Zwarte Piet en de klassenstrijd…

Eén van de meest actuele elementen in progressieve identiteitspolitiek is de kwestie van de Zwarte Pieten bij het Sinterklaasfeest. Als we de “believers” van deze liberale kritiek mogen geloven, is deze volkse traditie gebaseerd op een racistische ondertoon. Vooral in het zeer liberale Nederland leidt dit nu al enkele jaren tot hevige confrontaties tussen voor- en tegenstanders, vaak met arrestaties en wenende kinderen als gevolg. Als het de bedoeling is om de Sint en zijn Pieten “vrienden van ieder kind” te laten zijn, kan de huidige situatie moeilijk geslaagd genoemd worden…

De reden waarom al dan niet gewenste aanpassingen aan dit feest zo moeilijk liggen en emotionele reacties uitlokken, is omdat het naar de kern van de hedendaagse klassenstrijd in West-Europa gaat. De sleutel tot het begrijpen ligt bij de Europese werkende klasse. Het onderzoeksbureau Kantar Public toonde in een peiling in 2017 aan dat ongeveer één derde van de ondervraagde hoogopgeleiden begrip had voor de kritiek op Zwarte Piet, drie jaar eerder was dat nog 18%. Bij de laagopgeleiden daarentegen was dat slechts ongeveer 8%, zowel in 2014 als in 2017.De liberale elite maakt de fout die laagopgeleiden in dergelijk geval met de vinger te wijzen. Het verdict over de lagere klasse varieert dan al snel van dom over onvoldoende geïnformeerd tot misleid.

Het belang van deze studie is dat de discussie beter niet gevoerd wordt in termen van identiteit, van wit tegen zwart. Op dat punt gaan zowel de fervente tegenstanders van Zwarte Piet als de militante voorstanders (vaak met extreemrechtse achtergrond) in de fout. Het resultaat is een opbod in verwijten en agressie. Het verzet tegen de traditie van “Black Pete” is Amerikaans geïnspireerd, en berust op de foutieve voorstelling van zaken alsof het om een restant van blanke suprematie gaat, verbonden met de tijd van de kolonisering van Afrika. Niet toevallig is het meest veramerikaniseerde land van West-Europa, Nederland, ook meteen het brandpunt van de ganse discussie. In Vlaanderen is het ook aanwezig maar in beperktere mate, in Duitsland is het volstrekt afwezig. Het is echter fout de zaken voor te stellen alsof het hier gaat om een blanke / witte homogene bevolking die privileges geniet. Waar het om gaat is klassenstrijd, een hoogopgeleide en/of economisch succesvolle hogere middenklasse die de voordelen van de globalisering geniet, versus een lagere klasse van zowel nieuwkomers zonder veel perspectieven alsook vooral werkende Europeanen die steeds meer aan de verliezerskant van de globalisering staan. Het vasthouden aan tradities als Kerstfeest, Sinterklaas en Zwarte Piet,… wordt door de nieuwe succesklasse als een bekrompen zucht naar identiteit beschouwd.

Het vasthouden aan deze tradities hangt samen met een proces dat door de socioloog Zygmunt Bauman al beschreven werd in zijn werk ‘Retrotopia’. Dit proces is –veralgemenend gesteld- de verandering ter linkerzijde dat men niet langer streeft naar een te verbeteren wereld, naar collectieve lotsverbetering via klassenstrijd, maar dat links nu via progressieve identiteitspolitiek streeft naar liberale, individuele lotsverbetering in een wereld waar het zogezegd niet mogelijk is om iets aan te veranderen. Kortom, het geschetste proces geeft de capitulatie van de Europese centrum-linkse zijde weer sinds de jaren ’70 en ‘80. Sinds de doorbraak van het neoliberale gedachtegoed zijn de sociaaldemocraten zo goed als overal op de terugweg en worden liberale wetten en economische deregulering al dan niet mits wat tegenstribbelen toch goedgekeurd. Terwijl de hogere klasse(n) genieten van de voordelen van eengemaakte markten en open grenzen met een toplaag die zich schaamteloos verrijkt, moeten de lagere klasse(n) besparingen slikken, meer flexibiliteit en minder sociale zekerheid aanvaarden in een wereld waar alles duurder wordt. In deze context wordt het wijzigen van tradities (Kerstmarkt moet Wintermarkt worden, Zwarte Piet mag niet meer zwart zijn,…) in de ogen van de lagere klasse niets anders dan een zoveelste verlies, opgelegd door een politieke en maatschappelijke elite die luistert naar een minderheid van activisten die buiten de leefwereld van die lagere klasse staat.

