EUROPA EN KAPITALISME – DE TOEKOMST HEROVEREN

Fusaro, D., Europe and Capitalism – Regaining the Future. Mimesis International, 2015, 124 p.

De Italiaanse filosoof Diego Fusaro is op zijn zachtst gezegd controversieel. En dat maakt het interessant om zijn visie naderbij te bekijken. Naast zijn academisch werk aan het Instituut voor Hogere Strategische en Politieke Studies in Milaan is hij een bezige bij op sociale media, in columns van diverse magazines en inspireerde hij tot de oprichting van een politieke partij, Vox Italia (niet te verwarren met de extreemrechtse partij Vox in Spanje). Als leerling van Costanzo Preve werd zijn denken mee beïnvloed door Marx, Gentile, Gramsci, Hegel, Fichte,… Controversieel dus, omdat hij een aantal zaken verdedigt die op het eerste zicht in tegengestelde politieke kampen worden verwacht. Dat levert hem zowel vanuit rechtse als linkse hoek verwijten op, maar terzelfdertijd stijgt de populariteit van zijn boodschap bij de gewone Italiaan, en dan vooral bij de werkende klasse.


Fusaro legt de nadruk op een combinatie van marxistische klassenstrijd in een nieuwe gedaante, gecombineerd met het populistisch opkomen nationale soevereiniteit. Een combinatie van rechtse waarden en linkse ideeën zoals hij het zelf omschrijft. Net zoals de Britse socialist George Galloway de Brexit verdedigde, steunt Fusaro een Italexit. Vandaag is enkel de markt de enige soevereine kracht, nationale staten zijn hierin een hinderpaal die overwonnen moet worden. Voor Fusaro is de Europese Unie niets anders dan een instrument dat de belangen van het grootkapitaal faciliteert en daarom beter verdwijnt: het herwinnen van nationale soevereiniteit als waarborg om een democratische, sociale politiek mogelijk te maken. In tegenstelling tot economie is politiek immers gebonden aan de beperkte ruimte van soevereine politieke gemeenschappen waarbinnen sociale rechten in wetgeving vorm kunnen krijgen. De huidige derde fase van het kapitalisme wordt vooral gekenmerkt door het terugdringen van de politiek. Het laissez-faire neoliberalisme ruimt alle obstakels uit de weg ten gunste van ongelimiteerde groei. De kapitalistische globalisering is dan ook het flexibele, hedendaagse imperialisme dat gericht is op de inlijving van alle volkeren, naties en staten in één geïnternationaliseerd model van het neoliberale systeem.

De Europese Unie illustreert de absolutistische ontwikkeling van het kapitaal naar ultieme macht via de neutralisatie van politieke autoriteit. Europa is enkel eengemaakt op basis van de Europese Centrale Bank met een eurocratie als resultaat. De euro als munt is een fundament van het absolute kapitalisme, en heeft bijgedragen tot de machtsgreep van de economisten ten aanzien van de politiek. De EU is dan ook een instrument om sociale rechten die doorheen 150 jaar sociale strijd werden opgebouwd, stelselmatig onderuit te halen. Een exit uit deze EU en de euromunt is een noodzakelijke voorwaarde voor een sociaal en nationaal soeverein beleid.

De focus op horizontale conflicten (autochtoon/immigranten, maar ook hetero/homoseksueel, feministisch/patriarchaal, verdedigers/critici van traditionele huwelijks- en gezinsvormen) werkt in het belang van het kapitaal, waarvan het doel is om ons af te leiden van het ene verticale conflict waar we ons allemaal zorgen over moeten maken: het grootkapitaal versus het menselijke. Zijn klassenstrijd situeert zich niet in de gekende sfeer van proletariaat versus burgerij die voor Fusaro tot de voorbije tweede fase van het kapitalisme behoort. Het einde van de Koude Oorlog in 1989 betekende dat klassenstrijd in toenemende mate gezien moet worden als een strijd van de werkende klasse met inbegrip van de nationale burgerij tegen de kosmopolitische elite van het post-burgerlijke kapitalisme. De werkende klasse herkent zich niet meer in een politieke linkerzijde die de gewone man zijn (burgerlijke) tradities aanvalt in plaats van de strijd met het kapitaal aan te gaan. De mei-68’ers hebben bijgedragen aan het effenen van het pad voor dat post-burgerlijke kapitalisme dat uit zichzelf contesterend, antidisciplinair en permissief is. 1968 was een revolutionair jaar waarin we niet bevrijd werden van het kapitaal maar waarin het kapitaal geëmancipeerd werd door zich te ontdoen van burgerlijke cultuur.

