Over “strasserisme” en het verval van links – Malcom Kyeyune

Dit uit het Engels vertaalde artikel is afkomstig van de blog Power & Politics, het gedachtenbord van de Zweedse politieke denker Malcom Kyeyune. Hij was tot 2014 lid van de linksradicale partij Ung Vänster, waarin hij echter door zijn weigering om de daden van de communistische beweging Revolutionära Fronten te veroordelen in opspraak kwam en waaruit hij vervolgens “verwijderd” werd, gevolgd door een reeks opmerkelijke uitspraken van zijn vroegere medestanders, ondertussen duidelijk bekeerd tot het linksliberale status quo, zoals “het geval van Kyeyune toont aan dat het soms wel kan lonen om een beetje racistisch te zijn”(!). Kyeyune, die Afrikaanse wortels heeft, begon vervolgens een eigen blog en sloot zich later aan bij de conservatieve denktank Oikos, vooral controversieel door diens oprichter Mattias Karlsson, de voormalige voorzitter van de rechtsnationale partij Sverigedemokraterna. Ondanks dit alles blijft Kyeyune onafhankelijk in zijn eigen vorm van linksnationaal gedachtengoed en put hij tegenwoordig inspiratie uit de “populistische” bewegingen van diverse pluimage die overal in Europa opkomen, van Aufstehen  tot Prawo i Sprawiedliwość, als alternatieve bewakers van de arbeidersklasse, die verraden werden door het hedendaagse geliberaliseerde links. Daarover gaat ook onderstaande tekst.

Malcolm Kyeyune

De socialistische bourgeoisie wil alle voordelen van de moderne sociale omstandigheden, echter zonder strijd te voeren en de gevaren die voortvloeien uit zo’n strijd. Ze verlangt naar de bestaande staat van de maatschappij, minus de revolutionaire en desintegrerende elementen ervan. Ze wenst een bourgeoisie zonder proletariaat. De bourgeoisie stelt natuurlijk de wereld waarin zij oppermachtig is voor als de beste; en het burgerlijke socialisme ontwikkelt deze comfortabele opvatting tot verschillende min of meer complete systemen. Door het proletariaat te verplichten een dergelijk systeem uit te voeren en daarmee direct het sociale Nieuwe Jeruzalem binnen te marcheren, eist het in werkelijkheid dat het proletariaat binnen de grenzen van de bestaande maatschappij blijft, maar tegelijk al zijn haatdragende ideeën over de bourgeoisie moet weggooien.

~ Karl Marx

Long haired preachers come out every night

Try to tell you what’s wrong and what’s right

But when asked about something to eat

They will answer with voices so sweet

You will eat, by and by

In the glorious land in the sky

Work and pray,  live on hay

You’ll get pie in the sky when you die.

~ Joe Hill

Er waart, zoals zo vaak tegenwoordig, een spook door verbeelding van links in het Westen. Dat spook wordt meestal “strasserisme” genoemd, hoewel het ook andere namen draagt, zoals “roodbruin”, “nazbolisme” (uit “nationaalbolsjevisme”, n.v.d.r.), of loggere namen zoals “Angela Nagle-links”. Toen ik aan het begin van het vorige decennium links werd, bestonden deze termen nog niet op een zinvolle manier. Voor mij en de mensen die ik kende was “strasseriet” een ongelooflijk obscure term die uitsluitend door online neonazi’s werd gebruikt in hun kleingeestige, interne conflicten. Niemand van ons schonk aandacht aan hen of hun dwaze ideologische totems.

Aan het begin van de eerste helft van de jaren 2010 begon het links waar ik deel van uitmaakte eindelijk weer hoopvol te worden, na de desoriëntatie en het richtingsverlies die met de val van het feitelijk bestaande socialisme kwamen. Tijdens de lange winters van de jaren 90 en aan het begin van de jaren 2000 klampte men zich ofwel hopeloos en bitter vast aan een profetie die alle anderen nu volledig overboord hadden gegooid, ofwel probeerde men een nieuwe boetiek aan doelen te vinden om de mislukte te vervangen. Om mijn geboorteland Zweden als voorbeeld te nemen: twee van de belangrijkste nieuwe doelen waren het verzet tegen de neonazi’s en het verzet tegen de globalisering. Er waren enkele overwinningen – althans, dat dachten de mensen graag – maar het idee van het daadwerkelijk bereiken van politieke macht leefde slechts in naam voort. De linkse partijen namen meestal de rol van het sociale geweten van het liberalisme op zich, of in het geval van het antifascisme zagen ze zichzelf als de Batman die het einde van de geschiedenis van Gotham City beschermde. De straten van de triomfantelijke liberale samenleving mogen dan gruwelijk zijn geweest, de politici corrupt en onverdiend, maar de antifascistische Batman kwam nog steeds elke nacht uit bed om al wat laf en laag is te beschermen tegen de monsters die in de schaduw op de loer liggen. Of die gedachte koesterden ze graag. Meestal echter hingen ze gewoon rond en dronken ze bier.

