Elf juli: Vlaamse strijddag!

Eén jaar Zannekinbond

Elf juli is de Vlaamse nationale feestdag. In de eerste plaats echter, is het een Vlaamse strijddag. De voorbije decennia evolueerde elf juli maar al te vaak tot een zoutloos fenomeen in een eerder ritualistische strijd tussen burgerlijk-nationalistische politici en transferboekhouders. De ingrediënten bestaan uit een formalistische toespraak van prominente Vlaamsgezinde politici aan het Groeningemonument in Kortrijk, optredens op de grote markt van Antwerpen, een gratis vat, gesubsidieerde festiviteiten en kermissen, enzovoort. Normaliter zou de nationale Vlaamse feestdag dit jaar trouwens qua animo opnieuw de concurrentie moeten aangaan met de prestaties van het (inter)nationale Belgische elftal, wat doorgaans leidt tot een overvloed aan tricolore vlaggen aan de huisgevels (tegelijk zijn dit vaak ook schreeuwerige en hyperkapitalistische bier- of frisdrankreclames), maar van die tweestrijd is men dit jaar bespaard gebleven, als gevolg van de onfortuinlijke gevolgen van de COVID-19 epidemie. De voorbije jaren werd het nochtans breed gedeelde enthousiasme voor de sportieve prestaties van de Red Devils, samengesteld uit een internationaal bijeen gekochte groep van belastingen ontduikende multimiljonairs met niet het minste greintje loyaliteit jegens de Belgische staat of affiniteit met hun Vlaamse en Waalse supporters – veelal gewone mensen uit de arbeidersklasse –  door linksliberale politici steevast geïnterpreteerd als een hoofdstroom van unitair neopatriottisme, dat in feite een lokale variant zou moeten zijn van een algemeen aanvaard “superdivers” globaal kosmopolitisme. “Tous ensemble!” luidt de slogan, al zijn sommigen – net als in George Orwell’s Animal Farm – wel wat meer “ensemble” dan de anderen. Dit weinig concrete maar blijkbaar breed gedragen Belgische “gevoel” bleek de afgelopen jaren telkens weer tegen te vallen wanneer er enkele maanden later verkiezingen waren. De triade tussen de Belgische staat, een “verlicht” cultureel kosmopolitisch burgerschap en een hersenloos consumentenkapitalisme, is echter zelden meer symbolisch geworden en expliciet gemaakt dan tijdens deze tweejaarlijkse vaudeville van brood en spelen.

Dit jaar evenwel niks van dat! En er is nog meer slecht nieuws voor het Belgische “gevoel”. Na de verkiezingen van 26 mei 2019 is men er tot op heden nog steeds niet in geslaagd een nieuwe federale regering te vormen. Het algehele vacuüm in de regeringsvorming lijkt deze van 2010-2011 te gaan overtreffen (een record van 541 dagen zonder federale regering), want tot op heden is er in de soap, zich nu uitkristalliserend rond de zgn. “drie koningen” (liberalen en christendemocraten) en één koning buiten categorie (“King Connah”), weinig te merken dat lijkt te wijzen op de snelle vorming van een nieuwe regering in het najaar. Daarenboven bestiert een regering van lopende zaken het land al sinds 8 december 2018, na de val van het kabinet Michel I naar aanleiding van het Marrakeshpact. Maar geen probleem, de Belgische deep state kachelt rustig verder. Het is nu wel afdoende bewezen dat zij dit ook zonder democratisch verkozen vertegenwoordiging kan. Volgens MR-voorzitter Bouchez is een minderheidsregering overigens de beste optie, aangezien het parlementair halfrond aan beide zijden – links én rechts – geflankeerd wordt door “populisten”, waar men bijgevolg geen rekening mee hoeft te houden. Het meest onthutsende aan dit alles is dan ook niet dat het land niet meer in staat is om een regering te vormen, maar dat het geen representatieve regering nodig heeft om de belangen te behartigen van de kapitaalgroepen die baat hebben bij het voortbestaan ervan. Dit maakt België de facto tot een oligarchie met een geknutseld en onoprecht “antipopulisme” als ideologische legitimatie ervan.

