De lifestyle-linksen leven in een andere wereld

Door Sahra Wagenknecht, Die Linke

Zij beschouwen de natiestaat als een verouderd model en zichzelf als wereldburgers; zij vinden hard werken en inspanning niet cool: de links-liberalen. Een afrekening.

Wat is links vandaag? Wat is rechts? Veel mensen weten het niet meer. Zij beschouwen de oude categorieën als achterhaald. Ze weten slechts één ding zeker: ze hebben vaak een hekel aan de publieke uitspraken die ze onder het label links klasseren. En ze wantrouwen ten zeerste het milieu dat ze ermee associëren.

Jarenlang was dit anders. Links stond ooit voor het streven naar meer rechtvaardigheid en sociale zekerheid, het stond voor verzet, voor de opstand tegen de upper ten thousand en de inzet voor al diegenen die niet in een welgesteld gezin waren opgegroeid en hun brood moesten verdienen met hard, vaak weinig inspirerend werk.

Vanuit links was het doel om deze mensen te beschermen tegen armoede, vernedering en uitbuiting, om onderwijskansen en kansen op vooruitgang voor hen te openen, om hun leven eenvoudiger, overzichtelijker en gemakkelijker te plannen te maken. Linkse mensen geloofden in het vermogen om beleid vorm te geven binnen het kader van de democratische natiestaat en dat deze staat de resultaten van de markt kan en moet corrigeren.

Levensbeschouwelijk links en moraal

Deze traditionele linksen bestaan vandaag de dag nog steeds. Verhoudingsgewijs kom je ze vaak tegen in vakbonden, vooral op de lagere niveaus. In de meeste sociaaldemocratische partijen zijn ze al in de minderheid, althans in de leidinggevende echelons.

Tegenwoordig wordt het publieke beeld van sociaal links gedomineerd door een type dat we hierna lifestyle-links zullen noemen, omdat voor hen de nadruk van linkse politiek niet langer ligt op sociale en politiek-economische problemen, maar op kwesties van levensstijl, consumptiegewoonten en morele attitudes.

In zijn zuivere vorm belichamen de groene partijen deze linkse levensstijlpolitiek, maar zij is ook de dominante stroming geworden in de sociaaldemocratische, socialistische en andere linkse partijen in de meeste landen. Voor het politiek-culturele wereldbeeld van lifestyle-links is de term linksliberalisme in de afgelopen tijd ingeburgerd geraakt.

Lifestyle-links leeft in een andere wereld dan de traditionele en definieert zich aan de hand van andere zaken. Zij is bovenal kosmopolitisch en vanzelfsprekend voorstander van Europa, ook al verstaat iedereen onder deze modewoorden misschien iets anders. Zij bekommert zich om het klimaat en komt op voor emancipatie, immigratie en seksuele minderheden.

Tot zijn overtuigingen behoort dat hij de natiestaat als een achterhaald model beschouwt en zelf een wereldburger is die weinig binding heeft met zijn eigen land. In het algemeen hecht de linkse levensstijlmens meer waarde aan autonomie en zelfverwerkelijking dan aan traditie en gemeenschap. Hij vindt traditionele waarden als prestatie, ijver en inspanning niet cool.

Het fortuin van papa en de relaties van mama

Dit geldt vooral voor de jongere generatie, die zo zachtjes in het leven werd geloodst door zorgzame, meestal welgestelde helikopterouders dat ze nooit kennis hebben gemaakt met existentiële sociale angsten en de druk die daaruit voortvloeit. Het kleine fortuin van papa en de relaties van mama bieden tenminste zoveel zekerheid dat zelfs langere onbetaalde stages of professionele mislukkingen kunnen worden overbrugd.

Aangezien de linkse lifestyle-mens nauwelijks persoonlijk in aanraking is gekomen met het sociale vraagstuk, interesseert het hem meestal slechts marginaal. Zij willen dus wel een rechtvaardige en discriminatievrije samenleving, maar de weg ernaartoe loopt niet meer via de stoffige oude vraagstukken van de sociale economie, d.w.z. lonen, pensioenen, belastingen of werkloosheidsverzekering, maar vooral via symboliek en taal.

In het dagelijks taalgebruik wordt dan ook voortdurend gezocht naar woorden die iemand zouden kunnen beledigen en die voortaan vermeden moeten worden. Daarvoor in de plaats komen dan nieuwe woordcreaties, die, althans bij de streng gelovigen onder de lifestyle-links, leiden tot een zeer eigenzinnige vorm van uitdrukken die slechts een beperkte band heeft met de Duitse taal.

