4 mei:  50 jaar Corsicaans verzet van het FLNC

Inleiding: de context van het ontstaan van het moderne Corsicaanse nationalisme

Om de opkomst van de “blauwe nachten” op Corsica te begrijpen, moeten we teruggaan naar de jaren 1960-1970, een scharnierperiode voor het eiland. Mei 1962 is een cruciale datum in de geschiedenis van het eiland: duizenden Fransen die in koloniaal Algerije woonden,  “pieds-noirs”, vestigden zich na hun vlucht voor de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd op Corsica. Onder hen bevonden zich heel wat wijnbouwers die overheidssubsidies ontvingen om landbouwgrond aan te kopen, met name in de vlakte van Aléria, wat tot spanningen leidde met de Corsicanen die zich buitengesloten voelden van deze meer vruchtbare gronden. Geconfronteerd met economische moeilijkheden en wat men aan Corsicaanse zijde terecht als marginalisering ervoer, werd in 1970 in Vizzavona de Action régionaliste corse (ARC) opgericht, die de Franse staat vroeg rekening te houden met de economische moeilijkheden van het eiland en met zijn culturele eigenheden. In de jaren 1970 ontstonden ook clandestiene groeperingen zoals Ghjustizia Paolina en het Fronte Paesanu Corsu di Liberazione (FPCL), beïnvloed door het marxisme-leninisme en geïnspireerd door de dekolonisatiebewegingen. Hoogtepunt was de crisis van Aléria in augustus 1975, toen militanten van de ARC onder leiding van Edmond en Max Simeoni een wijnboerderij van een ingeweken pied-noir bezetten. De gewelddadige aanval van de ordestrijdkrachten en de daaropvolgende ontbinding van de ARC radicaliseerden de beweging.

De geboorte van de FLNC en de eerste blauwe nacht (1976)

Het was een “blauwe nacht” die in 1976 de geboorte van het FLNC bezegelde. De uitdrukking “blauwe nacht” verwijst naar een reeks bomaanslagen die gelijktijdig plaatsvinden of elkaar in een relatief kort tijdsbestek (in één nacht) opvolgen. Deze term, die sinds 1976 nauw verbonden is met de Corsicaanse nationalistische beweging werd eerder gebruikt om de aanslagen van het OAS mee aan te duiden die in de jaren 1960 met geweld de Algerijnse onafhankelijkheid probeerde tegen te houden. Het diepgaande effect van deze aanslagen op de Franse maatschappij en haar politiek bestel was de Corsicaanse revolutionairen niet ontgaan. De eerste “blauwe nacht” van het Corsicaanse Nationale Bevrijdingsfront zou aanvankelijk plaatsvinden op 30 april 1976, maar werd uitgesteld tot 4 mei vanwege een staking van de zeelieden van de SNCM, waardoor de pamfletten met eisen niet op tijd op Corsica konden aankomen.

In de nacht van 4 op 5 mei 1976 werden talrijke plaatsen op Corsica, evenals wijken in Nice en Marseille, opgeschrikt door explosies. De bronnen verschillen over het exacte aantal aanslagen (van 16 tot 22 volgens de getuigenissen), maar iedereen is het eens over de spectaculaire impact van deze eerste actie. Op de plaatsen van de explosies werden duizenden pamfletten achtergelaten, waarin de oprichting van het FLNC werd aangekondigd. Deze eerste actie markeerde het begin van een lange reeks aanslagen die het politieke leven op Corsica gedurende meerdere decennia zouden bepalen. Het hoogtepunt van het geweld: de blauwe nacht van 19 augustus 1982. Het jaar 1982 markeert een keerpunt in de intensiteit van de clandestiene strijd. Nadat de FLNC in september 1981 het einde van het staakt-het-vuren had aangekondigd, bereidde de organisatie haar meest spectaculaire actie voor. Op 19 augustus 1982 lanceerde het FLNC een nieuwe „blauwe nacht“, waarbij 99 (volgens sommige bronnen 112) aanvallen werden uitgevoerd op overheidsdoelen. Deze nacht blijft tot op heden de gewelddadigste in de geschiedenis van het Corsicaanse conflict. De doelwitten waren voornamelijk administratieve gebouwen, belastingkantoren en overheidsbureaus, wat een escalatie betekende in de confrontatie met de Franse staat.