Deze politieke en intellectuele periode was al serieus aan het afbrokkelen tegen de tijd dat ik erbij kwam, op de hielen gezeten door de grote financiële crisis in 2008. Een paar jaar later werd er openlijk gesproken over hoe Marx gelijk had, hoe het kapitalisme en het neoliberalisme hadden gefaald en dat links het enige alternatief bezat voor de machten die er waren. Verguisd en vernederd, maar niet volledig verslagen, en met de middelen en de wil om weer in de strijd te komen – zo zag links zichzelf toen ik me erbij aansloot.

Occupy Wall Street, het uithangbord van links aan het eind van het vorige decennium

Alle details van het tussenliggende decennium vallen buiten het bestek van dit essay, maar het is eerlijk om te zeggen dat links vandaag de dag meer gebroken en politiek ter ziele is gegaan dan op eender welk moment sinds de val van de Sovjet-Unie. In feite kan men stellen dat de crisis waarmee links vandaag de dag te maken heeft ernstiger is dan de crisis van de late jaren 80 en aan het begin van de jaren 90. Het “linkse populisme” als politiek model heeft gefaald. Jeremy Corbyn heeft de slechtste arbeiderspartij in bijna een eeuw voorgezeten. Het “Bernie Sanders-moment” is voorbij, en er valt geen enkel vervolg op deze mislukte linkse projecten meer te bespeuren. Een dergelijke neergang is waarschijnlijk terminaal en onomkeerbaar, want in tegenstelling tot de neergang in de jaren 90 heeft links geen significante steun meer van de arbeidersklasse. Met elke nieuwe “linkse heropleving” in de stijl van Corbyn lijkt het constante wegsijpelen van de steun van de arbeidersklasse in feite alleen maar te versnellen. Kameraad Bhaskar van het tijdschrift Jacobin kondigt met veel gebral de beruchte/beroemde Alexandria Ocasio-Cortez aan als de volgende nieuwe grote presidentskandidate en hoopt op een mondiaal socialisme, maar iedereen met een IQ dat hoger is dan het smeltpunt van water – of in ieder geval iedereen die geen krant heeft die hij/zij je gretig probeert te verkopen – weet dat dit een werkelijk wanhopig hersenspinsel is dat nooit zal plaatsvinden, zelfs niet binnen een miljoen jaar.

Een zekere Marty McMarty heeft onlangs een soort autopsierapport van de gefaalde campagne van Bernie Sanders opgenomen, en ik zou iedereen die dit nog niet deed willen aanraden om ernaar te luisteren, omdat het de meeste centrale tegenstrijdigheden uiteenzet, die binnen de linkerzijde spelen. Het zou handig zijn om het soort analyse dat McMarty maakt te leren kennen, want het doel van dit essay is niet om links te bekritiseren, noch een plan te bepleiten voor de toekomst van links. Het doel is daarentegen om uit te leggen waarom links panikeert over dat wat men “strasserisme” pleegt te noemen, om een schets te geven van de ware politieke inhoud ervan, en om uit te leggen waarom links dit niet kan stoppen, noch diens uiteindelijke ondergang kan voorkomen aan de hand van ons, diens dierbare vrienden en oude kameraden.

Laat ons beginnen met het voor de hand liggende. “Strasserisme” bestaat eigenlijk niet. Niemand leest de gebroeders Strasser nog, zelfs de neonazi’s niet die tientallen jaren eerder dan wie dan ook beschuldigingen van strasserisme naar elkaar gooiden. Niemand buiten Rusland – en trouwens ook niemand binnen Rusland – geeft om de intellectuele output van de Nationaalbolsjevistische Partij, als zo’n output zou blijken te bestaan. De reden dat de term “strasserisme” door hedendaagse links uit de vuilnisbak van de geschiedenis werd gehaald, is dat links zich momenteel in het midden van een sociale en politieke paniek bevindt, en deze paniek heeft ten minste twee centrale functies. Ten eerste vormt dit soort paniekreacties een manier voor een groep gelovigen om om te gaan met een situatie waarin een vooropgestelde profetie faalt. Het enige dat links tegenwoordig kent is de voortdurende mislukking. Zoals elke religieuze sekte kan het falen van de profetie alleen opgelost worden door het bloed te vergieten van de leden die het geloof vervuilen. De prijs van de sociale samenhang is om zich te wenden tot constante zuiveringen.

