Vlaanderen: een strategisch alternatief voor de Vlaams-nationale dagjespolitiek?

Het is niet de gewoonte van de Zannekinbond om zich uit te laten over verkiezingen, politieke partijen en hun dagjespolitiek. Naar aanleiding van de –alweer- bijzonder moeizaam verlopen vorming van een nieuwe Belgische federale regering maken we een uitzondering op die regel. De voorlopige plannen tot de vorming van een zogenaamde Vivaldi-coalitie maken één en ander duidelijk dat niet uit de aandacht mag verdwijnen omdat het van belang is voor het brede debat omtrent het verwerven van Vlaamse zelfstandigheid. De Vivaldi-coalitie bestaat uit zowat alle traditionele politieke partijen en graviteert rond een links-liberale as. Trouwer aan de dominante opinie bij de elite, het regime en haar status quo inzake decennialang neoliberaal beleid is haast ondenkbaar. Het “alternatief”, een coalitie waar N-VA deel van uitmaakt als belangrijkste partijpolitieke vertegenwoordiger van de eerder rechtse kant van het neoliberale verhaal, verdwijnt naar de achtergrond. De klassieke partijpolitieke Vlaamse Beweging (centrumrechts tot radicaalrechts) bouwt haar kritiek op Vivaldi rond “de afwezige meerderheid” bij de Vlaamse bevolking waardoor Vlaanderen andermaal “mist wat haar eigenlijk toekomt”. De burgerlijke gematigdheid hiervan spreekt boekdelen via de slogan “niet mijn regering” in plaats van “niet mijn land”.

Ondanks het electoraal succes van die partijpolitieke Vlaamse Beweging, die in opiniepeilingen voor het eerst aan een werkbare meerderheid zou komen indien ze zou samenwerken, blijft het electoralisme finaal een dood spoor voor zowel grondige maatschappelijke verandering waar de bevolking (niet alleen in Vlaanderen) om vraagt alsook voor het verwerven van meer Vlaamse autonomie. Met die wens tot grondige maatschappelijke verandering is de klassieke Vlaamse Beweging zelfs niet eens bezig. Aan de basis van deze particratische piste ligt het naïeve geloof in het uitbouwen van een Vlaamse macht binnen en via de Belgische structuren.

Terug naar de “afwezige meerderheid”. Wijlen Lode Claes, de neoliberale bankier die destijds uit onvrede over het Egmontpact de VVP oprichtte, stelde dat de Vlamingen dringend hun minderheidsmentaliteit aan de kant moesten schuiven. Met het volksnationalistisch romantisch dromen zouden geen resultaten geboekt worden. Vlaanderen heeft wel een identiteit maar geen strategie, schreef Claes. Vlamingen zijn inderdaad een afwezige meerderheid, onmachtig om hun potentieel aan politieke macht ook daadwerkelijk te gebruiken. De afwezigheid van een Vlaamse elite die het nationale belang vooropstelt zal er ongetwijfeld voor iets tussen zitten. Ondanks de economische cijfers die Vlaanderen kan voorleggen, is en blijft dat Vlaamse volk hoofdzakelijk een boerenvolk in haar mentaliteit: zwijgen en werken, geen vragen stellen en al zeker geen oproer kraaien. De visie van Claes is ondertussen ten dele achterhaald. Niet zozeer omdat het Belgische regime haar structuren heeft aangepast in staatshervormingen waarin grendelmechanismen werden voorzien die 2/3de meerderheden vergen. Terecht wees voormalig parlementslid Hendrik Vuye erop dat die grendels in grote mate ontgrendeld kunnen worden via gewone meerderheden. Het probleem is echter: de Europese Unie. Drie kwart van de nationale politiek wordt reeds door de E.U. beslist, de nationale lidstaat heeft daar nauwelijks of geen greep meer op. De ontmanteling van de politieke kracht van nationale staten ten voordele van een steeds liberaler wordende economische markt met navenant stijgende invloed van het grote kapitaal, zet hen die grote politieke en/of institutionele verandering op nationaal vlak willen verwezenlijken steeds weer buitenspel.

