Het mysterie van de wokeness. Een hoofdstuk in de geschiedenis van het politieke virtualisme – Bruno Maçães

Zoals Aja Romano het in haar geschiedenis van de wokeness verwoordt, had de term woke oorspronkelijk drie definities in de Afro-Amerikaanse gemeenschappen die hem in het leven riepen:

1) een socio- of dialectische variant van het Engelse voltooide deelwoord awoken ‘wakker, ontwaakt’;

2) een daaraan verwante betekenis van een toestand waarin men zijn of haar romantische partner van overspel verdenkt;

3) de voortdurende speurtocht naar systemisch onrecht.

Na de gebeurtenissen te Ferguson kreeg wokeness de betekenis van een verhoogd politiek bewustzijn en alertheid. Dit element is cruciaal. Als het erom gaat zich alleen maar bewust te zijn van sociaal onrecht, dan zal de progressieve politiek een performatief aspect krijgen. Je toont je bewustzijn door persoonlijke en sociale expressie. Of die expressie tot praktische, materiële resultaten leidt, is naast de kwestie. Zoals Romano het zegt, “het claimen van wokeness gaat vaak over het in stand houden van het oppervlakkige vertoon van progressief idealisme zonder de handen uit te steken voor het echte werk, namelijk om de systemen van onderdrukking te begrijpen en vervolgens te veranderen“. De single Redbone uit 2016 van de groep Childish Gambino’s (het pseudoniem van Donald Glover) maakte ruimschoots gebruik van de dubbelzinnigheid tussen de seksuele en politieke betekenissen van de term:

Het is dit performatieve element – zó centraal in de betekenis van de term – dat wokeness kwetsbaar maakt voor aanvallen van zowel rechts als traditioneel links, terwijl het een ouder cohort vervreemdt, voor wie politiek uiteindelijk om de echte wereld draait. Neem nu het recente voorbeeld van John Cleese. De acteur en komiek wordt sinds zondag 22 november 2020 aangevallen op de sociale media nadat hij twitterde dat hij “niet zo geïnteresseerd is in transseksuelen”. Arme Cleese. Als progressief persoon lijkt hij de indruk te hebben dat iedereen vrij is om zijn of haar belangen te kiezen in een liberale samenleving, mits hij of zij de vrijheid van iedereen respecteert om hetzelfde te doen. Hij voegde er zelfs aan toe dat hij hoopte dat de transseksuelen “gelukkig zijn en dat de mensen hen vriendelijk behandelen”.

Cleese begrijpt eenvoudigweg niet dat overtuigingen in het openbaar moeten worden uitgevoerd. Hoe kunnen we weten wat hij denkt over transseksuelen als hij geen moeite doet om uit te weiden over die gedachten? Hetzelfde zou gelden voor de strijd tegen racisme. Het volstaat niet om geen racist te zijn. Men moet “niet-racistisch” zijn. Het verschil tussen beiden? Een niet-racist heeft overtuigingen. Een antiracist voert ze daarentegen op voor een publiek.

Ik zie twee belangrijke verklaringen van wokeness. Ten eerste zijn er mensen die wokeness zien als een nieuwe illiberale ideologie, de erfgenaam van de revolutionaire traditie. In deze zienswijze is wokeness gewoon een radicale versie van de linkse politiek. Woke links streeft een extreem programma na en gebruikt autoritaire methoden en instrumenten om sociale verandering teweeg te brengen.

Ik verkies echter de tweede verklaring. Wokeness is virtueel en betreft geen radicale politiek. De woke linkerzijde heeft min of meer opzettelijk elk project van sociale transformatie opgegeven. In plaats daarvan creëert het een publieke voorstelling, een reality show van sociale vooruitgang en vraagt het ons daarin onze rol te spelen. Dat het geen radicale beweging is, blijkt ruimschoots uit de manier waarop het naadloos aansluit bij het Amerikaanse bedrijfsleven. Ross Douthat noemde het de “woke hoofdstad”. Voor zakelijk Amerika is wokeness de beste van alle mogelijke werelden. Het leidt het revolutionaire instinct van de mens af naar zuiver virtuele activiteiten, terwijl het de echte wereld overlaat aan hen die weten hoe ze winst moeten maken. Een bepaald soort performatieve wokeness wordt aan links aangeboden “in de hoop dat, als het corporate Amerika haar kant kiest in de cultuuroorlogen, de inspanningen van links om nieuwe monopolies te belasten of te reguleren zullen afgestompt worden”. Of denk aan het onderwijs. Het veranderen van de naam van een universiteitsgebouw is een performatief gebaar. Het zou juist politiek en economisch radicaal zijn om het aantal inschrijvingen van Afro-Amerikaanse studenten te bevorderen. Helaas zou zo’n streven dan weer de kansen doen slinken van studenten wiens plaats anders werd verzekerd door het alumnischap van hun ouders. Raad eens welke aanpak de voorkeur wegdraagt van hedendaags woke links.

Wokeness is slechts een hoofdstuk in de voortdurende geschiedenis van het politieke virtualisme.

Bron: MAÇÃES, B., The mystery of wokeness. A chapter in the history of political virtualism. Van: World Game, 28/11/2020, https://brunomacaes.substack.com/p/the-mystery-of-wokeness. Geraadpleegd en vertaald door Alexander Demoor op 30/11/2020.