Laten we Europa uit de Europese Unie halen!

“Europa is een machine om Frankrijk te hervormen ondanks zichzelf.”
(Denis Kessler. Voormalig nummer 2 van de MEDEF in de jaren 2000)

De leiders van de partijen van het systeem zijn zich al aan het voorbereiden op de Europese verkiezingen. Ze zullen plaatsvinden in een context van diepe crisis van het “Europese model”. De populistische golf en sommige lidstaten (zoals Hongarije, Polen en Italië) zetten vraagtekens bij de werking van de Europese Unie.

Tot dusver heeft deze electorale termijn de massa’s niet in beweging gebracht. De arbeidersklasse heeft niets aan een machteloos parlement, een eenvoudige valideringskamer voor de beslissingen van een technocratie van hoge ambtenaren en een speeltuin voor de dubieuze fauna van lobbyisten.

Het is een feit dat de Europese Unie al lang geen droom meer is voor de Europeanen. Maar vandaag garandeert zij niet langer hun relatieve economische welvaart en hun bescherming tegen de transformaties in de wereld.

Sinds de economische crisis van eind jaren 2000 bevestigen alle beschikbare macro-economische gegevens, ook die van de eigen organisaties van de Europese Unie, een langzame achteruitgang van de West-Europese economieën. Dit fenomeen, gekoppeld aan een scherpe daling van de industriële productie en deflatoire tendensen, wordt versterkt door de bereidheid van de EU om het vrijhandelsdogma te handhaven en de duidelijke tekenen van de crisis die de belangrijkste Europese economieën verlamt, te ontkennen. Met andere woorden, in tegenstelling tot wat het dogma van de Europese kapitalistische integratie beweert, is de Europese Unie geen “oase” te midden van de wereldwijde economische en financiële aardbeving gebleken, noch is zij, zoals wordt beweerd, een “bolwerk tegen de kwalen van de globalisering” geweest. Integendeel, zij heeft gezorgd voor het behoud van het kapitaal ten koste van de Europese werknemers.

Een andere mythe die aan de EU ten grondslag ligt en aan het instorten is, is die van haar rol als hoedster van de vrede in Europa. De Europese Unie blijkt niet in staat de veiligheid van de Europeanen te garanderen. De EU is niet in staat haar offensief democratisch discours te voeren, lokt de ergste externe destabilisaties uit (denk aan haar rol in het uiteenvallen van Joegoslavië in de jaren negentig en haar betrokkenheid bij de westerse humanitaire oorlogen in de jaren 2000) en verschuilt zich altijd achter de NAVO voor bescherming tegen de stormen die zij in het oosten uitlokt. De desintegratie van de Europese samenlevingen versnelt tegen de achtergrond van het islamitisch terrorisme en de migratiegolven die de indruk wekken van het einde van het imperium, waardoor de moed van veel Europeanen wordt ondermijnd.

Terecht verwerpen de Europeanen de EU als een buitenlands en parasitair orgaan. Haar structuur is niet meer dan een enorme bureaucratie die van binnenuit wormstekig is. De EU moet plaats maken voor het echte Europa! Europese verkiezingen moeten de gelegenheid zijn om een echt debat te openen over de aard van de Europese constructie, over haar doelstellingen en over het alternatief dat bestaat voor haar val. Maar het ziet ernaar uit dat dit debat door een slinkse greep van de media uit de weg zal worden gegaan. Als onze leiders het gebrek aan belangstelling en enthousiasme van de burgers over deze kwestie hekelen, zullen zij niet het risico nemen de doos van Pandora van het democratisch debat te openen. De slechte verrassing van de overwinning van het NEE bij het referendum over de Europese Grondwet zou zich opnieuw kunnen voordoen. Het volk mag niet worden voorgelicht over de werkelijke doelstellingen van het “Europese project”, want dan zou het zijn lot in eigen handen kunnen nemen. De voorstanders van de EU zullen met de vogelverschrikker van het herboren fascisme zwaaien. Het is gemakkelijk en het werkt nog steeds, maar de realiteit zou wel eens in de weg kunnen staan.

De EU

Een zware erfenis …

Sinds haar ontstaan heeft de Europese constructie ten dienste gestaan van de verdediging en verbreiding van het liberale economische en politieke model. De glorieuze “founding fathers” van de Unie waren geen zoete idealistische dromers of belangeloze filantropen, maar technocraten en pragmatische zakenlieden. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog was het duidelijk: in Europa moest een eengemaakte economische ruimte tot stand worden gebracht om de ontwikkeling van grote industriële groepen mogelijk te maken. Dit idee had reeds in de jaren twintig voet aan de grond gekregen in zakenkringen en onder jonge hoge ambtenaren. De bijna totale ineenstorting van de Europese economie na de oorlog en de verzwakking van de macht op het continent maakten de uitvoering van hun plan mogelijk.

Zakenman Jean Monnet en politicus Robert Schuman: grondleggers van de naoorlogse, Atlantisch getinte Europese eenmaking. Van meet af aan werd eenmaking in het teken van kapitalistische economische belangen en het verzwakken van naties opgevat.