De jaren 1980-1990 brachten versnippering en intensivering. In de loop der jaren versnipperde de FLNC in verschillende afdelingen (FLNC Canal Historique, FLNC Canal Habituel, FLNC Union des Combattants, FLNC du 22 octobre), die elk hun legitimiteit opeisten en hun eigen acties uitvoerden. De ‘nuits bleues’ volgden elkaar op gedurende de jaren 1980 en 1990, met wisselende intensiteit. Ze richtten zich op steeds diversere doelen: administratieve gebouwen, banken, tweede woningen, symbolen van de Franse staat. Rond de eeuwwissel werden de ‘blauwe nachten’ minder frequent, met name na de militaire operatie tegen de Franse prefect Claude Érignac in 1998, die een keerpunt betekende in de perceptie van het Corsicaanse nationalisme. Op 19 december 2012 eiste het FLNC de „blauwe nacht“ van 7 december 2012 op. In totaal ging het om meer dan 31 aanslagen verspreid over heel Corsica.

Na een decennium van relatieve rust maakte Corsica opnieuw een grote „blauwe nacht“ mee in oktober 2023. Op 8 oktober 2023 werden er zo’n twintig explosies op het eiland geregistreerd, deze acties waren voornamelijk gericht op tweede woningen, huizen in aanbouw en enkele openbare gebouwen, waaronder een voormalig, in onbruik geraakt belastingkantoor in Ajaccio. De volgende dag eiste het Corsicaans Nationaal Bevrijdingsfront (FLNC) rond het middaguur de aanslagen op met een zeer kort communiqué dat aan het dagblad Corse-Matin werd doorgegeven: “Wij hebben geen gemeenschappelijke toekomst met Frankrijk. Wij eisen de reeks acties van de nacht van 8 op 9 oktober 2023 op“, gevolgd door de vermelding in het Corsicaans ”A Francia Fora” (Frankrijk eruit).

In de loop van de decennia zijn de doelwitten van de “blauwe nachten” geëvolueerd. Tijdens de jaren 1970-1980: voornamelijk administratieve gebouwen, symbolen van de Franse staat (prefecturen, belastingkantoren, gendarmerie, militaire installaties). In de jaren 1990-2000: diversificatie naar banken en grootwinkelbedrijven, die werden gezien als symbolen van het kapitalisme en de economische kolonisatie van het eiland. Tijdens de jaren 2010-2020: focus op tweede woningen van rijke Fransen en nieuwbouw van projectontwikkelaars, die werden gezien als factoren die bijdragen aan vastgoedspeculatie en het verlies van toegang van de Corsicanen tot grond en huisvesting.

Politieke en sociale impact

De “nuits bleues” hebben een diepe stempel gedrukt op de Corsicaanse samenleving en de relatie van het eiland met de Franse staat. Ze hebben constante druk uitgeoefend op opeenvolgende regeringen en ertoe bijgedragen dat de Corsicaanse kwestie een nationaal politiek thema werd. Er werd klimaat van permanente spanning gecreëerd tussen legaliteit en clandestiniteit dat nog steeds doorgaat. Ze hebben de institutionele ontwikkeling van Corsica naar meer autonomie beïnvloed en de discussies over vastgoedspeculatie en toegang tot huisvesting aangewakkerd. Paradoxaal genoeg heeft de Corsicaanse nationalistische beweging ook een geleidelijke verburgerlijking op politiek vlak doorgemaakt, met de verkiezing van nationalisten in de Assemblée de Corse in 2015, terwijl de gewapende strijd met tussenpozen voortduurde. Bijna vijftig jaar lang hebben deze gecoördineerde nachtelijke aanslagen het politieke leven op Corsica bepaald, waarbij periodes van extreme intensiteit werden afgewisseld met fasen van relatieve rust. Ze getuigen van een aanhoudende spanning tussen het eiland en de centrale staat, tussen identiteitsaspiraties en institutionele realiteiten. Dit was en blijft steeds vanuit een antikoloniaal en anti-imperialistisch oogpunt. De blauwe nacht van oktober 2023 herinnert eraan dat de Corsicaanse kwestie nog steeds niet is opgelost en dat het gebruik van clandestiene acties niet volledig uit het politieke landschap van het eiland is verdwenen. Het FLNC blijft, ondanks tijdelijk variërende benamingen en versnippering, aanwezig en sporadisch actief. Een onvrij Corsica, zal nooit rust en vrede kennen. Met de Zannekinbond brengen we hulde aan vele decennia Corsicaans buitenparlementair verzet tegen het Frans imperialisme. A Francia Fora! 