De elite die de voordelen geniet van de liberale globalisering en de nadelen afwentelt op de werkende klasse, ontwricht de samenleving omwille van haar eigen individuele geluk en rijkdom. Maar het stopt niet bij de materiële kant. Niet alleen wil de elite haar rijkdom verwerven op de rug van de gesalarieerde, ze wil zich ook boven hem verheffen. Niemand wil een arbeider zijn, zowat synoniem met loser. En dus kijkt men neer op die groep wiens leefwereld zich niet inschakelt in een kosmopolitisch, liberaal wereldbeeld. Kritiek op de Europese Unie, of op internationale handelsverdragen die veelal in het nadeel van de Europese arbeidersklasse werken, worden weggezet als nationalistisch en protectionistisch. Zorgen over de integratie (waar vooral de arbeidersklasse mee te maken heeft) krijgen als stempel ‘xenofoob’ terwijl de elite zich onttrekt aan de multiculturele wereld in witte wijken, scholen en kantoren. En wie zich inzet voor het behoud van voorzieningen die ten goede komen aan de arbeidersklasse (betaalbare pensioenen, sociale zekerheid en onderwijs, sociale woningbouw) via syndicale sociale strijd wordt te boek gezet als lastpost die werkwilligen hindert, verkeer ophoudt en het milieu vervuilt met brandende paletten op stakingspiketten.

Waar we ons bewust van moeten zijn, is dat sociaaleconomische klasse niet alleen wat zegt over je bankrekening en opleidingsniveau, maar een wezenlijk onderdeel is van je identiteit. Niet minder dan je etniciteit, taal, gender, religie of geaardheid. En vooral, dat er op basis van de breuklijn “klasse” gediscrimineerd wordt. Een lid van de arbeidersklasse zal zichzelf niet gauw positief gerepresenteerd zien in de media. Het parlement wordt grotendeels bevolkt door mensen die zich nog nooit hebben drukgemaakt om de rekeningen aan het eind van de maand. En iemand in een trainingspak wordt met meer wantrouwen bejegend in een winkel, dan iemand in een maatpak. Laten we niet de fout maken te denken dat die maatschappelijke elite zich in toenemende mate keert tegen het Sinterklaas-en- Zwarte Piet feest vanuit een gevoel van solidariteit met donkere mensen. Voor de elite is de hele zwartepietendiscussie een nieuwe manier om zich af te zetten tegen – en zich te “verheffen” boven – de arbeidersklasse. En daar krijgt zij medewerking voor vanwege mensen met een Afrikaanse migratie achtergrond die zelf behoren tot de culturele, liberale elite.

Geen weldenkend mens ter links-liberale zijde zal het in zijn hoofd halen om alle moslims op één hoop te gooien met Osama Bin Laden of Sharia4Belgium. Een redelijk mens weet dat niet iedere katholieke priester zich vergrijpt aan kinderen. Maar als het om Zwarte Piet gaat, wordt er geen onderscheid gemaakt tussen extreemrechtse militanten en de ouders die gewoon met hun kinderen van de intocht willen genieten. De verklaring hiervoor is dat het de arbeidersklasse betreft. Zoals de LGBTI+ rechten door (extreem-)rechts zijn gekaapt als stok om de moslims mee te slaan, zo wordt nu de zwartepietendiscussie door de elite gekaapt als stok om de arbeidersklasse mee te slaan en te verdelen. Zo worden twee toch al benadeelde groepen tegen elkaar uitgespeeld.

Met de Zannekinbond menen we dan ook dat een inclusieve maatschappij niet tot stand kan komen door mee te stappen in het liberale denkkader van de elite. We mogen bijgevolg niet in de val trappen om de zwaksten tegen elkaar uit te spelen door tradities onderuit te halen. De oplossing moet gezocht worden in het samenbrengen van de groepen die nu tegen elkaar opgezet worden op basis van een foutief verhaal vanwege identitairen in het pro- en contrakamp. De strijd tegen racisme moet hand in hand gaan met de strijd tegen sociale ongelijkheid. Dat vergt wederzijds begrip van pro- en anti-pieten. En daarvoor is tijd nodig en dialoog op basis van correcte informatie, bijvoorbeeld inzake tradities en gebruiken.