Wit-Rusland, Eurazië en het post-Loekashisme

Protesten in Wit-Rusland

Wie het nieuws de voorbije weken heeft gevolgd, kan de actualiteit moeilijk ontgaan zijn: in Wit-Rusland is een revolutie gaande. De afgelopen weken komen reeds iedere zondag meerdere tiendduizenden mensen op straat in Minsk – en andere steden – om hun ongenoegen te uiten over de officiële uitslag van de verkiezingen. Volgens deze verkiezingen zou de zittende president Alexander Loekashenko, die het land al sinds 1995 bestuurd, gewonnen hebben met ongeveer 80% van de stemmen terwijl de meest populaire oppositiekandidate Tikhanovskaya slechts 10% zou hebben gehaald. Het resultaat wordt door velen in binnen- en buitenland niet geloofd. Rond het Oost-Europese land is dan ook een heuse informatie-oorlog gaande, waarin verschillende politieke strekkingen de gebeurtenissen conform hun eigen wereldbeschouwing trachtten te duiden. Dit zorgt voor een sterk versnipperd beeld. Wit-Rusland is de kleinste van de drie Slavische ex-Sovjetrepublieken, en telt nog geen 10 miljoen inwoners, maar is gelegen op een geopolitiek symbolisch kruispunt van regio’s en culturen, waar zowel regionale als internationale grootmachten elkaars belangen met elkaar zien verstrengelen. Dit zorgt voor een uitermate complexe situatie, maar niettemin regent het in zowel de gevestigde als sociale media de nodige karikaturen. De achterliggende belangen zijn er evenwel niet minder om.

Alexander Lukashenko (°1954)

De verslaggeving over Wit-Rusland is in de Vlaamse pers in feite opvallend summier en beperkt. Door de usual suspects (journalisten met een opvallend tendentieuze berichtgeving ten aanzien van alles wat oostelijk van de Oder-Neisse ligt, die overigens steeds grimmiger wordt naarmate oostelijker horizonten worden opgezocht) wordt er alles aan gedaan om één en ander voor te stellen als een herhaling van de gebeurtenissen in Oekraïne in 2014. In de pen van nogal wat westerse verslaggevers gaat het om protesten voor “meer democratie”, tegen “de laatste dictator van Europa” en, niet in de laatste plaats, “tegen Rusland”. Het impliciete denkschema dat hierbij wordt gehanteerd is welbekend. Oosterse volkeren zijn niet zo volmaakt als westerse volkeren. De democratie is er gewoon nog niet volwassen,  en dus is de bevolking dat eigenlijk ook niet. Het grote boze Rusland, wiens macht ooit tot voorbij Berlijn uitstrekte, tracht iedere vorm van verandering zoveel mogelijk tegen te houden, maar dankzij de inherente menselijke drang naar “vrijheid” én de natuurlijke aandrang van iedere natie om zich te willen aansluiten bij de EU zullen ook zij uiteindelijk aan “de juiste kant van de geschiedenis” komen te staan. Dit denkkader nagenoeg geheel aan bij de verslaggeving die we vinden bij internationale liberale media als Atlantic Council en Radio Free Europe, voor wie iedere vorm van protest in Oost-Europa sinds 1989 niets anders kan zijn dan een verzuchting naar méér aansluiting bij het westen en méér neoliberalisme.

Hoewel aanvankelijk niemand er vanuit ging dat de regering van Loekashenko in het gedrang zou komen, veranderde dat beeld al tijdens de verkiezingsavond zelf. Een grootschalige uitbarsting van gewelddadige protesten op zondagavond 9 augustus in Minsk -normaal gezien een ingeslapen stadje met een provinciaal imago- leek slechts ternauwernood door de OMON de kop te kunnen worden ingedrukt. Nochtans was al tijdens de verkiezingsavond duidelijk hoe gretig de Russische staatsmedia berichtten over de gewelddadige protesten. Ook internationale Russische nieuwsnetwerken als RT en Sputnik pikten de beelden gretig op en waren al even ijverig in hun berichtgeving als westersgezinde kanalen als NEXTA en Radio Free Europe. Het is bijgevolg moeilijk om inzicht te krijgen in dit schaduwspel en de meningen over Wit-Rusland zijn, over de verschillende ideologieën heen, dan ook zeer verdeeld. Westerse mediakanalen, die Loekashenko in de eerste helft van het jaar nog in een positief daglicht plaatsten wegens zijn diplomatieke toenadering tot de Verenigde Staten, schilderen hem nu af als een leider die Wit-Rusland wil verenigen met Rusland. De oppositie wordt neergezet als westersgezind en soeverein. Het mag echter duidelijk wezen dat de realiteit vele malen complexer is, en niet zelden haaks staat op dit gepropageerde beeld.

