De crisis waarin de Belgische justitie verkeert is geen toeval en evenmin het gevolg van individuele fouten alleen. Zij weerspiegelt zij het karakter van de Belgische burgerlijke staat zelf. De rechtbanken, de gevangenissen en het strafrecht worden voorgesteld als neutrale instrumenten van rechtvaardigheid, maar functioneren in werkelijkheid binnen een systeem waarin de belangen van de bezittende klassen voorrang krijgen op die van de werkende bevolking. De gewone man die dagelijks de gevolgen van economische onzekerheid, criminaliteit en sociale ontwrichting in de liberale chaosmaatschappij ondervindt, ziet hoe de justitie kampt met chronische onderfinanciering, overvolle gevangenissen en hoe fundamentele rechten met de voeten worden getreden (“grondslapers”, geïnterneerden in traditionele gevangenissen,…). Hij ziet hoe ernstige misdadigers na verloop van tijd opnieuw vrijkomen, terwijl de slachtoffers en hun families achterblijven met het gevoel dat gerechtigheid onvolledig is. De verontwaardiging die de voorwaardelijke vrijlating van meervoudig moordenaar Freddy Horion bij velen heeft veroorzaakt, is een uitdrukking van een dieper wantrouwen tegenover het bestaande systeem. De situatie van Horion is een voorbeeld van de crisis in de Belgische gevangenissen, die wordt veroorzaakt door een combinatie van structurele overbevolking, ontoereikende gezondheidszorg, personeelstekorten en langjarige onderfinanciering. De veiligheid in en buiten de gevangenissen staan onder druk van meer dan 13.000 gedetineerden, terwijl de capaciteit van de gevangenissen rond de 11.000 plaatsen schommelt. Tegelijk leeft bij de werkende klasse terecht de overtuiging dat politieke verantwoordelijken en vertegenwoordigers van de economische elite zelden persoonlijk de gevolgen dragen van hun beslissingen. In dat licht wordt bijvoorbeeld het niet bestraffen van voormalig premier Guy Verhofstadt door de politierechter ondanks bewezen feiten terecht aangehaald als een voorbeeld van klassenjustitie: één maat voor de machtigen, een andere voor de gewone bevolking. Liberale staten zijn slechts in naam rechtsstaten.
Volkssocialisme: de staat heeft verdedigingsplicht ten aanzien van antisociale elementen
Het is correct te stellen dat de werkende klasse in een burgerlijke staat en een kapitalistische omgeving steeds sneller het slachtoffer wordt van het repressieapparaat dan de machtselite en de bezittende klasse. Staatsgeweld is steeds een instrument van klassenmacht. Dat neemt niet weg dat we het ideaal van een socialistische maatschappij moeten voorop stellen waarbij een socialistische staat zowel een emancipatorische als een beschermende functie heeft. De werkende klasse heeft recht heeft op veiligheid, die ze niet moet afkopen met geldgewin via private beveiligingsbedrijven. De belangen van slachtoffers en de bredere gemeenschap wegen niet minder zwaar dan die van de dader. In onze visie zijn zware criminelen geen “slachtoffers van de maatschappij” in een zin die hun verantwoordelijkheid opheft. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen criminaliteit die voortvloeit uit armoede, marginalisering of sociale ontwrichting en criminaliteit die een uitgesproken antisociaal karakter heeft (seriemoord, verkrachting, kindermisbruik, georganiseerde drugshandel, terrorisme). Politieke gevangenen in westerse gevangenissen kunnen zelfs helemaal niet als criminelen beschouwd worden, maar behoren doorgaans tot de militante voorhoede voor fundamentele politieke en maatschappelijke verandering. Zij vallen als slachtoffers van de westerse burgerlijke staten dan ook volledig buiten het onderwerp van deze tekst.