Fusaro brengt zijn antikapitalisme ook op een geopolitiek niveau. Tegenover het huidige Europa als zielloze kolonie van de USA plaatst hij een Euraziatische geopolitieke keuze en de creatie van een multipolaire wereldorde. De val van de Berlijnse Muur betekende de start van de zgn. “Vierde Wereldoorlog” (de Derde was de Koude Oorlog). Deze situeert zich tussen de Amerikaans-Atlantische wereld enerzijds en de naties die niet aan deze gewenste wereldorde willen deelnemen anderzijds. De implosie van de politiek en het ontbinden van het communistisch machtsblok leidde tot een uitbarsting van imperialistische gewapende conflicten met het Westen als gangmaker van een unipolaire wereldorde (global governance). Staten en politieke krachten die zich verzetten of zich als uitdager opwerpen moeten vernietigd worden, de globaliserende grenzeloze economie wordt ontdaan van politieke of territoriale bindingen. Die unipolaire wereldorde krijgt ook gestalte in het heersend internationaal recht waartegenover Fusaro een ander, Kantiaans gekleurd internationaal recht plaatst dat relaties tussen soevereine staten regelt in een multipolaire orde op basis van wederzijdse vreedzame erkenning. Kant waarschuwde voor het risico dat inherent is aan het idee van een kosmopolitische grondwet die de universele vrede sticht en meteen de deur openzet naar het ergste despotisme: de ontbinding van de pluraliteit van de natiestaten ten gunste van een macht die ten onrechte superpartijdig is en elk onderwerpt aan één enkele soevereiniteit. Hetgeen we dus de facto en de jure zowel in de Europese Unie als in de dynamiek van de veramerikanisering van de wereld, eigen aan het globalisme, kunnen vaststellen.

Het gaat om een absolute strijd van Goed tegen Kwaad, van de beschaving tegen de terreur waar geen onderhandeling of vrede mee mogelijk is. Voor Fusaro is het anti-islamdiscours geen project richting vrijheid en gelijkheid, maar een overgang naar de kapitalistische modernisering, de verschuiving van de islamitische sluier naar de westerse minirok. 9/11 leidde tot een sterke toename van individueel toezicht en controle, op geopolitiek vlak tot nieuwe imperialistische agressie (als vergelding of ter preventie van een nieuw 9/11). Sinds 1989 stond elk conflict in het teken van het opleggen van economische en geopolitieke suprematie aan staten die het globale financiële systeem weerstaan. Eisen m.b.t. democratie en mensenrechten dienen slechts als alibi. Rebelse staten die onderwerp vormen van Westerse embargo’s en agressie verdienen wat Fusaro betreft dan ook steun. Voor Europa is een sterk Rusland dat kernwapens en een strategische autonomie bezit, een tegengewicht voor de door de Amerikanen bevorderde (economische) expansie.

Het totalitaire karakter van het globaliserend kapitalisme komt tot uiting in haar globalisering waar geen ruimte meer gelaten wordt buiten het alles overheersende marktprincipe. Politiek is machtelozer gemaakt, de media zijn uitermate systeembevestigend, de werkende klasse is door het consumentisme mee ondergeschikt gemaakt, vrijheid is nog slechts een abstract gegeven. Het totalitaire geweld dat hieraan te pas komt met sterfgevallen in de werkende klasse blijft onder de radar. Er kan geen gezicht op geplakt worden, het geweld gebeurt niet door kogels maar door uitsluiting, verarming, vereenzaming,… In 1989 overwon niet de vrijheid maar wel het marktprincipe dat nu alles overheerst. Fusaro wenst een strikte afwijzing van de gedachte dat economie neutraal is en geweld enkel maar uit politiek (van het verleden) kan komen: fascisme, communisme,… Enkel via het verwerven van nationale soevereiniteit wordt een sociale politiek mogelijk via politieke controle over de economie. Hij benadrukt dat men niet langer het verhaaltje mag geloven van politici die stellen dat er geen alternatief is voor het huidige beleid. Dit voedt fatalisme en laat elke historiciteit verdwijnen waardoor ook elk toekomstperspectief gehypothekeerd wordt. Er is een actief bewustzijn nodig dat verandering mogelijk is, een rebels idealisme moet opnieuw op de toon aangeven. Wat is, is er door menselijk handelen en kan dus gewijzigd worden. Een strategie voor de oppositie moet berusten op een ideaal, een alternatief wereldbeeld waarin de tekortkomingen van de huidige tijd duidelijk worden en er een optimistisch militant tegenbeeld gepresenteerd wordt. Krachtenbundeling in de oppositie wordt noodzaak, voor links versus rechts kan geen plaats meer zijn. De aanhoudende aanvallen op tradities, familie, staat, religie,… vanuit liberale identity politics hebben een kapitalistische functie, namelijk de vestiging of versterking van een niet-communautaire gemeenschap van producenten / consumenten.

Fusaro houdt een krachtig pleidooi voor een hernieuwde dialectiek en een culturele revolutie die de heersende machtsideologie verwerpt. Voorts voor het vooropstellen van een Ideaal dat per definitie een Utopia moet inhouden als het rebels wil zijn . Hij benadrukt het belang van een hernieuwde klassenstrijd die nooit verdwenen is (ondanks wat neoliberale opiniemakers hierover stellen) maar nu in een nieuw gedaante opduikt: werkende klasse (waaronder ook burgerij) versus een kosmopolitische elite. De burgerlijke waarden passen niet meer in het laatkapitalistische stadium waar mei ’68 de weg heeft vrijgemaakt voor een postburgerlijk kapitalisme. Fusaro vertrouwt op het revolutionair potentieel van de jeugd ondanks zijn vaststelling dat hun verbeelding sterk beïnvloed wordt door Amerikaanse populaire cultuur. Voorts stelt hij een fout vijandbeeld vast bij die jeugd dat gezocht wordt in een kunstmatige tegenstelling tussen anticommunisme en antifascisme. Door beiden naar voren te schuiven in hun respectievelijke politieke kampen, blijft de dictatoriale marktwerking buiten schot en blijft het kapitaal grote winsten maken.