Protestmanifestatie van de oppostie op 16 augustus in Minsk

Woelige verkiezingen

Alle westerse woke-fantasieën ten spijt over drie sterke feministische ladybosses die het opnemen tegen het patriarchaat, als geen ander vertegenwoordigd door de besnorde machodinosaurus Loekashenko: niets van dit alles is ook maar enigszins aan de hand in Wit-Rusland. Hoewel vrouwen wel degelijk een opvallende rol spelen in de straatprotesten, is dit onder geen beding merkwaardig te noemen in de Slavische cultuur waar vrouwen altijd al een niet te onderschatten politieke rol hebben gespeeld. De presidentskandidates zijn dan ook geenszins een soort van politieke evenknie FEMEN, een vanuit het westen gefinancierde Oekraïens-Franse exhibitionistische nachtmerrie die in het pré-Maidantijdperk huishield in de kerken en straten van Oost-Europa en daarbuiten. Onder geen beding is het vrouwelijke activisme in Wit-Rusland gericht op het provoceren van de traditionele Oost-Europese maatschappij. De westerse cultuuroorlogen blijken al altijd moeilijk naar het oosten te importeren, en Wit-Rusland blijkt er nog immuner voor dan het naburige Oekraïne, Polen of Rusland.

Als er al een genderdimensie zou mogen worden toegekend aan de kandidatuur van het vrouwelijke triumviraat, dan is het wel één van het stand by your man-principe. Voorafgaand aan de verkiezingen van 9 augustus hadden zich immers verschillende, bijna uitsluitend mannelijke kandidaten geregistreerd. Eén van hen was de populaire blogger Siarhei Leanidavich Tsikhanouski (of Sergei Tikhanovsky) uit Homyel. In 2019 lanceerde hij zijn YouTube-kanaal Страна Для Жизни (“Land voor het leven”), wat er op korte tijd in slaagde om vele tienduizenden volgers aan te trekken (aan het begin van zijn presidentskandidatuur meer dan 140 000). In zijn video’s liet hij zich kritisch uit over het beleid van Loekashenko. Begin mei besloot hij zich kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen, waarop hij prompt werd gearresteerd. Tsikhanouski wordt in binnen- en buitenland vaak gekarakteriseerd als een pro-westerse kandidaat, en officieel luidde de reden voor zijn arrestatie dan ook een deelname te zijn aan een protestactie tegen de integratie van Rusland en Wit-Rusland op 19 december in Minsk. Zijn vrouw Tikhanovskaya vormt nu het belangrijkste gezicht van de oppositie, waardoor de perceptie al makkelijk ontstaat dat hij de voornaamste uitdager van Loekashenko was. Deze beeldvorming wordt zeker niet ontkend door de westerse media. Tsikhanouski en Tikhanovskaya zijn aantrekkelijk door hun -al dan niet gerechtvaardigde- progressieve imago van liberale “burgeractivisten”, wat appelleert aan het narcistische zelfbeeld van menig westerse hipsterliberaal, wiens voornaamste doelstelling er nog altijd in bestaat zichzelf te exporteren naar die delen van de wereld die er niet de minste behoefte aan hebben.  