In tegenstelling tot een liberale opvatting, waarin straf vooral een kwestie is van individuele schuld en rechten, menen we dat straf moet gezien worden als een instrument ter bescherming van de gemeenschap en, waar mogelijk, heropvoeding. Waar heropvoeding onmogelijk blijkt, kan langdurige opsluiting of in uitzonderlijke gevallen de doodstraf worden gerechtvaardigd. Wij delen de visie van o.a. Domenico Losurdo in het afwijzen van een abstract humanisme dat de rechten van de dader losmaakt van de belangen van de samenleving. Medelijden met de dader mag nooit leiden tot onverschilligheid tegenover slachtoffers, die veelal zelf uit de volksklasse komen. Het reële socialisme heeft bewezen dat men tegelijk armoede, verslaving en sociale ontwrichting kan bestrijden en toch streng optreden tegen georganiseerde misdaad en zware geweldsmisdrijven. Ook vandaag combineren de Volksrepublieken China, Vietnam, Korea,… alsook Cuba een discours over sociale oorzaken van criminaliteit met een zeer streng strafrecht ten aanzien van ernstige misdrijven. Een socialistische samenleving moet de maatschappelijke oorzaken van criminaliteit aanpakken, maar kan daarom niet tolerant te zijn tegenover wie bewust en herhaaldelijk de bevolking terroriseert, beschadigt of uitbuit.

Liberalisme: besparingsijver en fout geïnterpreteerde mensenrechten
Zowel magistraten als diverse commissies en justitiespecialisten van divers pluimage hebben herhaaldelijk gewezen op de kwalijke gevolgen van besparingen en onderfinanciering door de vele opeenvolgende liberale regeringen die publieke dienstverlening afbouwen. (We gebruiken hier “liberaal” in de ruime betekenis van het woord, die partijpolitiek overstijgt. Alle burgerlijke coalities, alle machtspartijen zijn schatplichtig aan het liberaal gedachtegoed mits accentverschillen). Personeelstekorten, verouderde informaticasystemen, onvoldoende middelen voor gerechtsgebouwen en hun beveiliging, grote achterstanden bij parketten en rechtbanken,… alsook de complexiteit van de Belgische staat (ingewikkelde bevoegdheidsverdeling, hoge werklast, frequente wetswijzigingen, trage besluitvorming, hoge schuldenlast,…) dragen bij tot de huidige rampzalige toestand die vooral de werkende klasse benadeelt.
Waar het westers mensenrechtendiscours op internationaal vlak selectief wordt toegepast om geopolitieke, imperialistische belangen te verdedigen, dienen ze op nationaal justitieel vlak het behoud van de machtsverhoudingen en de creatie van een verdeelde, verzwakte werkende klasse. De invloed van liberaal geïnterpreteerde mensenrechten op de Belgische justitie is zeer aanzienlijk. Zij leggen grenzen op aan wat de staat en de rechter kunnen doen en bevorderen een visie waarin straf niet enkel vergelding maar naast re-integratie van de dader ook een te grote nadruk op zijn rechtsbescherming omvat. De Belgische burgerlijke justitie is naast de zeer liberaal getinte Grondwet ook gebonden aan onder meer het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het Europees Hof van Justitie (voor EU-recht). In deze rechtenverklaringen en rechtspraak zien we een te sterke nadruk op de rechten van daders. Liberale interpretaties van mensenrechten leggen de nadruk op formele politieke vrijheden voor het individu, terwijl socialistische samenlevingen prioriteit geven aan sociale en economische rechten voor het individu naast gemeenschapsbelangen en -rechten.
We verwijzen andermaal naar Domenico Losurdo (1), die terecht het onderscheid maakt tussen formele en materiële vrijheid. Stemrecht, persvrijheid en individuele rechten betekenen weinig wanneer grote delen van de bevolking economisch afhankelijk blijven. Sociale rechten (werk, onderwijs, gezondheidszorg) zijn even essentieel als klassieke burgerlijke vrijheden. Losurdo verwerpt de liberale opvatting van de mens als een abstract individu met tijdloze rechten. Rechten zijn het resultaat van historische strijd en collectieve emancipatie. Ook daarom benadrukken we de rol van klassenstrijd, antikoloniale bewegingen en nationale bevrijdingsbewegingen. We verwerpen niet het idee van menselijke waardigheid of rechten, maar stellen in navolging van Losurdo dat de liberale mensenrechtenideologie ten onrechte haar eigen historische ontwikkeling voorstelt als universeel, neutraal en consequent, terwijl zij in werkelijkheid verweven is geweest met kolonialisme, klassenheerschappij en ongelijke machtsverhoudingen.