Ten tweede toont de paniek over het strasserisme de centrale klassenstrijd aan, die links totaal niet kan oplossen. Hier is het van belang om te begrijpen dat de manier waarop deze klassenstrijd wordt behartigd, erop neerkomt dat iedereen het erover eens is om deze in het volle zicht te verbergen. Het is niet controversieel of schokkend om erop te wijzen dat een organisatie als de Democratic Socialists of America bijna volledig bestaat uit mensen uit de middenklasse, of dat identity politics werknemers afschrikken, of iets dergelijks. Je wordt niet gebrandmerkt als een “strasseriet” voor het zeggen van dit alles, want iedereen deze zaken weet. In feite is het op de een of andere manier noodzakelijk voor de ideologische reproductie van links dat iedereen die erbij betrokken is de typische grap maakt over hoe “klein de voeling met de arbeiders” vaak geworden is.

Door deel te nemen aan dit ritueel van zelfloochening word je geen buitenstaander. Alleen als je de spelregels breekt, alleen als je de man achter het gordijn erkent, alleen als je wijst op de basiswaarheid die achter deze buitenste laag van ironische zelfspot schuilgaat, word je één van ons, een van de zogenaamde strasserieten. Deze waarheid is een vrij eenvoudige marxistische waarheid. Klassen hebben klassenbelangen, en dus is het – op zijn zachtst uitgedrukt – een vrij dubieus idee dat je een politieke beweging zou kunnen hebben – de linkerzijde – die enerzijds grondig en waarlijk gedomineerd werd door één klasse, maar anderzijds ook toegewijd was aan de klassenbelangen van een andere klasse, maar tegelijk te stuntelachtig en te wereldvreemd is om ooit succesvol zorg te kunnen dragen voor de klasse waar ze zogenaamd “echt” om geeft. Het is veel waarschijnlijker dat een politieke beweging die gedomineerd wordt door één klasse ook min of meer geheel gewijd zal zijn aan het nastreven van de klassenbelangen van die klasse, terwijl ze ook geen sterke acties zal ondernemen die tegen de belangen van haar dominante klasse ingaan.

De spot drijven met links is zowat de enige echte “politieke activiteit” waar de meerderheid van de hedendaagse linksen aan deelneemt. Maar dit is, om een argument gebruiken dat bekendheid geniet bij de fans van Žižek, een inherent niet-transgressieve daad. Het ondersteunt het idee dat de linkerzijde gewoon te gek, dwaas, lui of dom is om haar ware doel te bereiken, waarvan nog steeds wordt aangenomen dat het de emancipatie van werkende mensen of iets dergelijks is. De ware transgressie in deze context zou zijn om aan te tonen dat de linkse klassepositie onsamenhangend is. Het is grappig dat de redacteur van Current Affairs, Nathan J. Robinson, onlangs in het heetst van de strijd is verzeild geraakt door een stemopname waarin hij zegt dat het socialisme veel beter zou zijn geweest als Marx niet was geboren, maar dit maakt de politieke positie van Robinson in feite minder onsamenhangend dan de meerderheid van zijn boze critici. Er was een socialisme vóór Marx, en het was utopisch en gebaseerd op de menselijke rede en morele vooruitgang. Er zijn goede redenen aan te brengen waarom dit merk van socialisme uit de gratie viel, maar binnen zijn context kan men zeker het standpunt innemen dat een kleine klasse van verlichte en opgeleide welgestelde mensen, handelend uit de goedheid van hun eigen hart, uiteindelijk een vorm van socialisme tot stand zal brengen door de armen, racistische en/of domme proletariërs te verheffen. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, maar het past bij elkaar.

Een centraal uitgangspunt van het marxistisch, materialistisch of wetenschappelijk socialisme is daarentegen dat klassen gewoonweg niet op deze manier kunnen handelen. Klassen streven hun eigen belangen na en handelen politiek gezien niet uit hebzucht, of vrijgevigheid, of enig ander persoonlijk beetje sentiment, maar door historische en economische druk. Het is dit zeer eenvoudige feit dat het “materialisme” van iemand als Bhaskar Sunkara van Jacobin, en dat van de meeste linksen van zijn soort, zo ongelooflijk tegenstrijdig maakt. Opdat dit “materialisme” zou kunnen functioneren, moet er een onuitgesproken overeenkomst bestaan tussen de gelovigen, die stelt dat men nooit op ernstige wijze de instrumenten van de marxistische analyse mag toepassen op links zelf. Elk zelfonderzoek moet op het niveau van de persoonlijke discussie blijven (“kan deze of gene persoon echt een socialist zijn, als zijn/haar ouders zo rijk zijn?”). De straf voor het overtreden van deze overeenkomst, voor het breken van de meest heilige omerta die de moderne linkerzijde heeft, is snel en streng: je wordt hiervoor geheid afgeschreven en je wordt toegevoegd aan de immer groeiende lijst van “strasserieten” en “geheime nazi’s” die de gelovigen proberen weg te lokken van de Ware Weg. Wat er met Angela Nagle is gebeurd is in dit opzicht uiterst leerzaam: haar artikel, De linkse zaak tegen open grenzen, was een poging om te pleiten tegen onbelemmerde immigratie vanuit een op klasse gebaseerd, materialistisch perspectief. Het is heel waarschijnlijk – en ook heel amusant – dat ze vermoedelijk minder aanhoudende online haat zou gekregen hebben als ze had geschreven dat immigratie niet mag toegestaan worden zolang niet-blanke mensen gek praten en slecht ruiken.