Nochtans waren er ook twee andere presidentskandidaten, namelijk Viktar Babaryka en Valery Tsepkalo. Eerstgenoemde was volgens diezelfde onafhankelijke internetpolls, die nu Tikhanovskaya  tot overwinnaar van de verkiezingen verklaren, de gedoodverfde favoriet voor zijn arrestatie met meer dan 50% van de stemmen. Babaryka is een bankier die sinds 2000 is opgenomen in de Raad van Bestuur van de Belgazprombank. Zoals de naam reeds doet vermoeden, gaat het hier om een commerciële Russische bank waar Gazprom en Gazprombank de nodige belangen in hebben (elk goed voor 49.66% van de aandelen), en die zijn op hun beurt weer deels eigendom van de Russische staat. Babaryka creëerde in het verleden het nodige draagvlak voor zichzelf als mecenas en filantroop, onder meer door het repatriëren van kunst, het sponsoren van auteurs en het steunen van projecten ter bevordering van de Wit-Russische taal. Dit laatste lijkt nogal in tegenspraak met de notie van een pro-Russische kandidaat die in feite een pion is van het Kremlin, ervan uitgaande dat deze laatsten in cultureel opzicht enkel geïnteresseerd zouden zijn in culturele russificatie. Toch lijkt het zeer waarschijnlijk dat Babaryka wel degelijk een zekere mate van steun genoot vanuit Rusland, dat zijn eieren al lang niet meer in het mandje van Loekashenko had gelegd. Het lijkt er dan ook op dat ze een grote kans hadden om op deze manier ook de buit binnen te halen. In een interview met Moskovskij Komsomolets liet Babaryka zich ontvallen dat een Unie-Staat tussen Wit-Rusland en Rusland best bespreekbaar was voor hem indien een gemeenschappelijke munt “rationeel” zou zijn: “Waarom niet?” Later nam hij wat gas terug door te stellen dat de soevereiniteit van Wit-Rusland wat hem betrof niet ter discussie stond, maar men kan zich moeilijk van de indruk te doen dat we hier met een tongslipper van jewelste van doen hadden. Tevens gaf Babaryka duidelijk te verstaan dat integratie in de richting van de Europese Unie, zoals Oekraïne na Maidan had gedaan, voor hem geen optie was. Daarnaast was er nog Valery Tsepkalo, voormalig ambassadeur van Wit-Rusland voor de Verenigde Staten en hoofd van het Hoogtechnologisch Park van Wit-Rusland, een lokale variant van Silicon Valley. Deze kandidaat stond voor verregaande economische hervormingen, waarbij hij de economie wou rationaliseren en Wit-Rusland naar eigen zeggen hervormen tot een hoogtechnologisch productiecentrum. Economische liberaliseringen stonden overigens ook op de agenda van Babaryka, een constante in de alternatieven die worden geproduceerd op het systeem van Loekashenko.

Viktar Babaryka (°1963)

Het grote verschil met “vrijheidsblogger” Tsikhanouski  was dat Tsepkalo en Babaryka wel degelijk substantiële plannen hadden voor Wit-Rusland, waar deze eerste vooral in typische intentieverklaringen en morele statements bleef steken. Loekashenko nam in de aanloop van de verkiezingen alvast geen enkel risico en neutraliseerde de drie kandidaten. Babaryka en Tsikhanouski werden opgepakt, Tsepkalo vluchtte eind juli naar Moskou. Maar uit de as van de verslagen oppositie ontstond een nieuw triumviraat, gevormd door de vrouwelijke partners van Tsikhanouski en Tsepkalo, en Maria Kolesnikova, de campagneleidster van Babaryka. Geheel tegen de verwachtingen in wisten deze op korte tijd een enorme aanhang uit te bouwen. Een manifestatie met meer dan 60 000 aanwezigen in Minsk op 30 juli, meteen de grootste in een tiental jaren tijd, vormde meteen ook een voorspel op de woelige verkiezingsnacht en de massale manifestaties nadien.

