Eerst de mensen, dan de banken, nooit de woeker

Het kapitalisme zoals dit vandaag kennen, is grotendeels gebaseerd op een financiële markt waar speculatieve transacties domineren. Omdat er geen reële economische activiteit tegenover deze transacties staat, is dit zondermeer parasitair van aard. Om te komen tot een rechtvaardig bank- en economisch systeem, moeten woeker en de mogelijkheden tot amoreel winstbejag vanwege bankiers uitgeschakeld worden. Dit vergt een andere politiek, niet enkel nationaal maar ook internationaal met gelijkgezinden. Met de uitbraak van de bankencrisis in 2008 werd duidelijk dat ook ons land de bankwereld lange tijd te veel ruimte gaf voor blind, risicovol en amoreel winstbejag, mede als gevolg van de aard van dit financiële systeem zelf. Vooral de politieke wereld is hier schuldig aan nalatigheid door de bankiers vrijelijk hun gangetje te laten gaan en het systeem van leenkapitaal niet in vraag te stellen. Erger wordt het wanneer we de “oplossingen” bekijken die de politieke wereld in samenspraak met de bankwereld heeft uitgedokterd. Het staat zo goed als vast dat er nog nieuwe crisissen zullen volgen. Voor de begane praktijken werd niemand gestraft, tenzij de gemeenschap die de schuldenberg nog jarenlang afbetaalt via belastinggeld naast het betalen van rente op leningen.

De oorzaken van de problemen aanpakken

Kunnen we streven naar een financieel systeem zonder woeker? Met woeker bedoelen we elke vorm van rente die de facto neerkomt op diefstal. In de volksmond wordt woeker vaak aangeduid als hoge rente. Eigenlijk valt elke vorm van rente aan te duiden als woeker. Het uitlenen van geld tegen een vergoeding waar geen arbeid of risico tegenover staat leidt tot een toename van de geldhoeveelheid zonder tegenwaarde in de reële economie. Er wordt dan geld verdiend door diegenen die niet werken, via uitbuiting van hen die wel werken en/of risico’s dragen. Rechtvaardigheid is ver te zoeken. Ook door speculatie wordt via risicoloze rente geld verdiend.

Daarom moeten we af van het systeem van Fractional Reserve Banking. Dit principe dat aan de basis ligt van het huidig financieel systeem laat de private banken toe aan geldcreatie te doen waardoor de geldhoeveelheid kan toenemen zonder dat daar in de reële economie productie van goederen en diensten tegenover staat. Hoe meer nieuw geld geschapen wordt via het uitschrijven van nieuwe leningen, hoe meer rente-inkomsten. Slechts een kleine hoeveelheid kapitaal houden de banken in buffer achter de hand (fractionele reserves). Voorts is er risicoloze rente in speculatieve transacties (de meerderheid van de wereldwijde transacties zijn vandaag speculatief), dat is net zo goed woeker.

Het is dan ook de kredietschepping van de banken die de geldhoeveelheid opblaast en de gezinnen, bedrijven en overheden schulden laat aangaan in de vorm van nieuwe leningen. Leningen, waarop ze rente betalen. Rente is daarbij het (winst)motief om zoveel mogelijk nieuw geld te scheppen. Via het afbetalen van rente wordt evenwel rijkdom, geld weggesluisd uit de reële economie. Een kleine financieel-economische elite (bankiers, aandeelhouders, speculanten) strijken de winsten op terwijl ze nauwelijks of niet bijdragen aan de echte productie van goederen en diensten en dus van welvaart.