We wijzen als Vlaamse nationaalrevolutionairen dan ook niet enkel de Belgische staat en de EU af, maar achten ons evengoed niet schatplichtig aan de westers-liberale ideologische rechtenverklaringen. We pleiten niet voor de afschaffing van rechten, maar voor een historische en materiële opvatting van emancipatie, waarin burgerlijke vrijheden worden aangevuld met sociale rechten, gemeenschapsrechten en het recht op nationale zelfbeschikking. We zijn geen tegenstander van mensenrechten op zich, maar wijzen de liberale monopolisering en selectieve toepassing ervan beslist af.
Een aanzienlijk deel van de bevolking vindt dat zware criminelen te licht gestraft worden en / of hun straf volledig zouden moeten uitzitten, en staat wantrouwig tegenover vervroegde invrijheidstelling. Rechters moeten wetten en beslissingen echter toetsen aan de rechtsnormen waar de Belgische bourgeoisstaat zich toe verbonden heeft. Een terugkerende kritiek is dat er in Europa veel aandacht gaat naar de detentieomstandigheden van individuele gevangenen, terwijl structurele problemen zoals massale werkloosheid, dakloosheid, armoede of de sociale gevolgen van neoliberale hervormingen niet als mensenrechtenkwesties worden beschouwd. Een groeiend deel van de werkende klasse heeft moeite met de liberale “rechtsstaat” als een systeem waarin individuele rechten en procedurele waarborgen zwaarder wegen dan collectieve veiligheid en maatschappelijke rechtvaardigheid. Ook de weerstand tegen decadentie en liberale permissiviteit ten aanzien van druggebruik groeit, en zijn net als de sterker wordende georganiseerde criminaliteit uitwassen van kapitalistische of burgerlijke samenlevingen waarin onrecht en ongelijkheid zegevieren. Een aanzienlijk deel van het westers marxistisch kamp is aangetast door liberale denkbeelden die naast identiteitspolitiek ook tot uiting komt in bijvoorbeeld laksheid en aanvaarding ten aanzien van druggebruik. Ze moeten net als de regimeknechten van uiterst-rechts zondermeer als politieke tegenstanders beschouwd worden.
Grootschalige drugsdealers, pedofielen (pedofilie is een extreme vorm van uitbuiting en geweld tegen kwetsbaren),… zijn contrarevolutionairen die een bedreiging voor de gemeenschap vormen. In de socialistische traditie hebben individuele vrijheden geen absoluut karakter. Repressie en preventie zijn niet tegengesteld aan elkaar, maar vullen aan. Als druggebruik de gemeenschap schaadt, kan de staat volgens die opvatting ingrijpen met zware gevangenisstraffen, verbeurdverklaring van vermogen, verplichte ontwenningsprogramma’s,… Ook de uiterste sanctie van de doodstraf kan gerechtvaardigd zijn, en dat vergt zoals eerder gesteld een afwijzing van de zeer liberaal gekleurde (inter-)nationale rechtsregels waarin de Belgische bourgeoisstaat ageert. Zo is binnen de EU de doodstraf onverenigbaar met lidmaatschap (artikel 2 EU-Handvest en het EU-verdragsrecht) en verbieden Protocol 6 en 13 van de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens (ECRM) de doodstraf. Reformistische voorstellen zoals uiterst-rechts doet, zijn dan ook pleisters op een houten been. Ze verleiden een aanzienlijk deel van de werkende klasse voor louter electorale doelstellingen maar hebben geen enkele inhoudelijke waarde. Een andere, rechtvaardige justitie op maat van de werkende klasse is slechts mogelijk via gedegen systeemkritiek en de strikte afwijzing van de burgerlijke politiek en haar ideologisch gekleurde institutionele verbanden. De socialistische staat met haar “dictatuur” van de werkende klasse biedt in tegenstelling tot de westerse liberale staat de zekerheid van bescherming van sociale rechten, waaronder het recht op veiligheid voor de gewone man. Het biedt orde, solidariteit en sociale verantwoordelijkheid daar waar de liberale plutocratieën verworden tot decadente maffiastaten waarin individualisme gepaard gaat met het recht van de sterkste.
Eindnoot:
(1) Domenico Losurdo, Critique de l’apolitisme. La leçon de Hegel d’hier à nos jours. Éditions Delga, Parijs, 2012, pp 66-69.



