Vrouwelijk oppositietrio: vlnr Maria Kolesnikova, Svetlana Tikhanovskaya en Veronika Tsepkalo

De as van de Sovjets

Loekashenko regeert al sinds 1994 over Wit-Rusland. In de westerse perceptie neemt hij nogal karikaturale vormen aan als “neostalinist” en “de laatste Sovjetdictator”. Maar ondanks de sympathieën die hij soms krijgt vanuit extreemlinkse hoek, is Alexander Loekashenko allesbehalve een ideologisch leider, laat staan een marxist-leninist. Zijn tactiek over de voorbije decennia bestond dan ook vooral uit het selectief bewaren van de as van het oude Sovjetsysteem, niet zozeer uit het doorgeven van het vuur. Er moet overigens gesteld worden dat dit niet altijd zonder verdienste is geweest en het land op deze manier bespaard bleef van diverse crisissen die de buurlanden wel moesten ondergaan. Zo ontsprong het land de dans van de schoktherapie van Goldman Sachs die Rusland in het Jeltsintijdperk diende te ondergaan, en bleef het grotendeels gespaard van de gevolgen van de financiële crisis van 2008. De bevolking mag na meer dan een kwarteeuw dan wel op hun leider zijn uitgekeken, nog niet zo heel lang geleden kon Loekashenko rekenen op een vrij aanzienlijke mate van populariteit.

In 1991 kwam er een einde aan de Sojvet-Unie, en dit zeer tegen de wil van het grootste deel van haar burgers. Een referendum toonde aan dat ongeveer 76% van de bevolking tegen het uiteenvallen van de unie was. Wit-Rusland scoorde hierin overigens, net als de Centraal-Aziatische Sovjetrepublieken, boven het gemiddelde (82%). Rusland scoorde overigens, samen met Oekraïne, onder dit gemiddelde, maar ook hier was een overweldigende meerderheid van de bevolking voor het behoud van de Sovjet-Unie (ca. 70-71%). Niettemin namen deze drie republieken in december 1991 het initiatief voor de oprichting van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten en de opheffing van de Sovjetunie, de zogenaamde Belazehva-akkoorden. De Baltische staten, die zich reeds afscheiden in september 1991, hadden niet meegedaan met het referendum. Hier was de publieke opinie duidelijk in grote mate voor de onafhankelijkheid.

Resultaten referendum voor het behoud van de Sovjetunie (24 december 1990)

Loekashenko wipte Stanislav Shushkevich, die in 1991 de Belazehva-akkoorden samen met Boris Jeltsin en de Oekraïener Kravchuk had ondertekend, drie jaar later van de troon door hem terecht te beschuldigen van verregaande corruptie. Even later won hij de verkiezingen met een ruime voorsprong. Zijn  beleid was er van in het begin op gericht om niet in de valkuilen te trappen waar in het grootste deel van de post-Sovjetwereld was getrapt. Als beginnend politicus in het onafhankelijke Wit-Rusland maakte hij furore met de bestrijding van corruptie. Speerpunten van zijn economische beleid waren het tegengaan van het ontstaan van een oligarchie en massale werkloosheid, zoals het geval was in Rusland en Oekraïne. Een effectieve methode hiertoe bleek het bevriezen van de bestaande Sovjetstructuren. De publieke sector beslaat drie vierde van de economie en slechts vijf ondernemingen die in eigendom zijn van de staat staan in voor het gros van de werkgelegenheid. Die is in belangrijke mate gericht op landbouw (productie van meststoffen en landbouwmachines) en zware industrie (olieraffinaderijen): een voortzetting van de economische activiteit binnen het land ten tijde van de Sovjet-Unie. Ook het systeem van collectieve boerderijen, waar Loekashenko zijn carrière als Kolkhoz-baas is begonnen, bleef grotendeels in stand. Op nationaal-cultureel vlak herstelde hij de oude vlag van de Wit-Russische Sovjetrepubliek grotendeels in ere, hoewel de nieuwe versie ontdaan was van de hamer en de sikkel. Deze zet kan eigenlijk als symbool bij uitstek gelden voor het verdere beleid van de Wit-Russische president: het in stand houden van een zekere Sovjetnostalgie in economisch en cultureel opzicht, zonder hierbij de marxistisch-leninistische Sovjetideologie in ere ter herstellen. Voor veel buitenstaanders gold Wit-Rusland dan ook als een soort van Bokrijk-uit-het-Oostblok, een land waar de tijd -een beetje- stil was blijven staan. Russisch werd samen met de Wit-Russische taal opnieuw één van de officiële talen, wat hem de reputatie opleverde zelf Russisch-gezind te zijn. Nochtans gezien is Loekashenko, zoals zijn naam al doet vermoeden, in etnisch opzicht een Oekraïner. Zijn beleid stoelt zich dan ook in de eerste plaats vooral op persoonlijk charisma.