Deze vorm van geldcreatie gaat ook gepaard met inflatie of muntontwaarding. Met 100 euro op 1 januari zal je tegen eind december van hetzelfde jaar al minder kunnen kopen omdat de waarde van die 100 euro gezakt is. Gans dit systeem dat zichzelf opblaast, kan enkel blijven bestaan zo lang er economische groei is. Vandaar de ijver waarmee traditionele politici die economische groei betrachten: langer werken voor minder geld, minder sociale voorzieningen, meer arbeidsmigratie, meer flexibiliteit,… zijn zaken die passen in een beleid om toch maar ten allen prijze die economische groei te behouden. Stabiliteit en zekerheid voor de toekomst zijn ver te zoeken. De traditionele politici weten dit maar veranderen niets omdat ze zelf betrokken partij zijn in de bankwereld en in speculatief transactiekapitalisme. Het hoeft geen betoog dat pleiten en handelen in functie van “economische groei” in een wereld met een explosieve bevolkingsgroei, eindige grondstoffenvoorraden en een vernietigende druk op leefmilieu geen toekomstperspectieven biedt. De bankiers hebben in hun zoektocht naar steeds grotere winsten kredieten herverpakt en doorverkocht in een poging de risico’s op gebrekkige terugbetalingen te vermijden. Een amorele handelswijze die de welvaart van tienduizenden gezinnen en de toekomst van bedrijven in gevaar bracht. De risico’s verdwijnen niet, ze bouwen zich gewoon verder op. Tot veelvouden van het eigen vermogen van de banken, met als eindresultaat vroeg of laat een implosie van het systeem. Het signaal dat de politici gaven aan de bankiers was duidelijk: neem gerust verder ongeoorloofde risico’s, als het fout loopt betaalt de belastingbetaler wel de rekening. Dit soort denk- en handelswijzen mag ronduit crimineel genoemd worden, de verantwoordelijke politici moeten hiervoor vervolgd kunnen worden. Een dreigende implosie van het financiële systeem dat gepaard gaat met failliete banken zaait uiteraard onrust bij de bevolking die haar spaargeld in rook dreigt te zien opgaan, bank runs zijn het gevolg.

Om die angst bij de bevolking tegen te gaan werd in ons land, net als in andere landen, een zogenaamd Garantiefonds opgericht. Het Garantiefonds dat in ons land het spaargeld wettelijk beschermt indien banken failliet gaan, is niet veel meer dan een nepoplossing. Spaargeld is beschermd tot 100000 euro per persoon en per bank. De vraag is echter, in hoeverre is een instelling die gefinancierd wordt door de verplicht aangesloten banken in staat is om in geval van crisis echt ter hulp te schieten? Volgens sommige optimistische bronnen beschikt het Garantiefonds over een spaarpot van zo’n 3 miljard euro. Met dat bedrag kunnen dus welgeteld ongeveer 3000 gedupeerde bankklanten geholpen worden. Een lachwekkend laag aantal.

Volgens andere bronnen beschikt het Garantiefonds over véél minder financiële middelen omdat alle tegoeden en stortingen vanwege de banken voor dit Garantiefonds werden doorgestort naar de schatkist van de overheid. En dus zou het –naar analogie met het mislukte Zilverfonds dat de vergrijzingskosten moest helpen dragen- gaan om een lege spaarpot waar enkel nog overheidsschulden in komen. Het geld zou immers zijn opgenomen in de begroting van de federale Belgische overheid en is met andere woorden al uitgegeven. Geld kan nu eenmaal geen twee keer uitgegeven worden. Finaal klopt men dus toch aan bij de overheid die het recht op die 100000 euro beschermd spaargeld moet garanderen. De overheid, die zelf een schuldenberg van ruim boven de 400 miljard euro heeft. Geruststellend is anders.

Invoering Full Reserve Banking

Naast het afschaffen / verbieden van bancaire activiteiten die geen belang hebben met betrekking tot de reële economie, ijveren we met de Zannekinbond voor het in voeren van Full Reserve Banking in meerdere stappen als een noodzakelijke oplossing. Full Reserve Banking, het bankieren met volledige reserve, betekent dat banken geen geld meer kunnen creëren uit het niets. In de praktijk betekent dit: de bank krijgt 100 euro binnen en legt ook 100 euro in de kluis zonder er pakweg 90 euro van uit te lenen tegen rente. Indien de bank het volledige bedrag in reserve houdt, kan elke crisissituatie probleemloos aan om deposito’s opnieuw uit te betalen indien gewenst. Eén van de fundamenten voor een goed draaiende economie is daarmee hersteld en verzekerd: vertrouwen. De invoering van het Full Reserve Banking systeem kan in meerdere etappes gebeuren. In eerste instantie zijn de spaarbanken aan de beurt, spaarbanken die verplicht moeten worden losgekoppeld van andere bankactiviteiten. In een tweede fase volgt dan de rest van de bankwereld.