Ik moet erop wijzen dat ik zelf in het begin van 2017 “geschrapt” werd, op dezelfde manier als Nagle. In mijn geval was het strafuitlokkende essay een poging om uit te leggen waarom de Zweedse linkerzijde er nooit in sloeg om terrein te winnen bij de allochtone kiezers, terwijl ze zichzelf wel als de natuurlijke thuisbasis van deze kiezers zag. Om de lezers een idee te geven van de algemene situatie, krijgt de Zweedse Vänsterpartiet (letterlijk ‘de linkse partij’) eigenlijk minder steun van allochtone vrouwen dan wat er bij de “anti-immigratie” en “anti-feministische” partij, de Sverigedemokraterna (de ‘Zweden-democraten’), geregistreerd werd. De “chuds en racisten” van Sverigedemokraterna, die door Vänsterpartiet gretig worden uitgelachen, worden letterlijk serieuzer genomen en blijven populairder onder immigranten dan zij, en dit probleem is met de tijd alleen maar erger geworden! Om een lang verhaal kort te maken, het opstel betoogde dat de categorie “immigrant” politiek onsamenhangend en nutteloos is als instrument van socialistische analyse, omdat 1) mensen de neiging hebben hun eigen etnische identiteit te behouden, zelfs als ze migreren, 2) er enorme klassenverschillen zijn tussen en binnen verschillende etnische groepen, en 3) aangezien het Zweedse politieke systeem actief probeert etnische politieke machines op te bouwen en te onderhouden, moet er worden aangenomen dat de mensen die deze machines besturen een rationeel materialistisch belang hebben om ze te onderhouden, in plaats van onbaatzuchtig te vechten voor het internationale socialisme of wat dan ook.

Ik vermeld mijn eigen voorbeeld niet om oude koeien uit de gracht te halen, maar om te benadrukken dat de zonde die mensen het etiket “strasseriet” of “chud” of “roodbruine nazi” oplevert, niets te maken heeft met racistische animus, of zelfs met de kwestie van de immigratie in het algemeen. De dreiging van racisme en de spoken van nazi-Duitsland oproepen wordt niet gedaan omdat het waar is, maar omdat het noodzakelijk is. In mijn geval bleek mijn vader, die vanuit Centraal-Afrika naar Zweden was gekomen om te werken, een gênante, maar uiteindelijk vrij kleine hindernis te zijn om mij uit te roepen tot vechter voor de zuiverheid van het Arische bloed. Er is niets dwaas of irrationeels aan dit gedrag; onze gewaardeerde kameraden doen gewoon het enige wat ze kunnen doen, geconfronteerd met een tegenstrijdigheid die ze niet kunnen oplossen en een beweging die snel uiteenvalt.

Angela Nagle

Niemand leest de gebroeders Strasser, en “strasserisme” is geen serieuze ideologie die iemand tegenwoordig aanhangt. Maar wij bestaan. Wij, vergeten vrienden en afgedankte kameraden, zullen spoedig terugkeren met rammelende ketenen. Wat ons van jullie vervreemdde was niet racisme, noch boosaardigheid, noch bloeddorst. Wat ons eerst tot vreemden maakte, en daarna in jullie ogen tot vijanden, was een politieke onenigheid, een onenigheid die links zou willen begraven en waarover men doet alsof die niet bestaat: de kwestie van het lot en de toekomst van de sociale en economische klasse waaruit links rekruteert en waarvoor men vecht. Zelfs als links probeert zijn egocentrische strijd te verbergen achter de geroemde politieke totems van een twintigste eeuw die al decennialang dood is, kan links zich niet aan deze vraag onttrekken.