Pro-Loekashenko-betoging in Minsk

De door Loekashenko gecreëerde stabiliteit legde de Wit-Russen in eerste instantie zeker geen windeieren. Terwijl Oekraïne na Maidan langzaam afgleed tot het armste land in Europa (officieel sinds 2019), stagneerde de Wit-Russische economie de laatste jaren wel maar de lonen liggen er nog steeds 2,2 x zo hoog als in het betreffende buurland. De werkeloosheid is er bijzonder laag, zelfs na de coronacrisis (slechts 0,6%). De GINI coëfficiënt laat zien dat het verschil tussen arm en rijk relatief klein is, een opvallend kenmerk in de post-Sovjetsfeer waar de winnaars en verliezers van het neoliberalisme meer dan waar dan ook ter wereld duidelijk geaccentueerd wordt. Na de turbulente jaren ’90 kon de Wit-Russische economie in het eerste decennium van de 21ste eeuw ook stevige groeicijfers voorleggen. En zelfs in het crisisjaar 2008 groeide het BBP nog met zo’n 10%. Vanaf het tweede decennium begon de situatie echter te verslechteren. Een stevige loonsverhoging van 500$, die mede moest dienen om de populariteit van de regering een goeie impuls te geven, leidde tot een economische crisis in 2011. Vanaf 2012 trad er definitief een economische stagnatie in. De populariteit van Loekashenko begon stilaan te dalen en bereikte een dieptepunt in de eerste helft van 2020 met de intrede van COVID-19, waarvan het bestaan door de Wit-Russische autoriteiten zo goed als werd ontkend. Geopolitieke disputen over de integratie met Rusland leidden tot het voorlopig wegvallen van voordelige tarieven voor de levering van gas en olie. Dit zette het economisch systeem van Wit-Rusland verder onder druk. Onderhandelingen met het IMF en de EU voor het verstrekken van liquiditeiten en pogingen tot het aantrekken van Chinese investeringen wierpen vooralsnog onvoldoende vruchten af om de gevolgen hiervan tegen te gaan.

Unie-Staat met Rusland

De facto vormt Wit-Rusland samen met Rusland een Unie-Staat sinds 1999. Het idee werd al kort na zijn verkiezing in 1994 door Loekashenko zelf gelanceerd. De bedoeling hiervan was om de gevolgen van de Verdragen van Belazehva gedeeltelijk weer tegen te gaan en de Slavische voormalige Sovjetrepublieken politiek en economisch met elkaar te integreren. Omdat dergelijk supranationaal niveau parallel met het nationale niveau zou gaan opereren, voorzag Loekashenko een belangrijke rol voor zichzelf hierin, eventueel zelfs als hoofd van de Unie (een functie waar de zwakke Boris Jeltsin duidelijk niet voor zou dienen). Aan de overgang van de 21ste eeuw stond in Rusland zelf echter een veel sterkere leider op, Vladimir Poetin, die de Russische militaire macht minstens gedeeltelijk wist te herstellen, de economie gedeeltelijk opnieuw nationaliseerde en met de oprichting van de Eurazische Unie een nieuw economische en geopolitiek project op poten zette dat verder ging dan de ideeën voor het oprichten van een panslavische unie uit de jaren ‘90. Niettemin kan de diepere integratie van Wit-Rusland met Rusland een belangrijke voorzet vormen voor de uitbouw van deze Eurazische grootruimte, zeker nu de relaties tussen Rusland en Oekraïne nog voor een vrij geruime tijd  gespannen zullen blijven.

