Dekolonisatie van de geest, maar niet in Hong Kong?

De “dekolonisatie van de geest” vormt een belangrijk motief binnen de westerse cultuuroorlogen. In de metropolen van de voormalige koloniale grootmachten pleiten zowel roomblanke hipsterliberalen als postkoloniale neofieten van de westerse cultuurbourgeoisie voor ‘het einde van de witte wereld’, naar het manifest van Olivia Umurerwa Rutazibwa. Deze cultuuroorlogen spelen zich echter in hoofdzaak af in de hoofden van de bevoorrechte klasse binnen een systeem – het kapitalisme – dat in essentie kleurenblind is. Kenmerkend is het ontbreken van een daadwerkelijke band met de materiële dialectiek en de reële geografie van het wereldsysteem.  De denkkaders blijven ingebed in machtsstructuren, die zuiver psychologisch zijn, en culturele hiërarchieën, inherent aan de noblesse de robe die haar weg naar boven probeert te bannen binnen het kader van de talrijke bullshit jobs van de westerse grootstad. Stakeholders bevinden zich in de hogere middenklasse en alles wat zich daarboven situeert, waarbinnen bepaalde identitaire subgroepen op zoek zijn naar een vlottere toegang tot een opwaartse sociale mobiliteit. Het contrast met de historische dekolonisatiebewegingen, die Afrika van het juk van het kapitalisme en imperialisme hebben bevrijd door middel van een nationale bevrijdingsstrijd en een mobiliserend sociaal project, is in essentie zeer groot. Het gaat hier om een puur westers cultureel fenomeen, ontsproten aan geesten die zich situeren binnen een denkkader dat inherent liberaal is. Naar een materiële emancipatie van naties en continenten wordt niet gestreefd, wel naar het herschikken van interindividuele hiërarchieën op basis van culturele achtergronden en psychologische identiteitskwesties.

Vreemd genoeg is er de laatste tijd een belangrijke uitzondering op die regel: China. Hier wordt zowaar een herkolonisatie van de voormalige Britse kroonkolonie Hong Kong als wenselijk gepropageerd. Ineens blijken concepten als ‘vrijheid’ en ‘rechtvaardigheid’ in de omgekeerde richting te werken. Westerse politici, pers en allerhande influencers op de sociale media lijken superlatieven te kort te komen voor de ‘vrijheidsbeweging’, in wat in feite een semi-onafhankelijke stadstaat is die niet lijkt te kunnen loskomen van de erfenis van haar koloniaal verleden. In 1997 droegen de Britten hun kroonkolonie over aan de Chinese Volksrepubliek. Hierbij werd overeengekomen dat dit volgens het principe van “één land, twee systemen” zou geschieden. Waar de Chinezen van het vasteland vanaf 1949 waren geëvolueerd binnen de socialistische traditie van de Chinese Volksrepubliek, waren de inwoners van Hong Kong al die tijd in de westerse, liberale traditie van het Britse Rijk gebleven. Na de hereniging van de kroonkolonie met het moederland bleef deze divergentie in systemen in grote lijnen gehandhaafd. Nu het liberalisme wereldwijd echter steeds meer in vraag wordt gesteld, ligt een verdere integratie van de stad binnen het systeem van socialisme met Chinese karakteristieken voor de hand. Deze integratie lijkt echter een werk van lange adem te gaan worden. In 2014 en ook dit jaar kwamen grootschalige protestbewegingen op gang, die in het westen steevast gekarakteriseerd worden als “democratische burgerbewegingen”. Tegenstanders wijzen dan weer op de nodige parallellen met de kleurenrevoluties die Oost-Europa de voorbije jaren grondig hebben hertekend. De strijd om Hong Kong lijkt vooral een ideologische strijd te zijn, waarbij geopolitieke belangen primeren en buitenlandse inmenging een essentiële factor blijkt.