Na de implosie van de Volksunie zou Bart De Wever, vele jaren later, Claes zijn gedachtegang min of meer opnemen in de uitbouw van de N-VA om af te stappen van de mentaliteit van een nederlaagpartij en over te stappen naar een machtspartij (en niet zomaar een beleidspartij). Zelfs als de communautaire problematiek in de diepvries wordt gestopt, zou door een beleid dat op andere vlakken beantwoordt aan de “rechtse Vlaamse grondstroom” uiteindelijk het socialistisch gezinde Wallonië zelf vragende partij worden voor meer autonomie. “Zou”, want met de vorming van de Vivaldi-regering De Croo I is het falen van De Wever zijn burgerlijke strategie gebleken. Een bittere Bart De Wever mag voor de camera’s nog zo vaak herhalen dat hij zich door de liberalen in de steek gelaten voelt, die liberalen hebben geen centrumrechts door Vlaanderen gedomineerd blok nodig om hun liberaal beleid uit te voeren. 

Vandaag is alles en iedereen liberaal, met uitzondering van (sommige) rechts-radicale populisten enerzijds en radicaal-links anderzijds. Al moet zelfs bij de PVDA al opgemerkt worden dat zij niet meer het Mao Tse Toeng huldigende Amada van destijds zijn, maar in discours en programma opgeschoven zijn naar wat Europese sociaaldemocraten halverwege de 20ste eeuw vertelden. De burgerlijke politiek kent geen interne ideologische tegenstellingen meer, allen aanvaarden ze -mits accentverschillen- hetzelfde programma dat door technocratische specialisten uitgetekend kan worden. Met de liberalen aan het hoofd van de tafel…

Net als Claes destijds gaan zijn hedendaagse volgelingen voorbij aan twee fundamentele problemen: ten eerste wordt elke ontluikende Vlaamse elite opgenomen in de Belgische en/of geglobaliseerde kapitaalselite. Dit proces werd beschreven door wijlen Joost Ballegeer in zijn werk ‘De Vlamingen – een volk zonder bovenlaag’. Om in het burgerlijke politieke kader resultaten te kunnen boeken, is zo’n elite die denkt en handelt volgens lokaal-nationaal belang noodzakelijk. Ten tweede is er de rol én het probleem van de liberale politieke familie. Om die afwezige Vlaamse meerderheid om te zetten in macht, is deelname van de liberale familie aan dit burgerlijk Vlaams project en haar agenda noodzakelijk. De Vivaldi-regering bewijst dat de liberalen helemaal niet zitten te wachten op die afwezige Vlaamse meerderheid.

De liberale politieke familie vormt sinds jaar en dag de meest uitgesproken politieke spreekbuis van het belgicisme. Historische liberale figuren als Jan Frans Willems die in een ver verleden een oprecht orangisme en taalflamingantisme uitten, veranderen hier niets aan. Toen in 1992 de VLD (Vlaamse Liberalen en Democraten) werd gesticht als opvolger van de PVV, leek het alsof de blauwe politieke familie haar Belgisch geesteskind vergeten was. Al snel bleek de filosofie die aan de VLD ten grondslag lag, waaronder de eis voor Vlaams zelfbestuur, in realiteit de gebakken lucht van tijdelijke propaganda te zijn. De beperkte Vlaamsgezindheid verdween al even snel als het opgekomen was, de liberale politieke familie zou de beste waakhond van het Belgisch kapitaalkrachtig establishment blijven. Als deze politieke familie al deelneemt aan de macht in een coalitie met Vlaamsgezinden, is dat niet om communautaire of staatkundige verandering teweeg te brengen, maar om een herstelbeleid te voeren in het belang van het grote kapitaal in het algemeen en van de kapitaalsgroepen die aanzienlijke macht binnen de Belgische instellingen bezitten in het bijzonder. Politicoloog Bart Maddens bevestigde zeer recent dat het Belgisch systeem erop voorzien is om Vlaams-nationale partijpolitiek uit te sluiten tenzij men zich schikt naar het gewenste beleid.