Stichtingsmanifest van het Corsicaans Nationaal Bevrijdingsfront (FLNC)

5 mei 1976

Corsicaans volk

Er is een beslissende stap gezet in de strijd voor de nationale bevrijding van ons volk. De nationalisten hebben beslist zich te verenigen in de creatie van het FLN, de laatste etappe in 10 jaar strijd. Zij hebben daarbij het volgende programma aangenomen:
1. Erkenning van de nationale rechten van het Corsicaanse volk.
2. Vernietiging van alle instrumenten van het Franse kolonialisme (leger, administratie, kolonisten).
3. De vestiging van een democratische volksmacht, de stem van alle Corsicaanse patriotten.
4. Realisatie van agrarische hervormingen om de aspiraties van boeren, arbeiders en intellectuelen te verwezenlijken en het land te bevrijden van alle vormen van uitbuiting.
5. Recht op zelfbestuur na een overgangsperiode van drie jaar waarin het bestuur gelijkelijk zal worden verdeeld tussen de nationalistische krachten en de bezettingsmacht. Deze periode van onthechting zal ons volk in staat stellen om op democratische wijze te kiezen voor een toekomst met of zonder Frankrijk.

Sinds meer dan twee eeuwen, is de Franse staat ons land binnengevallen en heeft het dit met geweld geannexeerd. Sindsdien heeft het voortdurend onze nationale identiteit vernietigd met de hulp van lokale notabelen, de verraders van onze natie.

Het Frans kolonialisme:
– heeft ons onze onafhankelijkheid en vrijheid ontnomen.
– heeft ons volk met wreedheid onderdrukt.
– heeft geprobeerd ons van onze nationale identiteit te ontdoen.
– heeft gepoogd om onze taal en cultuur via autoritaire verfransing uit te roeien.
– heeft ten aanzien van ons enkel misprijzen en racisme betoond.
– heeft ons eiland economisch geruïneerd.
– heeft ons volk verspreid, of beter gezegd, verdreven.
– heeft onze huizen verwoest.
– heeft ons land gebruikt als reservoir van menselijk kanonnenvlees voor haar oorlogen en koloniale expansie.
– heeft geprobeerd om onenigheid te zaaien onder de Corsicanen, daarbij geholpen door de clans.
– heeft ons land in beslag genomen en het uitgedeeld aan Franse kolonisten en projectontwikkelaars.
– voert sinds enkele jaren zijn laatste, moorddadige operatie uit: ons volk volledig laten verdwijnen en vervangen door een buitenlandse bevolking waarbij het de verfoeilijke Genuese politiek punt voor punt overneemt.

Tegenover een dergelijke existentiële bedreiging, kunnen we niet met gekruiste armen blijven zitten. Daarom richten wij ons aan alle Corsicanen voor de nationale bevrijding. Elke patriot moet een soldaat van de strijd voor nationale bevrijding zijn, vastberaden in het overwinnen van de vijand. Onze strijd moet georganiseerd en krachtig zijn. Alle Corsicaanse patriotten moeten aansluiten bij het Front voor de Nationale Bevrijding.

A liberta o a morte!

FLNC
5 mei 1976