Overleg tussen Loekashenko en Poetin in Sochi (14 september)

Begin dit jaar besloot Rusland een versnelling hoger te schakelen en aan te dringen op concrete stappen. De onderhandelingen liepen algauw spaak op Loekashenko zelf, die het protest continu frustreerde en zich als voorvechter van de Wit-Russische soevereiniteit begon te profileren. Dit In een poging om subtiel te balanceren tussen de verschillende regionale spelers, had hij een ontmoeting met Pompeo van wie hij symbolische toezeggingen kreeg en flirtte ook met Chinese inversteerders. Dit leidde tot de nodige hoera-berichten in de westerse pers waarin becommentarieerd werd dat Wit-Rusland duidelijk meer aansluiting zocht bij Europa. Geruchten over een nieuw nationaal embleem, met een nieuwe landkaart waarop de benadrukte positie van Wit-Rusland op het Europese continent de oude Eurazische en Sovjet-geografie zouden vervangen, vallen waarschijnlijk naar de prullemand van het fake news te verwijzen maar doken toch op in gerenommeerde West-Europese kranten. Het is opvallend hoezeer Loekashenko daar op enkele weken tijd in ongenade is gevallen.

Voor Rusland is het wegvallen van Wit-Rusland geen optie. Niet alleen is de Unie-Staat met Wit-Rusland van essentieel belang voor een verdere Eurazische integratie, ook is er sprake van een verregaande militaire integratie van beide landen in de RGF. Bijgevolg is Loekashenkko voor Rusland een hinderlijk figuur geworden, die reeds in het verleden op verschillende momenten zijn partner heeft weten voor het hoofd te stuiten door onder meer minstens nominaal steun te verleden aan de Georgische publieke vijand nr. 1 Saakashvili. Het verklaart wellicht het opduiken van privé-militairen van de Wagnergroep vlak voor de verkiezingen en de pro-Russische houding van Gazprom-kandidaat Babaryka. Het verklaart ook waarom de Russische staatstelevisie geen enkele vorm van terughoudendheid vertoonde om de beelden van de betogingen ruime media-aandacht te verlenen, ondanks het feit dat de liberale pers bij hoog en bij laag beweert dat de betogingen in Wit-Rusland “een bedreiging zijn voor Poetin” (want: “democratie”). Pas na meer dan een week van massale betogingen leken de Russen dan eindelijk hun kar te keren, waarbij een markant keerpunt werd gevormd door de vliegreis van FSB-topman Alexander Bortnikov naar Minsk op de avond van 19 augustus. Sindsdien zijn de contacten tussen Loekashenko en de Russische overheid toegenomen en is de retoriek op de media in Rusland ook in toenemende mate antiwesters geworden met betrekking tot de betogingen in Wit-Rusland.

Geen Maidan

De protesten in Wit-Rusland zijn nochtans verschillend van deze in Oekraïne in 2014. Er is geen uitgesproken etnische tweedeling in het land, zoals dit wel het geval was op het moment van de revolutie in Oekraïne, met een overwegend Russisch sprekend oosten en een Oekraïens sprekend westen (de grens tussen beiden grofweg samenvallend met de Dniepr). De Wit-Russische bevolking is een typisch Slavisch-Rutheens gegeven, waarbij een zelfbewustzijn over de eigen identiteit eigenlijk vooral een evidentie is die voortkomt uit de dagdagelijkse realiteit en geen continue culturele bevestiging behoeft. Uiteraard is het zo dat Loekashenko de voorbije jaren het gebruik van de Wit-Russische taal allerminst heeft aangemoedigd en deze zelfs “lelijk” heeft genoemd. Toch is Loekashenko -zelf een etnische Oekraïener- allerminst een Russisch nationalist. Veeleer heeft hij samen met zijn nomenclatura belang bij een behoud van een status quo, waarbij nationaliteit, taal, cultuur en ideologie eigenlijk geen primordiale rol spelen, maar wel “de dingen die zijn zoals ze zijn”. Wie in dat opzicht wel garen wil spinnen bij de gebeurtenissen, zijn de buurlanden Polen en Litouwen. Dit heeft oude historische wortels. Zeker Polen herneemt met graagte haar rol als regionale grootmacht en ziet met een anti-Russisch Oekraïne en een westersgezind Wit-Rusland de oude droom van het intermarrium, Józef Piłsudski’s geopolitieke opvolger van de Pools-Litouwse rzeczpospolita, weer helemaal herrijzen. Het is niet bij toeval dat het pro-oppositie Telegram-kanaal NEXTA TV  vanuit Polen opereert en de Litouwse overheid actief betrokken was bij de evacuatie van Tikhanovskaya enkele dagen na de verkiezingen. Men kan zich afvragen waar de vele nationale roodwitte vlaggen, die op betogingen massaal opduiken en door de oppositie werden aangenomen als symbool voor nationale vernieuwing, worden gefabriceerd. Het lijkt eerder onwaarschijnlijk dat die in Wit-Rusland zelf geproduceerd worden. Tegelijk worden zowel Polen als Litouwen gebruikt (of eerder: misbruikt) als pionstukken door andere machten wiens belangen minder wortels hebben de plaatselijke cultuur en geografie, namelijk de Verenigde Staten en de EU.

