Vijftig jaar na Nasser’s dood: wat blijft er over van het panarabisme?

Door Alexandre Aoun

Een ideologie waarvan de essentie ligt in de strijd tegen het zionisme en de bevrijding van Palestina, het panarabisme, beleeft haar laatste uren. De recente normalisering van de diplomatieke betrekkingen tussen verschillende Arabische landen en Israël begraaft het Nasser-project verder.

Op 26 juli 1956 kondigde de Egyptische president Gamal Abdel Nasser ten overstaan van een juichende menigte in Alexandrië de nationalisatie van het Suezkanaal aan. Zijn toespraak werd door alle Egyptenaren opnieuw en opnieuw beluisterd. Er is consensus onder de voor- en tegenstanders van het regime. Nationalisten, communisten en islamisten hebben deze stichtingssakte van de moderne geschiedenis van Egypte goedgekeurd en toegejuicht.

Nationalisatie is de uitdrukking van een verlangen naar onafhankelijkheid van de Europese mogendheden, maar het is ook een oproep en een boodschap aan wat men dan de Derde Wereld noemt: het is tijd dat de voorheen gekoloniseerde volkeren zich bevrijden van de ketens van het verleden.

De nationalisatie van het Suezkanaal

In deze gespannen context willen de Fransen en Britten, in een geest van revanchisme, Egypte herinneren aan de hiërarchie van de machten: de voormalige kolonie mag de voormalige kolonisator niet aanvallen. Represailles laten niet lang op zich te wachten: Egyptische tegoeden worden bevroren en alle hulp wordt ingetrokken.

Israël, Frankrijk en Groot-Brittannië bereiden gezamenlijk een militaire interventie voor en denken zelfs aan een invasie in Jordanië. Operatie Musketier begon op 29 oktober 1956 met het zenden van Israëlische grondtroepen naar de Sinaï-woestijn. Frankrijk en Groot-Brittannië bombardeerden de Egyptische luchtmacht en stuurden parachutisten naar Port Said.

Militair gezien betreft het een verpletterende overwinning van de tripartite alliantie op de jonge Egyptische natie. Bijna heel de Sinaï wordt bezet, evenals de Gazastrook.

Deze agressie wordt echter tegengehouden door een ultimatum van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog waren de twee toenmalige grootmachten inderdaad tegen elke oorlog tegen een derde land. De vijandelijkheden werden daarom op 5 november 1956 gestaakt.

Nasser, de man van de Arabische natie  

Hoewel hij militair verslagen werd, komt Nasser met een zeker aureool uit dit conflict tevoorschijn en wordt hij politiek versterkt. Deze gebeurtenis gaat veel verder dan de grenzen van Egypte. In een periode van dekolonisatie en de opkomst van het tiermondistische denken vindt dit succes zijn weerklank over de hele wereld.

Nasser’s aura en populariteit bereiken dan ook een hoogtepunt. In de Arabische straten hangen posters van de Egyptische Rai van Damascus tot Bagdad, via Manama en Beiroet.

Egypte werd het centrum van de Arabische wereld, als leider van het panarabisme. Nasser vertrekt vanuit de fundamenten van deze ideologie, die teruggaat tot de Nahda (“renaissance”) periode aan het eind van de 19e eeuw, en past deze aan een nieuwe situatie aan.

Het pan-Arabisme, geïnitieerd door christelijke en islamitische denkers om de Arabieren zonder confessioneel onderscheid te verenigen tegen de Ottomaanse bezetting, is een nationalistische beweging die de inwoners van de regio, van de Maghreb tot aan de Golf, wil verenigen in een onafhankelijke Arabische natie.

Onder Nasser is de vijand die in staat is de Arabieren te verenigen niet langer het Ottomaanse rijk, maar Israël. Zo is de tripartite agressie van 1956 een militair-politieke vertaling die een voor de regio bijzondere dichotomie aanneemt: het zionisme tegen het panarabisme, de kolonisator tegen de gekoloniseerden.

De geschiedenis zal zich deze gebeurtenis herinneren als een stichtingsakte die wortel schoot in het geweten en de geest van elke Arabische burger.

Het falen van de Verenigde Arabische Republiek

In de nasleep van de nationalisatie van het Suezkanaal in 1956 genoot de panarabische ideologie van Nasser een prestige dat de grenzen van de jonge natiestaten van de Arabische wereld ver oversteeg.

Hoewel de politiek van Nasser zich sterk richtte op de regionale schaal, was het Nasserisme desalniettemin verwikkeld in inter-Arabische geschillen over bestuurs- en leiderschapskwesties.

De voormalige voogdijmogendheden waren fel gekant tegen elk project dat een mogelijke vereniging inhoudt. Want een verenigde Arabische natie zou automatisch een tegenwicht vormen voor de westerse invloed en een bedreiging vormen voor Israël.

Gamal Abdel Nasser was echter van plan een unie met Syrië aan te gaan om de Verenigde Arabische Republiek te vormen. Dit project werd geboren in 1958 met de verwevenheid van Damascus en Caïro op politiek, economisch en militair gebied.

