centrale kapitalistische naties, braken hun banden met het kapitalisme en werden nieuwe groeigebieden voor het socialisme. Deze landen, die worden geconfronteerd met prekapitalistische of semikapitalistische samenlevingen en zich in een historische positie bevinden van relatieve achterstand in termen van economische, politieke, culturele en sociale ontwikkeling, werden geconfronteerd met uitdagingen waarop klassieke theorieën over de directe overgang van kapitalisme naar socialisme geen adequate antwoorden konden bieden. Gelukkig toonden ze een historisch ongekend initiatief en creativiteit in het uitvoeren van socialistisch georiënteerde revoluties, socialistisch georiënteerde nationale constructies en socialistisch georiënteerde moderniseringen. Als gevolg daarvan ontstonden in ontwikkelingslanden totaal verschillende theorieën en praktijken van socialistische opbouw, samen met nieuwe vormen van socialistische ontwikkeling.
Hoe zal het socialisme zich ontwikkelen en vooruitkomen in de 21e eeuw? Dit is een vraag die zowel socialistische denkers als mensen uit de praktijk bezighoudt. Ongetwijfeld blijven de bovengenoemde vormen van socialistische ontwikkeling en late modernisering cruciaal in ontwikkelingslanden en niet-kapitalistische regio’s. Tegelijkertijd ontwikkelt het socialisme zich in China verder. Tegelijkertijd, terwijl het socialisme zich in China blijft ontwikkelen, ontstaat er een andere nieuwe vorm. Nu het socialisme gemoderniseerd is, tonen China’s sociale productiekrachten, technologische kracht, nationale kracht en prestaties in andere ontwikkelingsaspecten de haalbaarheid aan van socialisme dat het kapitalisme overwint, evenals de inherente superioriteit en het potentieel van het socialisme. Om deze nieuwe vorm van socialisme te consolideren, moet China zijn huidige ontwikkelingsniveau naar een hoger niveau tillen.

Deze nieuwe vorm kan niet slechts een uitbreiding zijn van de huidige transformatieve vorm van socialisme. Het moet aanzienlijk geavanceerder zijn. In zekere zin is deze nieuwe vorm een terugkeer naar het klassieke marxisme, omdat het zich moet bezighouden met de vraag hoe het kapitalisme in de kernlanden overwonnen kan worden (zij het vanuit een extern perspectief). De nieuwe modus is erop gericht het kapitalisme te overwinnen door het socialisme zelf te overwinnen.
Objectief gezien staat deze nieuwe modaliteit nog in de kinderschoenen. Op dit moment zijn we niet in staat om de algemene richting en de wetten die eraan ten grondslag liggen volledig te begrijpen. Voorlopig kunnen we alleen een schets geven van de fundamentele contouren. Om deze nieuwe vorm van socialisme in China te versterken, zijn de volgende ontwikkelingsgebieden essentieel.
1. Het verdiepen van een alomvattend theoretisch begrip van het socialisme en het opbouwen van de bijbehorende capaciteiten om een geavanceerder ontwikkelingsniveau te bereiken. De Communistische Partij van China, die leiding geeft aan de vooruitgang van het socialisme in China, moet zich bezighouden met diepgaande reflectie, alomvattende planning en formulering van langetermijnstrategieën, en zich tegelijkertijd aanpassen aan veranderende omstandigheden. Het is van cruciaal belang dat de partij deze basis legt en gebruikt als een platform om te blijven leren, haar denken te verenigen en een proces van voortdurende groei op gang te brengen. Het is met name van essentieel belang dat de partij een alomvattend begrip ontwikkelt van de staat van ontwikkeling van het land, obstakels identificeert, bevorderende en ongunstige omstandigheden en werkingsmechanismen beoordeelt en inzicht krijgt in de praktische ervaringen van het kapitalisme in de Verenigde Staten en Europa.
2. Consolidatie van alomvattende ontwikkeling. China’s vooruitgang is niet in alle sectoren gelijk: de economische, politieke, culturele, sociale en ecologische ontwikkeling vertoont verschillen in vooruitgang, prioriteiten en onevenwichtigheden. Op deze vijf gebieden moet een harmonieuze en geïntegreerde ontwikkeling worden bevorderd.
3. Bevorder hoogwaardige productiviteitsontwikkeling en versterk de materiële basis. Ondanks de opmerkelijke vooruitgang die China heeft geboekt bij het inhalen en, in sommige opzichten, overtreffen van de economische ontwikkeling van toonaangevende kapitalistische naties, staat het land nog steeds voor aanzienlijke uitdagingen als het gaat om de verdere ontwikkeling van productiviteit, productie-efficiëntie, geavanceerde technologie en materiële rijkdom. Als deze doelen niet worden bereikt, kunnen de inherente voordelen van het socialisme niet volledig worden gerealiseerd.
