Los van Frankrijk II

Inleiding

Het Vlaams-nationalisme heeft in het verleden terecht altijd al een sterk standpunt ingenomen tegen het Frans imperialisme. De reden daarvoor is niet ver te zoeken. Frankrijk werd er terecht van verdacht een actieve politiek te voeren die erop gericht was België te integreren in de Franse invloedssfeer. De verfransing van België was Frankrijks belang en de Vlaamse Beweging was een sta-in-de-weg. Het Frans-Belgisch militair akkoord (7 september 1920) werd beschouwd als een ultiem bewijs van het Franse imperialisme en de schuldige medeplichtigheid van de Belgische machthebbers (1). Bovendien werd het beschouwd als een poging om Vlaanderen te gebruiken als een Franse buffer bij een nieuw Europees conflict. Het akkoord werd vereenzelvigd met de militarisering van België, de strijd tegen het akkoord met antimilitarisme. Voor Frankrijk paste het akkoord in de strategische omsingeling van Duitsland, terwijl voor België de bescherming door een sterke bondgenoot vooropstond, al zag het de exclusieve en semi-verdragsrechtelijke band ook als pasmunt in een nationalistisch-annexionistische politiek ten aanzien van het Groothertogdom Luxemburg, en het werd door bijna iedereen gezien als een tegengewicht voor de Vlaamse eisen. De agitatie rond het Frans-Belgisch militair akkoord luwde niet meer tot het werd beëindigd. De IJzerbedevaart van 1935 stond volledig in het teken van ‘Los van Frankrijk’.(2) In de tweede helft van 1935 organiseerde het Verbond van Vlaamse Oudstrijders (VOS) overal betogingen tegen het “bloedakkoord”, vergezeld van de eis tot ontwapening. Het Franse imperialisme met zijn zogenaamde “beschavingsmissie” (mission civilisatrice) kan niet los worden gezien van economische motieven.

Vlaams verzet tegen het Frans-Belgisch militair akkoord (bron: ADVN)


“Frans imperialisme” is een onderdeel van het bredere westers imperialisme, maar het heeft tegelijk eigen kenmerken en spanningen binnen dat geheel. Het deelt de economische en geopolitieke logica van het westerse imperialisme — export financieel kapitaal, controle over markten en grondstoffen, prestige, dominantie over de wereldzeeën — maar legde daarnaast steeds eigen accenten: meer nadruk op cultuur en universele liberale waarden, taalimperialisme (via de Francophonie) en bepaalde neokoloniale structuren (bijv. Françafrique) (3). De gebruikte culturele of ideologische argumenten waren en zijn een ideologische dekmantel voor economische belangen en legitimatie van het economisch systeem. Industrieel kapitaaloverschot en beperkte investeringsmogelijkheden in Europa zorg(d)en voor kapitaalexport vanuit Frankrijk. Modern imperialisme werkt in Europa uiteraard niet via klassieke kolonies zoals in Afrika en militaire bezetting (met uitzondering van de zes graafschappen in noordelijk Ierland). Hier creëert het afhankelijkheid, zonder dat er geweld aan te pas komt.

“Europese integratie” als alibi voor Franse controle over strategische economische sectoren

Vandaag zien we dat Franse staat en haar machtselites graag de eigen nationale belangen in een Europese verpakking stoppen. Daarnaast zien we dat Frankrijk een aanzienlijke macht heeft opgebouwd binnen België: het domineert bijvoorbeeld de energieproductie (Engie, EDF, TotalEnergies). Ongeveer driekwart van de elektriciteitsproductie in België is in Franse handen. Het debat gaat dan ook beter niet over de wijze waarop geproduceerd wordt (de discussie over kernenergie) maar wel over wie die productie beheert en controleert. Hetzelfde geldt min of meer voor de Belgische defensie-industrie, die ook door Frankrijk gedomineerd wordt. In elk geval bevinden de beslissingscentra van deze industrie zich meestal niet (meer) in België. Al op het einde van de Koude Oorlog waren er stemmen die wezen op hernemende Franse machtshonger over België om een leidende positie binnen de Europese Unie te bekomen en de Franse belangen finaal als “de Europese belangen” voor te stellen.(4) Op Europees vlak speelt België niet de Vlaamse maar wel de Franse kaart. Ook onder leiding van De Wever. 