Voor buitenstaanders is het misschien niet duidelijk wat de discriminatie is van termen als “vluchteling” of “lessenaar”, of van de aanduiding “moeder” of “vader”, of waarom er altijd dubieuze sterretjes in het midden van linkse teksten staan, maar degenen die tot de inner circle behoren kennen de regels en houden zich eraan.

Een andere noodzaak is het vermijden van zogenaamde triggerwoorden, d.w.z. codes die onschuldig klinken maar naar verluidt bij bepaalde groepen trauma’s teweegbrengen of door rechtse partijen worden gebruikt om hun onmenselijke ideologie te camoufleren. “Vaderland” en “volk” horen daarbij en zijn bijgevolg taboe, zelfs de term “immigrant” is op zijn minst lastig omdat allen die naar Europa komen vluchtelingen zijn, en “vreemden” of “parallelle werelden” bestaan al helemaal niet.

De typische linkse levensstijlmens woont in een grote stad of op zijn minst in een chique universiteitsstad en zelden in plaatsen als Bitterfeld of Gelsenkirchen. Hij studeert of heeft een universitair diploma en een goede kennis van vreemde talen, is voorstander van een post-groei-economie en let op biologisch voedsel. Discount-vleeseters, diesel-automobilisten en low-cost-reizigers naar Mallorca zijn voor hem een gruwel.

Dat wil niet zeggen dat hij zelf niet met de auto rijdt of nooit in een vliegtuig stapt. Maar het gaat hem niet om Ballermann-toerisme, maar om educatieve reizen die helpen andere culturen te leren kennen, de laatst overgebleven wilde orang-oetans te bezoeken of dichter bij het eigen innerlijk te komen in een Ayurvedahotel. Dat daar tegenover staat dat binnenstedelijke reizen vaak per fiets of elektrische tweede auto worden afgelegd, verlicht het geweten.

Wat de linkse levensstijl zo onaantrekkelijk maakt in de ogen van veel mensen, vooral de minder bedeelden, is zijn duidelijke neiging om zijn privileges te verwarren met persoonlijke deugden en om zijn wereldbeeld en levenswijze te verheerlijken als het toppunt van progressiviteit en verantwoordelijkheid.

Het onmiskenbare gebrek aan medeleven

Het is de zelfgenoegzaamheid van de moreel superieure die veel linkse levensstijlisten uitstralen, de al te druk tentoongespreide overtuiging dat zij aan de kant staan van het goede, het juiste en de rede. Het is de arrogantie waarmee zij neerkijken op de leefwereld, de ontberingen, zelfs de taal van die mensen die nooit naar de universiteit hebben kunnen gaan, in een kleine stad wonen en de ingrediënten voor hun barbecue bij de Aldi halen omdat het geld tot het eind van de maand mee moet.

En het is het onmiskenbare gebrek aan medeleven met degenen die veel harder moeten vechten voor hun kleine beetje welvaart, als ze die al hebben, en die misschien ook daardoor soms harder of grimmiger overkomen en in een slechtere stemming zijn.

Een moeilijk te ontkennen onverdraagzaamheid draagt zeker ook bij tot de lage publieke status van de linkse levensstijl. Mensen die van hun karige salaris met moeite één keer per jaar een vakantie kunnen betalen, of die ondanks een leven lang werken van een karig pensioen moeten rondkomen, stellen het niet op prijs dat hun wordt gepredikt afstand te doen van mensen die in hun leven nog nooit iets hebben gewild.

En men wil niet de les gelezen worden over immigratie als een grote verrijking voor onze samenleving door uitgerekend vrienden van het multiculturalisme, die ervoor zorgen dat hun eigen kinderen naar een school gaan waar ze alleen in literatuur- en kunstlessen kennis hoeven te maken met andere culturen.

Over klootjesvolk en covidioten

Er zijn de lifestyle-linksen die de armere en lager opgeleiden gewoonweg verachten. In Duitsland zijn de oude blanke mannen een populaire boeman in lifestyle-linkse kringen. Klootjesvolk wordt in de volksmond ook gebruikt om een groep mensen aan te duiden over wie men ongegeneerd denigrerende opmerkingen kan maken en voor wie de gevoelige overwegingen inzake kwetsend taalgebruik plots niet meer gelden. Eind 2019 circuleerde de benaming milieuzeug voor mensen die hun vlees kopen bij Aldi, Lidl en co. Vervolgens werden in de Corona-crisis de covidioten aan de lijst toegevoegd.