We kunnen vaststellen dat het idee van Full Reserve Banking en de discussies hierrond de laatste jaren opgang maken in de academische en financiële wereld. We verwijzen hierbij onder andere naar studies bij de studiedienst van Rabobank, publicaties in het Cambridge Journal of Economics,… . In Nederland leidde dit via het burgerinitiatief ‘Stichting Ons Geld’ ook al tot een parlementair debat en werden eerste stappen gezet naar wetsaanpassingen die het oprichten van een bank op basis van Full Reserve Banking mogelijk moeten maken. In de zomer van 2012 publiceerde zelfs het IMF al een werkdocument waarin steun voor Full Reserve Banking werd uitgesproken: https://www.imf.org/external/pubs/ft/wp/2012/wp12202.pdf

In een systeem met Full Reserve bankieren komt geldcreatie opnieuw aan de overheid toe en is het aan de bankiers om het bestaande geld te beheren. Zoals velen denken dat het systeem nu werkt. Rentes kunnen tot het verleden gaan behoren, de geldhoeveelheid in de omloop stijgt niet ongecontroleerd en er kan een einde komen aan de boom-bust cycli in de economische conjunctuur. Voorts komt er een einde aan de mogelijkheid van zogenaamde bank runs. Er is geen reden om in crisistijd in paniek snel je geld af te halen van de bank omdat alles wat je de bank gaf er ook gegarandeerd nog steeds is. Bovendien verminderen publieke en private schulden sterk. In een land waar de overheidsschuld met ongeveer 500 euro per seconde (!!!) stijgt toch geen onbelangrijk voordeel. Deze positieve effecten werden in de eerder genoemde IMF-studie bevestigd.  Als bankiers worden gedwongen om 100% reserve op te zetten voor deposito’s (stortingen), verliezen ze hun privilege van het creëren van geld uit het niets. De gemeenschap herwint daarmee soevereine controle over de geldhoeveelheid. Inflatie kan dalen tot nul zonder dat dit monetair beleid in de problemen brengt, een onterecht punt van kritiek vanwege tegenstanders van het overheidsmonopolie op geldcreatie.

In een systeem met Full Reserve bankieren komt geldcreatie opnieuw aan de overheid toe en is het aan de bankiers om het bestaande geld te beheren. Zoals velen denken dat het systeem nu werkt. Rentes kunnen tot het verleden gaan behoren, de geldhoeveelheid in de omloop stijgt niet ongecontroleerd en er kan een einde komen aan de boom-bust cycli in de economische conjunctuur. Voorts komt er een einde aan de mogelijkheid van zogenaamde bank runs. Er is geen reden om in crisistijd in paniek snel je geld af te halen van de bank omdat alles wat je de bank gaf er ook gegarandeerd nog steeds is. Bovendien verminderen publieke en private schulden sterk. In een land waar de overheidsschuld met ongeveer 500 euro per seconde (!!!) stijgt toch geen onbelangrijk voordeel. Deze positieve effecten werden in de eerder genoemde IMF-studie bevestigd.  Als bankiers worden gedwongen om 100% reserve op te zetten voor deposito’s (stortingen), verliezen ze hun privilege van het creëren van geld uit het niets. De gemeenschap herwint daarmee soevereine controle over de geldhoeveelheid. Inflatie kan dalen tot nul zonder dat dit monetair beleid in de problemen brengt, een onterecht punt van kritiek vanwege tegenstanders van het overheidsmonopolie op geldcreatie.