Welke strategie dan wel?

Kritiek geven op de dominante strategie binnen de Vlaamse Beweging is één iets. Een alternatief voorstellen is iets anders. Met de Zannekinbond geloven we niet in de politique politicienne van het burgerlijke establishment waar ook de klassieke rechtse Vlaamse Beweging deel van uitmaakt. Eerst en vooral is er nood aan herbronning aan de basis, bij de gewone Vlaming. VOS-medewerker Nick Peeters verwees hier terecht naar de propagandistische kant van de zaak. Het samentellen van stemmenaantallen of parlementszetels verbergt slechts het gebrek aan instemming bij een meerderheid van de gewone Vlamingen voor onafhankelijkheid. Het is niets anders dan zichzelf prettig bedriegen. Er gaapt een kloof tussen de keuze voor een beleid gebaseerd op rechtse culturele opvattingen enerzijds en het instemmen met het opdoeken van België anderzijds. Om een meerderheid van de Vlamingen te overtuigen, is er nood aan de overtuiging bij de gemiddelde Vlaming dat hij / zij beter zal worden van Vlaamse onafhankelijkheid, dat een betere toekomst in het verschiet ligt. Niet zozeer op basis van negativisme maar door de overtuiging dat Vlaanderen een warmere, meer sociale omgeving zal bieden om te leven en werken. België wordt best vereenzelvigd met wat het reeds decennia is: neoliberale besparingspolitiek ten koste van de werkende klasse, de kleine middenstander, de werkloze.

Vanuit dit perspectief is het belangrijk dat de Vlaamse gedachte opnieuw aansluiting vindt bij sociale en ecologische bewegingen aan de basis. De anti-houding waarmee de rechterzijde de Vlaamse ontvoogdingsstrijd heeft opgezadeld, zal nooit een meerderheid van de bevolking kunnen overtuigen om voor Vlaamse onafhankelijkheid te kiezen. Anti-vreemdelingen, anti-vakbonden, anti-milieumaatregelen, anti-socialisme, anti-islam, anti-van-alles-en-nog-wat terwijl telkens weer de oorzaak van de meeste problemen, het globaliserend laatkapitalisme, buiten schot blijft. Ook die “rechtse grondstroom” die Vlaanderen toegeschreven wordt, blijkt problematisch voor de strategie van De Wever. Vlaanderen blijkt vooral op cultureel vlak eerder rechtse waarden aan te hangen, wat het sociaaleconomische betreft is dat al heel wat minder. De bescherming van sociale rechten die door strijd en staking werden verworven alsook de te lage bijdrage van het grote kapitaal in het staatshuishouden is bij een grote meerderheid van de Vlamingen een doorn in het oog. Het Vlaams Belang kon haar laatste verkiezingsoverwinning in aanzienlijke mate ook toeschrijven aan een aantal –weliswaar oppervlakkige- linkse standpunten in haar verkiezingsprogramma.

Naar een internationaal breukmoment

Om die onafhankelijkheid te bewerkstelligen, is – in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht- een nationale meerderheid en instemming niet voldoende. Gelijk moet je niet alleen hebben, je moet het ook krijgen. Onafhankelijkheid moet je niet alleen zelf proclameren, het moet ook erkend worden binnen de brede statengemeenschap. Om het staatkundig status quo in West-Europa te doorbreken is een nieuw internationaal (minstens op Europese schaal) breukmoment nodig, te vergelijken met de periode 1989-1994, de periodes 1830 en 1848,… Historicus Eric Hobsbawm sprak van de zogenaamde “Age of Revolution” voor de ganse periode 1789-1848. In geval van zo’n revolutionaire periode, is de lengte in jaren niet belangrijk maar wel de internationale invloed en verspreiding.