Chinese beschaving en Europees kolonialisme

De Chinese beschaving is vele millennia oud en hoefde tijdens het grootste deel van de gekende geschiedenis niet onder te doen voor Europa op het vlak van technologische ontwikkeling en culturele verfijning, wel integendeel. Verschillende rijken en dynastieën heersten doorheen de geschiedenis over het grondgebied van de huidige Volksrepubliek; nu weer verenigd, dan weer verdeeld. De Chinese geschiedenis neemt een aanvang in de provincies Henan en Shanxi met de Xia-dynastie, tussen 2205 en 1766 v.C. Hierna vestigde de Shang-dynastie in het noordoosten van China haar macht. In het begin situeerde het zwaartepunt zich in het noordoosten van China. Vanaf de Qin- en de Han-dynastieën strekte de macht van de keizers zich ook in zuidelijke richting uit. Vanaf de opkomst van de Mongoolse Yuan-dynastie in de dertiende eeuw overheersten zij een steeds groter deel van het huidige China.  De daaropvolgende Ming- en Qing-dynastieën zwaaiden de scepter over het grootste deel van de huidige Volksrepubliek, inclusief een protectoraat over Tibet vanaf de Qing. De Qing-dynastie werd ook wel de Mantsjoe-dynastie genoemd, vanwege haar wortels in noordelijke Mantsjoerije. Net als bij de Yuan-dynastie waren er etnische banden met de Mongolen, die zich tot het Tibetaans boeddhisme hadden bekeerd. Deze dynastie was de tweede die niet werd gesticht door Han-Chinezen. Aanvankelijk werd de nieuwe dynastie voortgestuwd door een gunstige conjunctuur. Het Qing-rijk was veel groter dan dat van de Ming-dynastie. Tussen 1644 en 1910 verdubbelde de bevolking. Niet enkel Han-Chinezen, maar ook Mongolen, Tibetanen, Oeigoeren en inheemse groepen in Taiwan maakten deel uit van het Chinese rijk. De Qing slaagden erin opstanden in Zuid-China, Centraal-Azië en Taiwan te onderdrukken en het Amur-bekken ten zuidwesten van het Baikalmeer uit de handen van de Russische kozakken te houden. Vanaf dat moment lag de territoriale balans tussen de Russen en Chinezen in het noorden van Eurazië grosso modo vast.

Maar de Qing-dynastie was tevens degene die in toenemende mate te maken kreeg met de westerse zeevarende mogendheden en hun immer expanderende systeem van mercantilisme, handelskapitalisme en kolonialisme. In de zestiende eeuw vonden de Spanjaarden en Portugezen hun weg naar China. Niet lang daarna volgden de Hollanders en Engelsen. Van in het begin waren de ethische grondslagen waarop de Sino-Europese verhoudingen berustten van eerder bedenkelijke aard. De handelsgeest van de West-Europese thalassocratieën ontaardde al snel in imperialisme en drugshandel. China was een sterke staat met een bloeiende landbouweconomie, een sterke administratie met grote steden en een hoge graad van technologische ontwikkeling. In tegenstelling tot andere continenten, waar de Europeanen hun voorwaarden manu militari konden opdringen, wist China de toegang tot het land voor de buitenlandse handelaars aanvankelijk te beperken. De Europeanen waren in de eerste helft van de zeventiende eeuw enkel welkom in Macau en in Kanton (Guangzhou), en niet eens gedurende het ganse jaar. Chinese thee was evenwel een felbegeerd product in Europa, voornamelijk in Groot-Brittannië. De handelsbalans met de Engelsen was dan ook negatief. De Europeanen kochten naast thee ook porselein en lakwerk aan. Maar de Chinese samenleving had weinig behoefte aan de producten van de Europeanen. Enkel naar katoen en vuurwapens bestond een zekere vraag. Daarom schakelden de Engelsen over op drugshandel. In toenemende mate begonnen ze opium in te voeren, dat werd aangekocht in het Midden-Oosten. Dit stimuleerde de vraag, waardoor rond 1800 zo’n 12 miljoen opiumverslaafden aanwezig waren in het Chinese rijk. De Engelsen keken op hun beurt tegen een handelsoverschot aan. De Chinese overheid maakte zich in toenemende mate zorgen over het stijgende drugsgebruik onder de hogere klassen en de demoraliserende effecten ervan. Niet alleen wisten de Europeanen zo een strategisch economisch voordeel te bewerkstelligen, waarbij het zilver in toenemende mate uit China wegstroomde; ook slaagden ze er in een deel van de Chinese elites te corrumperen en de samenleving in toenemende mate te ontwrichten. Aan het eind van de achttiende eeuw werden de bepalingen van de Chinese overheid ten aanzien van het verhandelen en gebruiken van opium dan ook aanzienlijk strenger. Dit frustreerde de Europeanen, maar wat hen nog wel het meeste dwarszat, was de beperkte toegang tot de Chinese havens. Daarom brak in 1840 de Eerste Opiumoorlog uit. Aanleiding vormde een incident waarbij de hoge Chinese ambtenaar Lin Zexu de volledige opiumvoorraad van de Engelse handelaars in Kanton in beslag liet nemen en vernietigen. Voor de Engelsen was dit een aanleiding om China de oorlog te verklaren. De superieure bewapening van de Engelse vloot wist de Chinezen al snel naar de onderhandelingstafel te brengen. In januari 1841 gaven de Chinezen toe om Hong Kong aan de Britten te schenken en een schadevergoeding van zes miljoen pond te betalen. Marxistische theoretici onderscheiden vijf fasen in de Chinese geschiedenis: een prehistorische stammenmaatschappij (het Paleolithcum / Neolithicum), een slavenhoudersmaatschappij (de Xia-, Shang- en Zhou-dynastieën), een feodale maatschappij (tot 1840), een semi-koloniale fase (1840-1949) en een socialistische fase. Deze laatste brak aan in 1949, met de stichting van de Volksrepubliek China, en loopt door tot in het heden. De semi-koloniale fase brak aan met de Eerste Opiumoorlog, toen de Britten China voor de Europese kolonisatoren openbraken en Hong Kong in Britse handen viel.