Op 17 juni 2024 tekende de Belgische regering een ‘memorandum of understanding’ (MoU) met Frankrijk om de land-defensie industrieën van beide landen intensiever te koppelen. Net als inzake energie is ook hier de Belgische liberale politieke elite schuldig. Als gevolg hiervan is bijvoorbeeld het bedrijf John Cockerill Defense nu een gemengd Frans-Belgisch industrieel belang. Het Belgische bedrijf Mecar (vroeger PRB) werd in 2014 volledig overgenomen door het Franse concern Nexter Systems. Sinds kort produceert KNDS (50% eigendom private Duitse familie Wegmann en 50% Franse overheid) de artilleriegranaten voor de (toekomstige) Caesar-kanonnen van het Belgisch leger.(5) Voor de buitenwacht wordt dit uitgelegd als “Belgische autonomie”. FN-Herstal is via versmelting met de Franse groep Sofisport nadrukkelijk in de Franse invloedssfeer terecht gekomen. Raketproducent Forges de Zeebrugge werd in 2017 volledig overgenomen door de Franse defensiegroep Thales. Op vlak van militaire luchtvaart was de Franse greep op industriële activiteit in België al langer zeer sterk via o.a. Safran. Dat men de aankoop van de Amerikaanse F-35 niet uitlegt als een bewijs van onafhankelijkheid ten aanzien van Frankrijk! De F-35A is nooit onderwerp van een keuzedebat geweest omdat enkel de F-35 aan de Belgische nucleaire plicht van het NAVO-bondgenootschap kon voldoen.

De leidende elite in België is ofwel blind ofwel positief voor de Franse imperialistische machtspolitiek. Dat geldt ook voor het hedendaagse partijpolitieke Vlaams-nationalisme. Nochtans valt het anderen in Europa wel op! De toekomst van het zogenaamd FCAS (Future Combat Air System) project, waarbij diverse Europese naties (waaronder Frankrijk, Duitsland, Spanje,…) werken aan een opvolger voor de Typhoon en Rafale gevechtsvliegtuigen, hangt al aan een zijden draadje omdat Frankrijk via Dassault te veel de eigen wensen en belangen naar voren schuift ten koste van de anderen (6). In juli 2025 mocht bondskanselier Merz omwille van deze kwestie al op de koffie bij Macron, op dat moment uiteraard politieke loopjongen van Dassault. Het staat in de sterren geschreven dat het Frans eigenbelang opnieuw zal leiden tot een breuk met de andere Europeanen, zoals dit decennia geleden leidde tot de aparte ontwikkeling van de Duits-Brits-Spaans-Italiaanse Typhoon straaljager naast de Franse Rafale.

Versterking van het Belgisch-Frans NAVO-leger, met actieve “Vlaams-nationale” hulp.

De nauwe samenwerking tussen het Belgische en Franse leger binnen het CaMo-project (Capacité Motorisée), is een strategisch samenwerkingsprogramma tussen België en Frankrijk. Het is het resultaat van een gezamenlijke politieke en militaire beslissing, ondersteund door zowel de regering onder leiding van Charles Michel als de daaropvolgende Belgische regeringen waarvan ook de zogezegd “Vlaams-nationale” N-VA deel uitmaakt(e). Het doel was om de Belgische Landcomponent te moderniseren door de aanschaf van Franse wapensystemen, evenals de integratie in het Franse SCORPION-programma voor interoperabiliteit.(7) Deze beslissing werd ondersteund door de toenmalige minister van Defensie, Steven Vandeput (N-VA). Hoewel het project brede politieke steun genoot, was er al snel interne kritiek. Niet zozeer de afhankelijkheid en onderdanigheid ten aanzien van Frankrijk, maar wel met betrekking tot de beperkte economische voordelen voor België. Premier Bart De Wever (N-VA) moest tijdens een bezoek aan Parijs in april 2025 gaan bedelen om een herziening van de economische return voor België. Begin juni 2025 kwam daar bovenop een negatief rapport van het Rekenhof.(8)

Het partnerschap omvat ook een operationeel luik, met trainingen, opleidingen en onderhoud van het materiaal. De betrokken eenheden van beide legers zullen quasi-identieke structuren aannemen. Opleidingen en trainingen worden voortaan volledig op Franse leest geschoeid, wat maakt dat een Belgische compagnie zonder voorafgaande voorbereiding deel kan uitmaken van een operatie van een Frans bataljon en vice versa. De samenwerking met de veel grotere Franse landmacht biedt de Belgische Landcomponent, toegang tot “zaken die men in België niet meer heeft” (tanks, gevechtshelikopters,…), zo klinkt het. Een nep-argument gelet op het feit dat er ook andere Europese landen zijn die samenwerking met die schaalvoordelen kunnen bieden. Maar het maakt er de afhankelijkheid natuurlijk niet minder op… 

De Belgische Landcomponent gebruikt nu de Franse Griffon- en Jaguar-voertuigen, volledig geïntegreerd met het Franse SCORPION-systeem. Dit systeem koppelt voertuigen, commandoposten en infanterie via een Frans geüniformeerd gevechtsinformatiesysteem in netwerken om zgn. “collaborative combat” mogelijk te maken. Belgische eenheden zijn daardoor technisch en operationeel geschikt om tegelijkertijd met Franse eenheden te opereren. Communicatie, sensoren en tactische doctrines zijn afgestemd op het Franse concept. Daarnaast is de volledige toekomstige artillerie van het Belgisch leger van Franse afkomst (Caesar NG 155mm, Griffon 120mm mortieren en gezamenlijke ontwikkeling van een artillerieraket-systeem vergelijkbaar met Himars). Ook het belangrijkste antitankwapen wordt Frans, het Akeron-systeem. In het kader van de samenwerking heeft het Belgische leger jaren geleden al permanent officieren afgevaardigd naar de generale staf van de Franse landmacht en de bewapeningsafdeling van het Franse ministerie van Defensie. In 2019 kondigde voormalig generaal Thys aan dat hun aantal en belang nog zou stijgen (9).