Aan de andere kant zijn er natuurlijk ook linkse levensstijlmensen die in alle eerlijkheid opkomen voor de armen en rechtelozen van deze wereld, waartoe noodzakelijkerwijs ook de armen en minder bevoorrechten in hun eigen land behoren. Maar in plaats van deze mensen te respecteren en eenvoudigweg voor hun belangen op te komen, worden zij meestal tegemoet getreden met de houding van de welwillende missionaris die de ongelovigen niet alleen wil redden, maar hen vooral wil bekeren.

Wat lifestyle-links natuurlijk minder sympathiek maakt, is dat ze voortdurend oproepen tot een open, tolerante samenleving, maar in de omgang met andersdenkenden vaak een beangstigende intolerantie aan de dag leggen die gemakkelijk kan wedijveren met die van uiterst rechts. Die norsheid komt voort uit het feit dat links-liberalisme volgens haar aanhangers uiteindelijk geen mening is, maar een kwestie van fatsoen.

De meerderheid: racisten?

Voor links-liberalen is iedereen die afwijkt van hun canon van denken dus geen andersdenkende, maar op zijn minst een slecht mens, waarschijnlijk zelfs een misantroop of zelfs een nazi. Uit enquêtes blijkt dat 60 tot 70 procent van de bevolking in alle westerse landen een hoge immigratiegraad afwijst en restrictievere regels wil. Dit is natuurlijk genoeg om als racist beschouwd te worden volgens de officiële links-liberale lezing.

Mensen die zich onveilig voelen wanneer zij alleen in het openbaar vervoer reizen met een grote groep mannen die een vreemde taal spreken, worden ook tot dezelfde categorie gerekend. Vanwege de overduidelijke prevalentie van dergelijk “ressentiment” is in het links-liberale discours de term alledaags racisme ervoor in gebruik geraakt.

Iedereen die verwacht dat zijn of haar eigen regering in de eerste plaats zorgt voor het welzijn van de lokale bevolking en deze beschermt tegen internationale dumpingconcurrentie en andere negatieve gevolgen van de globalisering – een principe dat vanzelfsprekend was onder traditioneel linkse mensen – wordt nu beschouwd als nationaalsocialist, met het achtervoegsel -ist. En wie vindt dat het verkeerd is om steeds meer bevoegdheden over te dragen van gekozen parlementen en regeringen naar een ondoorzichtige Brusselse lobbyocratie, is absoluut anti-Europees.

In dit opzicht is het niet verwonderlijk dat lifestyle-linksen bijna altijd alleen staan wanneer ze de straat opgaan. Dat de lagere middenklasse en de armen – ook de meeste immigranten en hun kinderen en kleinkinderen behoren tot deze groep – zelden op dergelijke manifestaties te zien zijn, heeft natuurlijk te maken met het feit dat de problemen van hun harde en vaak wrede dagelijkse leven hier geen rol spelen. Zij zijn boos, lifestyle-linksen zijn daarentegen meestal niet zo ontevreden.

In plaats van zich af te vragen of de samenleving waarin wij leven wel terecht wordt omschreven als een open samenleving en democratie, schaart men zich achter de boodschap: wij moeten onze open samenleving en onze democratie verdedigen tegen rechts. Mensen die de “open samenleving” meer ervaren als een gesloten winkel die hen ondanks hun eigen inspanningen vooruitgang en welvaart ontzegt, en die vreselijk teleurgesteld zijn in de democratie omdat hun belangen voortdurend worden genegeerd, zullen zich waarschijnlijk niet aangesproken voelen door dergelijke boodschappen.

De grote rol die kwesties van symboliek en taal spelen in de opvatting van lifestyle-links over politiek heeft zeker ook te maken met het feit dat dit een enorm werkterrein opent waarop veranderingen kunnen worden doorgevoerd zonder inmenging en zonder ooit in conflict te komen met een invloedrijke economische belangengroep of een relevante last op de staatskas te leggen.

Het verhogen van het minimumloon of het invoeren van een vermogensbelasting voor de top tienduizend roept natuurlijk onvergelijkbaar meer weerstand op dan het veranderen van de taal van de overheid, het spreken over migratie als een verrijking, of het instellen van nog een leerstoel voor gendertheorie.

Dat zo’n politiek aanbod niet erg aantrekkelijk is voor al die mensen die ooit op linkse partijen stemden omdat ze verwachtten dat die hun vaak moeilijke levensomstandigheden zouden verbeteren, voor meer veiligheid en bescherming zouden zorgen, is niet verwonderlijk. Industriële arbeiders, werknemers met lage lonen, armere zelfstandigen en werklozen blijven namelijk niet alleen weg van de bijeenkomsten van lifestyle-links. Zij zijn ook steeds meer vertrokken als leden en kiezers van de betrokken partijen.

Oorspronkelijke gepubliceerd in het Duits op T-Online. Vertaling door Zannekinbond.