Eén land, twee systemen

Vanaf 1842 maakte Hong Kong officieel deel uit van het Britse Rijk. Na de Eerste Opiumoorlog ging het snel bergaf met de Qing-dynastie en werden de Chinezen steeds verder in het defensief gedrongen. Er volgde een Tweede Opiumoorlog, waarbij de Britten hun bezit op het schiereiland Kowloon verder uitbreidden. In 1898 werden daarbij de zogenaamde New Territories gevoegd, die voor 99 jaar aan het Verenigd Koninkrijk “verhuurd” werden. Het betrof een groot stuk vasteland ten noorden van Hong Kong en een 200-tal eilanden rondom het schiereiland. Het Chinese keizerrijk raakte ondertussen verder in verval. In 1913 werd de laatste Chinese keizer afgezet en de republiek uitgeroepen. Het Kwomintang-regime kwam aan de macht, met vanaf  1927 Chiang Kai-Shek als partijleider en sterke man. Een breuk binnen de Kwomintang leidde tot een afscheiding van de communisten, die aanvankelijk deel van uitmaakten van de coalitie. Hierop verbrak de Sovjetunie alle banden met de Kwomintang. Na de Japanse inval in Mantsjoerije in 1931 en het uitbreken van de Tweede Japans-Chinese oorlog raakte het westen van de republiek onderhevig aan een bijzonder agressieve vorm van Japans imperialisme, met de verwoesting van Nanking in 1937 als bloederig dieptepunt. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog brak een burgeroorlog uit tussen de communisten en nationalisten. De communisten behaalden de eindoverwinning en vestigden de Chinese Volksrepubliek. Het Kwomintang-regime trok zich terug op het eiland Formosa, stichtte de staat Taiwan en eigende zich de erftitel “Republiek China” toe. Hong Kong bleef op zijn beurt in Britse handen.

De Volksrepubliek mengde zich in 1950 in de Koreaanse Oorlog en raakte aldus betrokken in de Koude Oorlog, die de wereld verdeelde in een kapitalistisch westers blok en een communistisch oosters blok. Van de jaren ’50 tot ’70 hield de Chinese Volksrepubliek de strategie aan om zich niet te veel met de Britse kroonkolonie te bemoeien. Buiten de gebruikelijke spionage-activiteiten kon de stadstaat zich onafhankelijk ontwikkelen, zonder al te veel inmenging van het vasteland. Industrialisatie trad in vanaf de jaren ’50, en in de jaren ’70 werd Hong Kong een belangrijk productiecentrum voor textiel en kledij. De relaties tussen China en het westen verbeterden ondertussen aanzienlijk, en vanaf 1978 opende de Volksrepubliek de grenzen voor handel met Hong Kong. De handel tussen beide groeide vanaf dan exponentieel met zo’n 28% per jaar. Onder Deng Xiaoping begonnen onderhandelingen met Margaret Tatcher over de overdracht van Hong Kong. In 1982 werd een overeenkomst gesloten en in 1997 werd Hong Kong overgedragen aan de Volksrepubliek. Dit gebeurde volgens het principe van “één land, twee systemen”, dat door Deng Xiaoping was bedacht. Hierbij mochten Hong Kong en Macau gedurende 50 jaar hun eigen politieke en economische structuren mochten handhaven, terwijl in de Volksrepubliek het systeem van socialisme met Chinese karakteristieken van kracht bleef. Dat de socialismehaatster Tatcher hiermee akkoord kon gaan blijft een opvallend gegeven, maar sinds 1997 is er in ieder geval sprake van een enclave van westers economisch liberalisme en kapitalisme, met een eigen dollarmunt, binnen de Chinese Volksrepubliek.