In de toekomst kunnen Vlamingen via Belgische legereenheden dus worden ingezet met Frans materieel en onder Frans bevel om Franse neokoloniale en imperialistische belangen te verdedigen! In de voorbije jaren heeft België meermaals Franse neokoloniale belangen militair ondersteund in West-Afrika (“Françafrique”). In de toekomst is dit technisch en operationeel nog veel beter mogelijk dankzij het CaMo-project en kan dit met partijen zoals de MR perfect door de Belgische politieke besluitvorming geloodst worden. Deze huidige situatie is veel meer verregaand dan wat zich in het Interbellum afspeelde, weliswaar onder andere geopolitieke en Europese verhoudingen (neutraliteitskwestie, zwakte van de Volkenbond,…) maar -en dit is het belangrijkste- we eindigen in een situatie waarin Vlamingen in een ondergeschikte positie imperialistische Franse belangen dienen op militair vlak. Dit zou, voor al wie de Vlaamse ontvoogding een warm hart toedraagt, niet één maar veel bruggen te ver moeten zijn.

Historisch verzet tegen militarisme en (Frans) imperialisme. Ook voor de toekomst!

Besluit

We blijven met Zannekinbond herhalen dat het Belgisch leger doorheen de jaren geen neutrale overheidsinstelling geworden is, haar primaire taak is en blijft de verdediging van de Belgische belangen en de integriteit van het Belgisch grondgebied, ook al kadert dit nu uitdrukkelijk in internationale samenwerking en operaties binnen de schoot van het NAVO-bondgenootschap. Dat doen we niet uit pacifistisch oogpunt, het is het resultaat van consequent doorgetrokken anti-imperialisme. Laat er geen twijfel over bestaan: de kern van het westers imperialisme (en bijgevolg ook het staatkundig status quo in Europa ten nadele van volkeren zonder staat) huist in de financieel-economische macht van Washington. De VSA domineert militair, economisch, financieel, cultureel over Europa en de Belgische staat met haar leidende elites heeft zich daar stevig in genesteld.

Het wijzen op het gevaar dat we in he huidige tijdperk met Vlaanderen via België opnieuw in Franse afhankelijkheid terechtkomen, is geen vrijbrief om dan maar de afhankelijkheid op een aantal domeinen ten aanzien van de VSA nog te verhogen. Wel integendeel! Het is een oproep aan de Vlaamse bevolking in het algemeen en aan de Vlaamse Beweging in het bijzonder om zich te bezinnen over de betekenis van imperialisme in onze tijd en het is wel tijd voor een nieuwe ‘Los van Frankrijk’! Elke Vlaamse euro die naar het Belgisch leger vloeit, is een Vlaamse euro voor het behoud en de versterking van België en zowel de Amerikaanse invloed als de Franse macht over onze contreien. Elke woordelijke steun aan de Belgische defensie, voor reactivering van Belgische legerdienst (nooit afgeschaft, enkel opgeschort in 1995),… uit de mond van een zichzelf Vlaamsgezind noemend persoon is finaal een woord ter versterking van België en het Frans / Westers imperialisme. Zelfgenoegzaam burgerlijk Vlaanderen mag tegenwoordig dan wel moeite hebben met het oubollig klinkend begrip “imperialisme” en het als een spook uit het verleden beschouwen, uiteindelijk geldt nog steeds: “als het beestje blaft als een hond, loopt als een hond en bijt als een hond, dan is het waarschijnlijk een hond.”

Eindnoten:

(1) https://www.widopedia.eu/geschiedenis-100-jaar-geleden-tekenden-belgie-en-frankrijk-een-militair-akkoord/
(2) PROVOOST G., ‘Vlaanderen en het militair-politiek beleid in België tussen de twee wereldoorlogen.’, Davidsfonds, Leuven, 1977, pp.216-219
(3) https://nation.africa/kenya/news/africa/what-is-fran%C3%A7afrique-inside-the-shifting-influence-of-france-in-africa-5253638#google_vignette
(4) BROCKMANS H. (red.), ‘Vlaanderen: een Franse kolonie?’, Davidsfonds, Leuven, 1993, p.86
(5) https://defence-industry.eu/knds-belgium-opens-new-155mm-artillery-shell-production-unit-to-strengthen-european-capacity/
(6) https://nl.investing.com/news/stock-market-news/merz-wil-vasthouden-aan-fcasgevechtsvliegtuigakkoorden-met-frankrijk-93CH-534703
(7) https://www.defense.gouv.fr/eurosatory/the-scorpion-programme
(8) https://defensieblog.com/2025/06/09/dossier-camo-rekenhof-analyse/
(9) https://www.hln.be/buitenland/frans-leger-onthult-pantserwagens-waarmee-belgisch-leger-wordt-uitgerust~a1faf27f/