Hoewel ik niet pretendeer voor iemand anders dan mezelf te kunnen spreken, zou ik willen stellen dat de “strasseritische” klasse-analyse van de politiek in het Westen en de rol van de linkerzijde tegenwoordig een paar centrale kenmerken delen. Om te beginnen: naarmate de economieën in de westerse landen de afgelopen decennia zijn verschoven, is er een nieuw soort klasse van mensen ontstaan en is het sociale en politieke belang ervan toegenomen. In de Verenigde Staten is de meest voorkomende naam voor deze klasse “PMC’s”, de Professional-Managerial Classes of ‘professioneel-bestuurlijke klassen’. Hun naam is minder belangrijk dan hun functie en politieke traject. Om de zaken nogal brutaal te vereenvoudigen omwille van de beknoptheid, is het opvallende kenmerk van veel PMC’s als politieke actoren een mengeling van politiek liberalisme en cultureel progressivisme, samengevoegd met een politiek project dat erop gericht is hun eigen reproductie als klasse steeds meer te subsidiëren, idealiter door middel van staatstransfers. De staat zou de schuld van de studenten moeten kwijtschelden. De staat moet zich inzetten voor herstelbetalingen. De staat zou “ideeënmensen” in dienst moeten nemen om rapporten en denkbeelden over herstelbetalingen op te stellen. De staat zou nieuwe commissies voor rassenrechtvaardigheid moeten creëren, of gewoon over het algemeen meer banen moeten creëren die mensen in dienst kunnen nemen die door middel van het behoren tot deze klasse het gevoel hebben dat het nemen van een baan bij Walmart betekent dat het kapitalisme heeft gefaald en dat het tijd is voor een revolutie. De meest radicale, misbruikte en economisch onzekere delen van deze klasse zijn tegenwoordig van nature naar links gericht, want links is – wat de linkse partijen zichzelf ook voorhouden – een tamelijk gericht, competent en geloofwaardig klassenproject. Toen Corbyn uit het niets kwam en de partijleider van Labour werd, was het een echte volksbeweging die hem daar bracht; een volksbeweging van studenten en mensen die ofwel de ambitie hadden om zich op de ladder te begeven, ofwel een legitieme angst hadden om proletariërs te worden, om van de sociale en economische ladder af te vallen en zich bij de proletariërs aan te sluiten.

De bijzondere vorm van de “pro-arbeider” retoriek die deze leden van de PMC’s gebruiken komt meestal neer op een soort van liefdadigheid. Stem voor ons, en we geven jullie hogere voordelen en gratis breedband, zoals Labour onlangs probeerde om het de recalcitrante arbeiders van het noorden aan de man te brengen. Het werkte niet. Deze manier van “liefdadigheid” is nauwelijks onbaatzuchtig – het zou een gratis “gift” van deze PMC-activisten aan hun kostbare zout-der-aarde proletariërs zijn, en zoals alle giften zou het afhankelijk zijn van de welwillendheid en de vrijgevigheid van de schenker. De belangrijkste functie van zo’n “liefdadigheid” zou ook zeker zijn om het steeds groeiende aantal nesten van deze klasse van comfortabele, universitair opgeleide bestuurders te bevederen. En wanneer sommige linksen in alle ernst beginnen te debatteren waarom aan “racisten” elke medische zorg van de National Health Service zou moeten worden ontzegd, begint men te ontwaren hoeveel hiërarchische overheersing hun toekomstige “arbeidersparadijs” wel zal bieden aan de werkende armen.

Het gaat hier geenszins om een morele kwestie. Na het verlies van Labour was er een geïrriteerd lid en activist die wanhopig was over hoe blind de arbeiders waren, hoe gemakkelijk ze voor de gek werden gehouden door de propaganda van de Tories. “Zien ze niet in hoe slecht het kapitalisme wel is? Hoe wreed en oneerlijk het is”, schreef deze activist: “Ik heb veel vrienden met goede cijfers die vastzitten in supermarkten, gedoemd om rekken te vullen”. Wie zich voordoet als een soort materialist kan niet in goed geweten de spot drijven met dit soort sentimenten; het is volkomen rationeel dat iemand in die positie denkt dat “het kwaad van het kapitalisme” op de een of andere manier wordt blootgelegd aan de wereld, wanneer hun vrienden worden gedwongen om rekken te vullen zoals het gewone volk dat doet om de huur te kunnen betalen. Dat de andere arbeiders in de supermarkten deze manier van denken waarschijnlijk volledig belachelijk en arrogant vinden, is duidelijk naast de kwestie. Politiek gezien mogen de woede en de energie die de proletarisering met zich meebrengt nooit worden onderschat, want het veroorzaakt politieke explosies. Jeremy Corbyn heeft met succes het politieke kartel uitgedaagd dat Labour naar zo’n politieke explosie heeft geleid.

We moeten niet de spot drijven met een activist die wanhopig is over de toestand van de wereld wanneer goede, solide middenklassemensen met solide middenklassecijfers niet langer de beloofde middenklasselevensstijl kunnen bereiken. Het is echter een fundamentele politieke waarheid dat een arbeidersbeweging die bestaat uit mensen die boos zijn op het vooruitzicht van sociale en economische “demotie” – met andere woorden, mensen die strijden tegen het wrede lot om arbeider te moeten worden – nooit kan slagen. Gratis breedband beloven, of onbeperkt ruimtevaartcommunisme, of een andere idiote fantasiewereld, waarin men het gewoon vindt om boos te worden als men moet werken als een normaal persoon, zal dat niet echt veranderen.