4. Institutionele volwassenheid en onderscheidende voordelen in bestuur versterken. Op basis van de consolidatie van de institutionele en bestuurlijke voordelen die al bestaan, is het noodzakelijk om concrete acties te ondernemen om dit proces te versnellen. Alleen op deze manier kan China institutionele kracht ontwikkelen die vergelijkbaar is met de instellingen van het westerse kapitalisme, die al eeuwen bestaan.
5. Versterk de inherente voordelen van het socialisme. Vergeleken met het kapitalisme heeft het socialisme vele unieke voordelen, zoals het feit dat het volk eigenaar is van het land; de mensgerichte aanpak van de regerende partij, die zich niet laat leiden door persoonlijke privileges of eigenbelang; het vastberaden streven naar gemeenschappelijke welvaart om extreme ongelijkheid van rijkdom te voorkomen; de gezamenlijke inspanningen om het progressieve karakter, de integriteit en het sterke leiderschap van de partij te behouden; en het belang dat wordt gehecht aan sociale harmonie en het voorkomen van fundamentele conflicten of confrontaties tussen de mensen. Deze voordelen moeten zorgvuldig worden gewaardeerd en gekoesterd, terwijl er een nieuw systeem moet worden opgezet om middelen in het hele land te verenigen en te mobiliseren in het licht van grote uitdagingen.
6. Versterking van culturele en intellectuele kracht. De Chinese beschaving, met haar onderscheidende kenmerken in taal, cultuur en denken, speelt een cruciale rol bij de opbouw van een beschaafde natie en staat in China. De integratie van het marxisme en de opkomst van een nieuwe vorm van socialisme in China zijn grotendeels te danken aan de harmonie met de rijke cultuur die geworteld is in de samenleving en het dagelijks leven. Het is noodzakelijk om China’s waardevolle culturele bronnen op creatieve wijze te kanaliseren tot een meer proactieve culturele en intellectuele kracht. China zou ook de samenwerking met andere culturen moeten bevorderen om de waarde van menselijke diversiteit te benadrukken.
7. De comparatieve voordelen van socialistische ontwikkeling wereldwijd benadrukken. De ontwikkeling van China heeft wereldwijd comparatieve voordelen gegenereerd op verschillende gebieden, ook in vergelijking met ontwikkelde kapitalistische landen. De modernisering van een land met 1,4 miljard inwoners heeft in omvang en reikwijdte die van de ontwikkelde kapitalistische landen samen overtroffen. Snelheid, lagere sociale kosten, meer inclusiviteit en een vreedzamere aanpak hebben de modernisering van China gekenmerkt en maken het tot het grootste experiment in zijn soort in de geschiedenis. China is toonaangevend op cruciale gebieden als hernieuwbare energie, milieubescherming, armoedebestrijding en technologische ontwikkeling, met opmerkelijke prestaties die niet onderdoen voor die van ontwikkelde kapitalistische landen. Met het Belt and Road Initiative is China begonnen aan een ambitieus project voor ontwikkelingssamenwerking met de landen in het Zuiden, waarmee het zijn eigen moderniseringsaspiraties bevordert. Om de wereldwijde uitdagingen aan te pakken, heeft China voorgesteld om een “gemeenschap met een gedeelde toekomst voor de mensheid” op te bouwen en heeft het verschillende initiatieven voorgesteld om wereldwijde vrede en ontwikkeling te bevorderen. China verwelkomt samenwerking, concurrentie en verschillende vormen van modernisering en ontwikkeling overal ter wereld. China zal met voldoende scherpzinnigheid en capaciteit reageren op vijandige pogingen van bepaalde landen om zijn ontwikkeling in te dammen.
Nu we het derde decennium van de 21e eeuw ingaan, draaien de raderen van de vooruitgang op volle toeren en de opkomst van nieuwe vormen van socialisme prikkelt alle denkers en beoefenaars van het socialisme. Met meer dan een eeuw socialistische ontwikkeling lijken we tot op zekere hoogte teruggekeerd te zijn naar de tijd van Marx en Engels, die zich afvroegen hoe het socialisme het kapitalisme kon overwinnen en zijn doodgraver kon worden. Vandaag de dag zien we dat het socialisme niet alleen kan doen wat aan het kapitalisme wordt toegeschreven, maar ook successen kan boeken die het kapitalisme niet kan behalen. Het socialisme in China versterkt zichzelf voortdurend en streeft ernaar om zelfs de meest geavanceerde vormen van het hedendaagse kapitalisme te overwinnen, volgens de visie van Marx en Engels, om een betere samenleving voor de mensheid op te bouwen. In deze context, met het oog op de opkomst van een nieuwe vorm van socialisme, is het noodzakelijk dat we een nieuw bewustzijn ontwikkelen.
Bron: https://thetricontinental.org/es/wenhua-zongheng-2023-4-nuevas-formas-socialismo-siglo-xxi/
Vertaald door Zannekinbond, 13 augustus 2025

