Hoewel met name de oppositie rond Tikhanovskaya gehaast was om de banden met Litouwen, Polen en de EU aan te halen, benadrukten ook zij dat hun de betogingen onder geen beding gericht waren tegen Rusland en dat ze blijvend goede relaties met het land nastreefden. Aan de oprechtheid hiervan kan wellicht worden getwijfeld, maar voor een deel is het doel hiervan om de betogers niet van zichzelf te vervreemden. Peilingen wijzen immers uit dat een overweldigende meerderheid van de Wit-Russische bevolking gesteld is op goede betrekkingen met Rusland, en dat die hoger worden gevalideerd dan goede betrekkingen met de EU. Dit neemt niet weg dat er wel degelijk af en toe eens verdwaalde EU-vlaggen opduiken tijdens de protesten. Maar net zo goed duiken er Russische vlaggen op, al zijn die evenmin echt gemeengoed. Het mag in ieder geval duidelijk zijn dat Loekashenko erin geslaagd is om zowel de prowesterse als pro-Russische uitersten in de bevolking tegen zich te keren. Toch valt duidelijk op dat de protesten in essentie tegen de autocratie van Loekashenko gericht zijn, en dat een veelheid van strekkingen hierin vertegenwoordigd wordt, inclusief de strekking die wellicht het gros van de betogers vertegenwoordigd: zij die ontevreden zijn en verandering willen maar eigenlijk niet echt weten wat. Tekenend in dit opzicht is een filmpje dat enkele weken geleden opdook uit een betoging van de oppositie, waarin een betoger wordt aangesproken op het zwaaien met een EU-vlag. Het verschrikte commentaar van zijn medebetogers luidt: ”Als je dit blijft doen, staat hier morgen niemand meer.”

De toekomst

Hoewel er ook vrij grote steunbetogingen zijn voor Loekashenko en zijn aanhang wel een stuk groter is dan de westerse pers beweert (de situatie doet hier enigszins denken aan Venezuela begin 2019), is het duidelijk dat de massale protesten weliswaar een beetje zijn aan het afzwakken maar de stabiliteit in het land de komende maanden niet zal weerkeren. Desalniettemin zijn grote stakingen die de economie platleggen, ondanks de enthousiaste berichten op Radio Free Europe en Nexta TV in de eerste weken na de verkiezingen, uiteindelijk uitgebleven. Het leger, de politie en de OMON zijn net als het gros van de arbeiders én de nomenclatura, trouw gebleven aan Loekashenko, waardoor het land in essentie blijft functioneren. Veel mensen hebben baat bij een behoud van het status quo of toch op zijn minst een gecontroleerde overgang naar een nieuwe situatie – wat deze ook mag zijn. Daarenboven zijn wilde liberaliseringen, zoals die door Tsepkalo worden voorgesteld, allerminst in het belang van de arbeiders in de staatsfabrieken, die hier veel bij hebben te verliezen. Rusland lijkt ondertussen zijn eieren in de mand van een voorlopig behoud van het Loekashenko-regime te hebben gelegd, maar daar dienen een aantal belangrijke kanttekeningen bij te worden gemaakt. Het is duidelijk dat aan de Russische steun een belangrijke prijs is verbonden, namelijk het verder uitbouwen van de fundamenten van de Unie-Staat en het realiseren van concrete verwezenlijkingen hieromtrent. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat het eindresultaat van de betogingen het definitief opschuiven zal zijn van de Russische grens – of eerder: van een supranationale entiteit waarbinnen Rusland een zeer dominante factor vormt- tot aan de rivier de Bug. Hierbij is geen sprake meer van een Wit-Russische buffer tussen Europa en Eurazië, maar pivoteert het land definitief naar het oosten.