Bovendien, hoe meer deze klasse van mensen die nu aan de rand van de proletarisering staan, groeit, hoe meer hun parasiteren zal toenemen. Als de destructieve geest van het ongebreidelde kapitalisme besluit dat het geen grote middenklasse meer nodig heeft, is de enige actor die de macht heeft om deze historisch achterhaalde klasse te redden de staat. De staat kan deze klus op twee manieren klaren: ofwel door een groter deel van de beschikbare economische middelen te heroriënteren op het subsidiëren van deze klasse, ofwel door zijn macht te gebruiken om de kosten te verminderen die gepaard gaan met het reproduceren van deze klasse zelf. Het is op dit punt dat een klassenstrijd, die waarschijnlijk onvermijdelijk is, zich manifesteert tussen arbeiders en PMC’s. Dit creëert een situatie waarin je een debat kunt voeren tussen Cenk Uyghur van “links”, die zegt: “Als we de illegalen uitwijzen, wie gaat er dan in de kippenfabrieken werken, hm?” en iemand als Tucker Carlson van “rechts” die antwoordt: “Misschien moeten de kippenfabrieken dan maar een leefbaar loon betalen, zelfs als dat de kip duurder maakt?“.

Het is belangrijk op te merken dat de kwestie die in het bovenstaande voorbeeld tussen Cenk en Tucker aan de orde is, niets te maken heeft met “kapitalisme” of met de vraag of het moet worden afgeschaft. Het is heel gemakkelijk om zich een systeem van “kapitalisme” voor te stellen met een overgeëxploiteerde, ellendige arbeidersklasse die de heggen van gelukkige, progressieve en sociaalliberale professionals knipt. Men kan zich ook een systeem van “kapitalisme” voorstellen waarbij de arbeiders iets meer verdienen en comfortabeler leven in het algemeen dan in het eerste voorbeeld, maar niemand in de middenklasse kan zich een kindermeisje uit Ecuador veroorloven. Amerikaans links houdt ervan om Tucker Carlson – en andere mensen aan de rechterkant die op hem lijken – als onoprecht of als “rijke oplichters” af te schilderen, maar het feit dat ze rijk zijn maakt ze in de ogen van de arbeidersklasse in feite minder onbetrouwbare bondgenoten, niet meer. Situaties waarin allianties worden gevormd tussen de koning en de boeren om de middenklasse of de adel te bestrijden zijn schering en inslag doorheen de geschiedenis. Dat de erfgenaam van het fortuin van Swanson bereid zou zijn om het vermogen van de beroepsklasse om een tweede jaarlijkse vakantie te nemen – of zelfs het vermogen voor hun boze, kaartdragende DSA-kinderen om in de beroepsklasse te blijven – om te wisselen voor de politieke steun van werkende mensen, zou nauwelijks iemand moeten verbazen. Het fortuin van de kleine managers en professionals is voor iemand als hij geen dealbreaker. Maar ze zijn wel een dealbreaker voor links. En daarom sterft links. De belangen van de professionele managers en de arbeidersklasse – en, om hier een niet-marxistische term te gebruiken, het interne proletariaat van het Westen – lopen nu zo ver uiteen dat de verschillen niet meer te behappen zijn. Je kunt niet proberen om “beide te doen”. Je moet een klasse kiezen, en leven met het feit dat je net een vijand van de andere klasse hebt gemaakt.

Het bovenstaande is noodzakelijkerwijs een uiterst beknopte beschrijving van de politieke situatie waarin we ons bevinden. Je hoeft me niet aan te spreken via sociale media omdat je het niet eens bent met deze of gene terminologie of kleinigheid. Ik pretendeer niet, zoals ik al eerder zei, voor iedereen te spreken, en de bovenstaande paragrafen vormen ook geen uitputtende of zelfs maar volstrekt correcte weergave van mijn eigen politieke analyse. Toch zitten we dicht genoeg in de buurt, want het doel van dit essay is niet om de goede kameraden in verschillende eurocommunistische partijen, subredditors of “progressieve” ngo’s te overtuigen om ergens terug te keren naar de kudde. Neen, het is tijd om een politieke grens te trekken.

De grote politieke kloof die het huis van het moderne “socialisme” heeft geteisterd, komt neer op de vraag welke klasse in eerste instantie haar belangen moet behartigen. Het is allemaal goed en wel om te praten over het “doen van beide”, of om te proberen de arbeiders te kalmeren door te zeggen dat, eenmaal het socialisme wint, er niemand meer zal werken, zodat er voor hen allemaal gezorgd zal worden.  Een eeuw geleden bespotte Joe Hill de predikanten die de hongerlijdende arbeiders probeerden te sussen door hen te beloven dat er genoeg taart in de lucht zou zijn nadat ze allemaal dood waren. Vandaag doet Aaron Bastani het nog slechter binnen die geroemde politieke traditie, die aan de Britse arbeidersklasse asteroïdenmijnbouw en volledig geautomatiseerde communistische holodecks belooft zodra de Revolutie™ slaagt. Echter, tot de komst van die dag kan men het blijkbaar werkelijk niet verhelpen dat zij onder de plak moeten leven van – en de gevechten moeten blijven strijden voor – de professionele klasse die zich neerwaarts verplaatst? Immers, wie zal al die sjieke asteroïdemijnrobots bouwen als de kleine Junior ineens in de plaatselijke Starbucks-filiaal moet werken, net als het gewone plebs?