Ondertussen zijn er natuurlijk ook de wanprestaties van de Belgische staat gedurende het afgelopen jaar. De corona-epidemie veroorzaakte in ons land buitenproportioneel veel overlijdens, maar de regering weigert te investeren in een fatsoenlijk werkende zorgsector. Waar de nationale leiders in veel landen hun populariteit zagen stijgen omdat ze de natie doorheen de moeilijke periode wisten te loodsen, grossierde de regering van Wilmès in de wancommunicatie. Persoonlijkheidscultussen rond opgevoerde medische experts met een nadrukkelijke politieke mening moesten de agenda van de elites legitimeren, maar hun sterk polariserende stellingen (waarbij één van hen onlangs nog verklaarde “trots” te zijn op het virus omdat het, godbetert, in een land duizenden kilometer verderop, aan de overkant van de Atlantische Oceaan, een onbekwame president ten val zou brengen) verdeelden de bevolking enkel verder. “Tous ensemble!” klonk het opnieuw aan het begin van deze crisis, maar opnieuw waren sommigen meer “ensemble” dan anderen.

Vlamingen én Walen worden in deze arena tegen elkaar uitgespeeld, zodat een financieel-economische, veelal Brusselse elite het territorium dat aan deze volkeren toebehoort kan benutten voor haar neoliberale agenda. Onbewust hiervan richtten zij hun pijlen op elkaar. Vanuit een van bovenaf aangepraatte kruideniersmentaliteit wordt de “hardwerkende Vlaming” opgezet tegen de “luie Waal”. En van hun kant worden de Walen, die gevangen zitten in een corrupt net van nepotisme en cliëntelisme jegens hun hoofdstedelijke feodale meesters (de spreekwoordelijke PS-staat), opgezet om zich te verzetten tegen de “fascistische Vlamingen”. Pierre Wunsch, gouverneur van de Nationale Bank, noemde Wallonië onlangs dan weer “communistisch”, omdat de overheidsuitgaven er tot 70% van het BBP oplopen. De burgerlijke Vlaams-nationale mythe van de twee democratieën, waarbij Vlaanderen inherent rechts en liberaal, en Wallonië links en socialistisch zou zijn, wordt merkwaardig genoeg gedeeld door de Belgische financiële elites voor wie de economie in het land wat meer op export gericht zou mogen zijn. Bart De Wever en de Belgische deep state, één strijd?

Daarom is de Vlaamse strijddag op elf juli in de eerste plaats niet een verhaal van transfers, taalfaciliteiten en partijpolitieke manoeuvres. Het is een verhaal van klassenstrijd en nationale bevrijdingsstrijd! Niet de gewone Waal, niet de gewone Vlaming zijn het probleem, maar de urbane, hoofdstedelijke, neoliberale, Belgische financiële elites die een kader in stand houden waarbinnen ze het territorium van deze volkeren kunnen beheersen en tot het eigen voordeel aanwenden. Pas wanneer deze ivoren torens worden omvergeworpen, kan er werkelijk sprake zijn van zelfbeschikking der volkeren.

En wat met de identitaire kwesties? De taalfaciliteiten, de verfransing van de rand, de verengelsing van het onderwijs en de cultuuroorlogen op de sociale media en in de straat? Een simpel Vlaams canon is blijkbaar teveel gevraagd voor diezelfde cultuurbourgeoisie die moord en brand schreeuwt bij de minste reductie van hun (Vlaamse) cultuursubsidies. Aan de verengelsende universiteiten staan luidruchtige historici op die er “hun levenswerk van willen maken” om “Jan Breydel uit het collectieve geheugen van de Vlamingen te wissen”. Het herschrijven van de geschiedenis in functie van nieuwe idées fixes, niet langer van nationaal-romantische aard maar daarom niet minder een subjectieve weerspiegeling van een bestaande Zeitgeist (en dan drukken we het nog beleefd uit). De postmoderne identity politics van slachtofferschap en narcisme, vermomd als “linkse revoluties”, zijn niets anders dan een elite die rebelleert tegen zichzelf en uiteindelijk de arbeidersklasse tot kop van jut maakt.

Het antwoord hierop is klassenstrijd en een nationale bevrijdingsstrijd! Niets meer en niets minder. Vanuit dat oogpunt werd Zannekinbond één jaar geleden opgericht. De nationale kwestie en de cultuuroorlogen kunnen enkel vanuit een sociale analyse worden opgelost. Daarom is 11 juli, net als in 1302, geen feestdag maar een Vlaamse strijddag! Een dag van het gewone volk tegen haar ontrouwe Belgische patrons. Niet tegen de Walen, waarvan er velen destijds overigens samen met de Vlamingen aan de Groeningekouter stonden, maar tegen een elite die overal en nergens thuishoort en wiens sociopolitieke constructies het welzijn van het volk in de weg staan. Misschien is het waard om dat eens wat vaker in het collectieve geheugen van de Vlamingen te prenten, in plaats van obsessief bepaalde identitaire mythes te proberen deconstrueren, enkel en alleen om die te vervangen door andere.