Het gebrek aan doorzichtigheid, het ondemocratische karakter en de absolute macht van een minderheid kenmerken de Europese constructie vanaf haar begin. Zo werd het Schuman-plan, dat als de geboorteakte van het economische Europa wordt beschouwd, in het diepste geheim voorbereid. Het werd opgesteld door negen Europese technocraten onder leiding van Jean Monnet, die geen verantwoording hoefden af te leggen aan hun respectieve regeringen (maar zij hadden er wel voor gezorgd dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, een grote vriend van Jean Monnet, bij hun aanpak werd betrokken). Het werd op 9 mei 1950 openbaar gemaakt en zal de eerste mijlpaal vormen in het einde van de soevereiniteit van Naties en Volkeren ten gunste van een supranationale macht. Op 18 april 1951 werd tussen Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux de overeenkomst tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal ondertekend: er werd een gemeenschappelijke markt voor deze goederen tot stand gebracht (douanerechten werden afgeschaft en protectionistische maatregelen of steun aan nationale producenten verboden). Bij deze gelegenheid werd de vrije mededinging bevestigd als beginsel van deze nieuwe ruimte.

Dit verdrag verbond de ondertekenende landen voor vijftig jaar, zonder enige raadpleging van de burgers. Met de steun van de werkgevers (die verscheidene miljoenen frank investeerden in propaganda voor de gemeenschappelijke markt), gerecycleerde voormalige “Vichy”-ambtenaren, bepaalde socialisten en radicalen van de SFIO, maar vooral van de sociaal-democraten en de christen-democraten, werd het Europese integratieproces nooit aan de ratificatie door de bevolking onderworpen. In de Assemblée Nationale lokte het protest uit van de communistische en gaullistische afgevaardigden, die het zagen als een verlies van nationale onafhankelijkheid. Maar aangezien de technocraten de parlementen minachtten en het democratisch proces omzeilden, werd deze vorm van gedwongen doorgang in elke fase van de opbouw van de Europese Unie toegepast.

De USA als eisende partij voor het neerhalen van Europese grenzen. Amerikaanse overproductie in Europa dumpen en terzelfdertijd socialisme en nationalisme in Europa verzwakken.

De Verenigde Staten stonden meer dan welwillend tegenover dit project. Het Marshallplan voor de wederopbouw van West-Europa was immers geen hulpplan zonder tegenprestatie. Het had ook tot doel een eengemaakte economische ruimte te creëren die gericht was op de Atlantische Oceaan en afhankelijk was van de militaire macht van de VS.

Deze nieuwe markt vormde een garantie voor de verankering van de Europese landen in de westerse wereld, omdat daardoor zowel de verspreiding van het communisme kon worden tegengehouden als onze economieën konden worden opengesteld voor de Amerikaanse overproduktie. In die tijd was er absoluut geen sprake van een uitbreiding van Europa naar het oosten. De USSR en de landen van het Sovjetblok werden automatisch uitgesloten van deze zone, die volledig openstond voor Amerikaans vertrouwen en onder de bescherming van de NAVO werd geplaatst. De CIA investeert via een heel netwerk van stichtingen en beïnvloedingsclubs (zoals de beroemde Bilderberg) grote sommen geld om de media, de jeugd en de politieke kringen in deze richting te beïnvloeden.

De Europese Unie, een globalistische bulldozer

Het vervolg is bekend, met het Verdrag van Rome van 1957 treedt Europa vol in de mondialisering met de geleidelijke afschaffing van de beperkingen op het internationale handelsverkeer en de totale herstructurering van de productie en de Europese economie.

In de jaren 1970 en 1980 zal de Europese Economische Gemeenschap de apostel zijn van een industrieel beleid waarvan de principes relatief eenvoudig zijn, ondanks bepaalde verklaringen van Lissabon in 2000: de markt de voorkeur geven aan de ontwikkeling van de meest concurrerende sectoren op een bepaald moment of in de toekomst (zoals de tertiaire sector en de nieuwe technologieën) en de herstructurering versnellen – om de liquidatie te begrijpen – van de sectoren in moeilijkheden (zware industrie, lokale productie). Dit principe geldt voor de hele EU, maar ook voor Europese industriegebieden afzonderlijk (het geval van het Noorden of Lotharingen). We kennen de menselijke kosten van dit beleid met de miljoenen werkloze Europeanen die aan de zijlijn blijven staan.

De fijne monetaire discipline die jaar na jaar in Europa wordt opgebouwd met de steun van de communautaire instellingen en de nationale regeringen, moet worden toegejuicht zoals het hoort: in 1990 draaide een Europese economische ruimte die werd gedomineerd door de Westduitse industrie en kredietverlening en onderworpen was aan een monetair beleid dat ongunstig was voor groei en werkgelegenheid, op volle toeren. De invoering van de euro en de Europese Centrale Bank aan het einde van de jaren negentig vormden de bekroning van een proces dat de overwinning betekende van ultraliberale economische beginselen en, daarachter, van kosmopolitisch kapitaal dat ongehinderd circuleerde op de aandelen- en geldmarkten van de wereld. Helaas voor onze Europese bankiers lijkt de huidige crisis hun mooie voorspellingen teniet te doen.

Maar Europa was een prachtig voorwendsel voor de regeringen van de verschillende lidstaten. Zij hadden een perfecte rechtvaardiging om een grootscheeps beleid van sociale vernietiging te voeren. Vernietiging van sociale uitkeringen, deregulering en openstelling voor concurrentie, privatisering van openbare diensten: de EU heeft de rol van dirigent gespeeld, door een internationale coördinatie van regeringen mogelijk te maken om de werknemers de pil van de bezuinigingen beter te laten slikken.

Louis Alexandre

Oorspronkelijk gepubliceerd op: Rébellion-OSRE