Dit is geen kwestie van linkse incompetentie, of de Brexit die plotseling alles kapot zou maken, of iets wat Bernie maar had moeten doen. Links verliest overal de steun van de arbeidersklasse. Links krijgt overal steun van de meer welvarende en welgestelde lagen van de bevolking. Links gaat overal samen met de groenen en de liberale “progressieven”. Dit gaat niet over incompetentie of lafheid. Het is niet persoonlijk, noch kan het worden opgelost door de acties van individuele personen; het is een rechtvaardiging van historisch materialisme, en het speelt zich vlak voor onze ogen af.

De tijd is aangebroken dat het “socialisme” van de beroeps- en managementklassen en het socialisme van de arbeidersklassen uit elkaar gaan. Het eerste is stervende en een doodlopende weg in de geschiedenis. Het laatste moet, denk ik, nog steeds worden bepleit. Belangrijker nog – en dat blijkt uit de persoonlijke ervaring van buitenaf – is dat er nog steeds een publiek bestaat dat bereid is ernaar te luisteren.

Jonge metaalarbeiders door
Ivan Bevzenko (1961, Oekraïene)

In mijn geboorteland Zweden speelt dit conflict zich al af op politiek vlak. De linkerzijde trekt steeds meer welvarende liberalen aan (“wow, weet je, ik had vroeger een hekel aan socialisten, maar met deze enge populisten in de buurt, heb ik me nu gerealiseerd dat sommigen van jullie wel in orde zijn!“), maar verder stagneert het en zit het vol met paranoia en malaise, zoals links overal. Maar tegelijkertijd zijn er elke dag meer en meer van ons, afvalligen – oude kameraden, nieuwe vrienden, allen natuurlijk racistische en seksistische en immorele chuds – en we hebben besloten om een populistische beweging op te bouwen die niet langer probeert om twee meesters te dienen, die de gewone mensen er niet langer van probeert te overtuigen dat ze moeten luisteren naar – of de salarissen moeten betalen van – deze opgezwollen zaalwachters die tegenwoordig door links op hun wenken bediend worden. Het is nog vroeg dag, maar ik kan niet liegen: na jaren en jaren van verliezen, van het moeten luisteren naar de kleingeestige politieke commissarissen van links die je vertellen dat “het een decennialange strijd is, kameraad!” en “deze beweging is groter dan X of Y!” en, natuurlijk, “koop mijn boek!” of “steun de strijd, schenk geld aan mijn Patreon“, voelt het goed om eindelijk echt iets te winnen. Raar, maar goed.

Ik twijfel er niet aan dat ons bescheiden Scandinavische voorbeeld zich binnenkort zal vergezeld worden door heel veel anderen. De jaren 2010 waren een periode van steeds grotere wordende paranoia en steeds meer giftige “schrappingen” binnen de linkerzijde, omdat iedereen die probeerde het onuitgesproken primaat van de PMC-belangen te betwisten met geweld eruit werd getrapt. De jaren 2020 zullen het decennium zijn waarin meer van deze figuren – mensen als Sahra Wagenknecht en alle andere goede socialisten die door liberaallinks worden verguisd en uitgejouwd – weer op het politieke toneel zullen opduiken. Het zal het decennium zijn waarin links ontdekt dat zijn eigen klassenbasis gewoonweg te zwak en te klein is geworden om politieke macht te verwerven tegenover de boze arbeidersklasse die het nu vreest en veracht. Hier spreekt trouwens niet alleen het gevoel: op het moment dat je uit links wordt geschopt en niet langer onderworpen bent aan al haar taboes en regels, begin je te beseffen wat voor een gouden politieke kans zich voor onze neus bevindt. Populistisch rechts is eigenlijk vrij zwak – veel, veel zwakker dan onze oude kameraden zouden toegeven – en hun groeiende grip op de arbeidersklasse is vaak eerder te wijten aan een gebrek aan concurrentie dan aan een of andere uitzonderlijke competentie die ze zouden bezitten. Eens je de ballast en de sociale en economische neuroses van afgestudeerde studenten en managementaspiranten hebt weggenomen, staan de werkende mensen eigenlijk verrassend open voor onze boodschap. Maar juist die openheid voor een niet-PMC-populisme van links is de reden waarom wij – en zij – op elk moment als racisten en idioten moeten worden afgezet.