Maar stukje bij beetje legde Nasser zijn opvattingen op en beval hij de depolitisering van het Syrische leger, evenals de oprichting van één enkele partij naar Egyptisch model.

In datzelfde jaar trad Noord-Jemen toe tot het project van de Verenigde Arabische Republiek. Bovendien stortte Libanon zich van juli tot oktober 1958 in een burgeroorlog tussen aanhangers van het Nasserische project en die van de onafhankelijkheid van Libanon, onder leiding van de pro-Westerse president Camille Chamoun.

Van haar kant koos Irak ervoor zich aan te sluiten bij het Amerikaanse beleid door zich in 1955 aan te sluiten bij het Bagdadpact, een bondgenootschap dat deel uitmaakte van de strijd tegen de invloed van de Sovjet-Unie in het Midden-Oosten.

Een ideologie die het slachtoffer is van haar succes

Al snel maakt het bruisende gevoel van de eerste dagen plaats voor ontgoocheling en misverstanden. Nasser’s Egypte polariseerde en monopoliseerde de belangrijkste functies van het bestuur, terwijl de Syriërs zich beperkten tot een ondergeschikte rol. Vanaf dat moment ontstonden er spanningen tussen Egyptenaren en Syriërs, die zorgvuldig in stand werden gehouden door Israël, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

Elk land is geworteld in zijn eigen bijzonderheden. Hoewel allen Arabieren, verwijzen de Egyptenaren naar hun Egyptische aard en de Syriërs naar hun Syrische. Op 28 september 1961 pleegden verschillende generaals van het Syrische leger dan ook een staatsgreep en maakten ze een einde aan de kortstondige ervaring van deze unie.

De ideologie van het panarabisme, die na de nationalisatie van het Suezkanaal in 1956 de menigte zo had begeesterd, werd verzwakt na de klinkende mislukking van de Verenigde Arabische Republiek. Nasser heeft de complexiteit van dit project zeker onderschat.

De Egyptische president werd zelf het slachtoffer van zijn eigen succes en mistte de middelen om zijn ambities waar te maken. Zijn gevaarlijke interventie in Jemen van 1962 tot 1970 ter ondersteuning van de Republikeinse staatsgreep tegen de Royalisten en de klinkende nederlaag van Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 bevestigen de neergang van het Nasserisme.

Een afgeknotte erfenis

Op 28 september 1970 stierf Gamal Abdel Nasser, een zware roker, voortijdig aan een hartstilstand op 52-jarige leeftijd. De Arabische wereld was letterlijk in rouw. Het werd verweesd achtergelaten door zijn charismatische leider.

Alle Arabische nationalistische leiders die volgden waren doordrongen van de Nasseritische visie en ideologie.

De eerste is Muammar Kadhafi, die de fakkel van het panarabisme wou overnemen. Desalniettemin raakte de Libische leider verwikkeld in een grillige visie tussen Afrika en de Arabische wereld, en buitenlandse inmenging verhindert hem echt om zijn project uit te voeren.

Beetje bij beetje verschuift de hoop van het panarabisme naar het Syrië van Hafez al-Assad en het Irak van Saddam Hoessein. Beiden zijn Baathistische nationalisten, maar ze staan op het gebied van leiderschap en alliantie fel tegenover elkaar. De essentie van het panarabisme is de arabité, met Palestina in het hart.

Damascus heeft een unionistisch project met Libanon, terwijl Bagdad in de greep is van een verwoestende oorlog met het sjiitische Iran. Hoewel beide regimes gebruik maken van panarabische semantiek vanwege het vermogen om zich te verenigen buiten de religieuze affiliaties om, geeft elke leider de voorkeur aan zijn eigen gemeenschap.

Normalisatie met Israël

Vandaag de dag is de as van het panarabisme gedoofd. Schmittiaanse logica – de vijand van mijn vijand is mijn vijand – heerst. De Arabische landen aarzelen niet langer om Israël officieel te erkennen door Palestina in de steek te laten in de strijd tegen de Iraanse invloed.

Realpolitik heeft dus voorrang gekregen op ethische en morele overwegingen. Zo wordt in het Midden-Oosten een nieuwe lezing opgelegd onder het soennitische/sjiitische prisma ten nadele van de Palestijnse zaak.

De ideologische leegte die Nasser heeft achtergelaten is sindsdien opgevuld door de staat (Turkije, Iran, enzovoorts) en door niet-statelijke actoren (wahabisme, moslimbroederschap, enzovoort) die het Arabisme niet verdedigen.

Ondanks het verval en de controverses blijft het panarabisme echter populair en blijft het de verwachtingen en verlangens van sommige burgers in het Midden-Oosten begeesteren. De nostalgie rond de figuur van Nasser wordt nog steeds gerecupereerd door de officiële semantiek van de leiders van de Arabische wereld, om hun leiderschap en legitimiteit zo goed mogelijk te kunnen funderen.

——————————————————————————————————————–

Bron: Middle East Eye Edition française