Staatshoofden van de Euraziatische Unie

Dat het regime van Loekashenko aan zijn einde toe is, is iets wat hij nu zelf ook publiekelijk lijkt toe te geven door in de Russische media te alluderen op zijn exit. Het land staat dus duidelijk aan de vooravond van belangrijke hervormingen. Het is duidelijk dat Rusland dit op een gecontroleerde manier wil laten doorgaan, met diepere integratie binnen een Unie-Staat als voornaamste bijproduct. De uitdaging hierbij zal zijn om de harten van de Wit-Russische bevolking, die nu in groten getale op straat komt, te winnen en te behouden. Om te vermijden dat het conflict binnen de Wit-Russische samenleving alsnog een identitaire dimensie krijgt, zal het hierbij dan ook zaak zijn om een meer benauwde vorm van Russisch nationalisme te overstijgen en partners binnen dergelijke supranationale unie de nodige culturele autonomie en nationale soeveriniteit te gunnen binnen de gedeelde Slavische en Eurazische beschavingssfeer en een gemoderniseerd patriottisch en socialistisch systeem. In ieder geval biedt dit perspectief voor de Wit-Russische bevolking een belangrijke kans om te integreren in een groeiende economische ruimte (Rusland steekt dit jaar Duitsland definitief voorbij als grootste “Europese” economie) die kansen biedt op vooruitgang, zonder blootgesteld te worden aan het wilde neoliberalisme en het kolonialisme van de EU, wat net als in Litouwen, Polen en Oekraïne wellicht met een massale ontvolking gepaard zal gaan ten behoeve van het invullen van arbeidsposities in de westerse landbouw en industrie. Daar tegenover staat dan weer dat het regime van Loekashenko de bevolking in het verleden heeft behoed voor een aantal negatieve effecten van de val van de Sovjet-Unie, zoals endemische corruptie, wilde liberaliseringen en de almacht van de oligarchie. Integratie met Rusland brengt ook een deel van deze handicaps met zich mee. Eén van de voornaamste uitdagingen van de komende eeuw vormt is dan ook in hoeverre de Euraziatische Unie haar potentieel als economisch, geopolitiek en cultureel alternatief op de neoliberale Europese Unie en het Amerikaanse imperialisme zal kunnen waarmaken. De toenemende ideologisering van Rusland met belangrijke linkse sociale hervormingen (progressieve belastingen op hogere inkomens en nu mogelijk ook de realisatie van een universeel basisinkomen), een nieuwe en meer ideologische grondwet en een te verwachten groeiende invloed van communisten en nationalisten na de regionale verkiezingen van afgelopen zondag (wat zich ongetwijfeld zal vertalen op het beleid) biedt op langere termijn wellicht zicht op een meer moderne vorm van socialisme dan het postideologische systeem van Loekashenko. Het risico is niettemin dat een aantal sociale verworvenheden die daar in fossiele vorm werden bewaard en in Rusland juist heroverd moeten worden, in eerste instantie door de ophanden zijnde veranderingen zullen worden teniet gedaan. Toch is het duidelijk dat het vasthouden aan een bevroren jaren systeem uit de jaren ’80 zonder aan te passen aan een immer veranderende realiteit niet langer werkt, en dat Loekashenko de harten van het volk hierbij heeft verloren. Wat de Wit-Russen echter in ieder geval kunnen missen als kiespijn, is een kater van het kaliber Maidan. Het zou de Europese Unie en de Verenigde Staten dan ook sieren ditmaal geen pogingen te ondernemen om deze flater nog eens over te doen. Maar hier al te veel op rekenen, zullen we maar best niet doen …