Arbeiders zijn niet dom. Ze zijn niet slecht. Ze worden niet “om de tuin geleid door de media”. Ze hebben geen valse herders nodig om hen te leiden, geen goedbetaalde morele commissarissen om hen te leren hun buren niet willekeurig af te slachten vanwege het racisme. Ze hebben de linkse partijen in de steek gelaten omdat de linkse partijen hen in de steek hebben gelaten, niet “cultureel” zoals sommige voorstanders van identity politics je zouden willen doen denken, maar materieel. Ze kennen hun eigen klassenbelangen, en ze weten dat de linkse partijen niet gelijk zijn aan die belangen. Dat is goed nieuws, in ieder geval voor degenen onder ons die de moed en de politieke wil hebben om hen te helpen zich te bevrijden van hun zogenaamde “superieuren”. Laat de Labour-activisten in Londen klagen over hoe “teleurgesteld” ze zijn dat de arbeidersklasse is gestopt met het opvolgen van bevelen. Wij zullen niet zoals jullie zijn. We zullen geen nieuwe meesters en nieuwe jukken beloven om onder te leven, geen nieuwe aristocratieën en “voorhoedes” subsidiëren, geen nieuwe kaders van mensen die morele preken en gevoeligheidscursussen verkopen. We beloven de arbeidersklasse eerder een kans op wraak.

De tijd dat de twee huizen van het Socialisme™ elkaar proberen te overtuigen of “het argument proberen te winnen” – wat dat thans ook moge betekenen – is voorbij. Van nu af aan zullen wij, “strasserieten”, jullie niet meer om toestemming vragen om te doen wat wij doen, voormalige vrienden en gewaardeerde oude kameraden. We zullen ook niet om vergiffenis vragen voor het feit dat we het moe zijn om als permanente verliezers te bestaan, die hetzelfde lege ritueel jaar in jaar uit herhalen (“k-kom jongens, ik weet dat dit klote is, maar vandaag rouwen we, morgen organiseren we!!“) alleen maar om de cv’s van talentloze sociale klimmers en zielloze boekventers uit te delen. We laten de kunst van het verlies over aan jullie, kameraden, want dat is tenslotte het enige wat jullie kunnen. Jullie zeggen dat de gewone mensen racistisch, sadistisch en gevaarlijk worden, als jullie ze niet voortdurend op de vingers tikken, immoreel noemen en vertellen wat ze moeten doen. Nou, we zullen die theorie gewoon moeten testen, nietwaar? Hoe dan ook, het is tijd dat we onze eigen weg gaan.

Ik schrijf dit omdat er nog steeds mensen zijn die nog niet weten dat ze een kant kunnen kiezen, die denken dat voortdurend verliezen en aanzien worden als een slechte grap of een doortrapte vijand door de mensen die ze beweren te “dienen” het enige alternatief is. Dat is het niet. Je kunt een chud, een “strasseriet”, een racist, een roodbruine, een nazi worden, net als wij: kortom, je kunt er gewoon voor kiezen om de professionals en managers achter te laten en hen hun hopeloze strijd tegen hun eigen historische achterhaaldheid te laten voeren.

Ik schrijf dit ook als een laatste stukje beleefdheid aan de mensen die ik ooit vrienden noemde, en aan de, ahem, “arbeidersbeweging” waartoe ik ooit behoorde. Als je probeert je gevechten uit te vechten zonder ooit de moeite te nemen om te weten wie je vijand werkelijk is, dan verlies je de oorlog nog voordat het eerste schot is afgevuurd. Ik maak me geen illusies over het vermogen van de moderne linkerzijde om het idee te aanvaarden dat hun vijanden op de een of andere manier competent zijn of door iets anders worden gedreven dan “klootjesracisme”, omdat een competente vijand precies het soort vijand is waarvan de linkerzijde weet dat hij geen kans heeft om hem te verslaan. Dat is allemaal goed en wel, maar er is nog steeds enige wil om te vechten in het midden van al die stagnatie en decadentie, en dan komt het ware gezicht van je nieuwe vijand tevoorschijn. Kijk maar zoveel je wilt! Wij zijn het spook van het socialisme uit het verleden, en als jullie vermoeide “beweging” eindelijk naar de prullenbak van de geschiedenis is afgevoerd, zullen wij weer de voorbode zijn van de toekomst.

We wensen jullie allemaal veel geluk in jullie laatste strijd om jullie verdoemde beweging en evenzo verdoemde sociale klasse te redden. En, net als de Zaporozje-Kozakken van weleer, zouden wij jullie nederig en hoffelijk willen uitnodigen om onze kl*ten te kussen.

Bron: KYEYUNE, M., On ”strasserism” and the decay of the left. Van: Power & Politics, 07/05/2020, https://tinkzorg.wordpress.com/2020/05/07/on-strasserism-and-the-decay-of-the-left/. Geraadpleegd en vertaald door Alexander Demoor op 18/06/2020.