De euforie van destijds over de val van de Berlijnse Muur en het verdwijnen van socialistische staten in Oost- en Centraal-Europa bij een meerderheid van de bevolking is ondertussen fel afgenomen. Vaak kwam heimwee en ontgoocheling in de plaats, maar dat is hier en nu niet van belang. Hier telt het belang van zo’n breukmoment an sich. Het einde van de Koude Oorlog en de USSR betekende in Europa de start van een veranderingsproces waar de gewelddadige desintegratie van Joegoslavië maar ook de vreedzame boedelscheiding van Tsjechoslovakije deel van uitmaakten. De internationale revolutionaire golf van 1830 maakte de Belgische onafhankelijkheid mee mogelijk.

De politieke en economische elites in de bestaande nationale staten, in de EU, de NAVO, grote kapitaalsgroepen,… zijn dezelfde en wensen het behoud van elk status quo. Zij die een eigen nationale staat nastreven in West-Europa, hebben er geen belang bij de bestaande nationale staat waartoe ze ongewenst behoren te willen versterken t.o.v. die Europese Unie. De bestuurlijke elites zijn exact dezelfde, en op alle niveaus zijn ze gekant tegen verandering van de bestaande statengemeenschap enerzijds en het behoud of verwerven van nationale soevereiniteit anderzijds.

Ondanks grotere steun bij de bevolking in vergelijking met Vlaanderen, slaagt ook Catalonië niet in het opzet tot onafhankelijkheid of meer autonomie, integendeel. De Catalanen maakten kennis met brutale repressie van de Spaanse versie van de liberale veiligheidsstaat. De overmacht waarin Spanje en het patronaat annex kapitaal geholpen worden door de EU is te groot. Of het nu om het afscheuren gaat als separatistische minderheid dan wel de macht verwerven binnen een bestaande staat via meerderheid maakt daarin geen verschil. Nationale bevrijding kan bijgevolg niet anders dan deel uitmaken van een grotere omwenteling, een strijd die minsten op Europees niveau fundamentele verandering teweeg kan brengen. Dit kan niet via stemhokjes. Niets fundamenteel aan het huidige systeem kan worden veranderd door middel van kleine stappen en hervormingen: alles wat het regime met één hand geeft als er wordt gestreden voor verbeteringen, nemen ze met de andere hand weer weg en zal vroeg of laat verdwijnen.

Waar de periode 1989-1994 de intrede betekende van het globaliserend laatkapitalisme en de bijhorende tsunami aan liberale politiek, groeit nu bij de bevolking van de meeste West-Europese landen het gevoel van vervreemding ten aanzien van hun politieke elites. In Frankrijk leidde dit tot de Gele Hesjes beweging die er een prerevolutionair klimaat kon creëren. Een deel van de woede wordt vooralsnog opgevangen door populistisch radicaal-rechtse partijen, tot zal blijken dat zij door beleidsdeelname geen alternatief kunnen vormen en de werkende klasse slechts tijdelijk een roes lieten beleven. De mislukking van de Italiaanse regering Lega – Vijf Sterrenbeweging liet alvast een gevoelige toename van radeloosheid en bijhorend straatgeweld in Italiaanse steden zien. De Covid-19 pandemie leidde tot een verdere uitbouw van de liberale veiligheidsstaat waarvan de bevolking de inperkingen in vrijheden voelt zonder enig perspectief op verbetering. Integendeel, de armoede en de angst voor schuldenlast en jobverlies nemen toe.

Vlaanderen zal misschien nooit het haantje-de-voorste zijn in dergelijk volksprotest, het kan en moet ons inziens wel meesurfen op een mogelijk algemeen Europees volksverzet tegen de neoliberale elites die de lakens uitdelen in gans Europa. Een hedendaagse klassenstrijd die samenvalt met of leidt tot nationale bevrijding. Hierin ligt een taak voor de Vlaamsgezinden die buiten de partijpolitiek actief zijn. De Vivaldi-regering zal er alvast voor zorgen dat de Belgische staat verder vereenzelvigd wordt met dat asociaal neoliberalisme. De onvrede bij de bevolking borrelt, aan ons om het verzet waar mogelijk te versterken…