Occupy Central, de Paraplubeweging en de uitleveringswet

De kloof tussen beide systemen blijft groot en een deel van de verwesterde bevolking kan zich niet identificeren met de cultuur van de Volksrepubliek en de CCP. De demonstraties in Hong Kong begonnen in maart 2019. De officiële aanleiding werd gevormd door de zogenaamde uitleveringswet, waarbij criminelen die worden opgepakt in Hong Kong uitgeleverd zouden kunnen worden aan de Chinese volksrepubliek, maar ook aan Taiwan. Hoewel dit in de westerse pers vaak wordt voorgesteld als een strategische poging van de Chinese Volksrepubliek om meer controle over de stad te verwerven, werd de directe aanleiding gevormd door een moordzaak in Taiwan, waarbij burgers van Hong Kong betrokken waren. Maar het feit dat ook de Chinese Volksrepubliek in het verdrag werd opgenomen, was er voor de betogers teveel aan. De protesten worden geprofileerd zich als het vervolg op de zogenaamde Paraplubeweging uit 2014, ook wel de Occupy Central-beweging genoemd: een golf van protesten die 79 dagen duurde en officieel de organisatie van meer transparante verkiezingen als doelstelling had.

De protesten zijn op het ogenblik van dit schrijven in hun veertiende week en duren dus al langer dan de Occupy Central-betogingen. De impact op het leven in Hong Kong is ook vele malen groter: daar waar de ongeregeldheden zich in 2014 beperkten tot de straten, worden nu ook de luchthavens en het openbaar vervoer regelmatig platgelegd. De economische schade is zeer groot. De economie in Hong Kong leed reeds stevig onder de gevolgen van de handelsoorlog met Amerika. Waar de economie tijdens de protesten in 2014 nog groeide met 2,6%, liggen nu economische recessie en een stijgende werkeloosheid in het vooruitzicht. Met name de vastgoedsector dreigt in elkaar te storten, en de terugval van de Hang Seng Index is bijna dubbel zo groot als in 2014. Niet zelden waren de protesten de voorbij weken ook zeer gewelddadig, waardoor het draagvlak onder de bevolking stelselmatig afneemt. De uitleveringswet is ondertussen door de regering van Hong Kong ingetrokken, wat een belangrijke capitulatie aan het adres van de betogers lijkt te zijn. De protesten schijnen dan ook vrij massaal te zijn, althans in de westerse verslaggeving. Toch dient hierbij enige reserve in acht te worden genomen. Begin 2019 waren beelden van massale betogingen in Venezuela ook dagelijkse kost in het journaal. Beelden van al even massale tegenbetogingen werden hierbij niet getoond, geënsceneerde uitbarstingen van staatsgeweld werden – moedwillig of niet – vaak in het verkeerde perspectief geplaatst. Hierdoor werd een stemming gecreëerd waarbij de steun aan de oppositie veel groter leek dan deze in werkelijkheid was. De snelle regime change die dan ook werd verwacht, bleef echter uit en langzaam verdween Venezuela als onderwerp dan ook uit de journaals.

Opvallend is de schijnbaar vrijwillige associatie van de betogers in Hong Kong met de westerse grootmachten. Zo pleiten sommige betogers voor een heraansluiting met het Verenigd Koninkrijk, terwijl anderen zwaaien met Amerikaanse vlaggen en oproepen lanceren aan het adres van de Amerikaanse president Donald Trump om Hong Kong te “bevrijden”. Trump wordt door vele opiniemakers in de westerse wereld beschouwd als een kwaadaardige populist en een directe bedreiging voor de Amerikaanse democratie, maar in Hong Kong geldt hij blijkbaar ineens als “de leider van de vrije wereld”. Een gelijkaardig fenomeen zagen we eerder dit jaar eveneens in Venezuela, waar de aanhanger van Guaido met Amerikaanse vlaggen de straat opgingen en vragende partij waren voor een buitenlandse interventie. De Bolivariaanse regering in Caracas houdt vooralsnog stand, overigens niet in de laatste plaats dankzij de Chinese economische steun en Russische militaire middelen. Sommige betogers in Hong Kong pleiten dan weer voor een heraansluiting bij het Britse Rijk: tijdens een bestorming van het parlement werd de oude koloniale Britse vlag opgehangen.

Het Japanse maandblad Sentaku kon in augustus aantonen hoe de organisatoren van de protesten in Hong Kong financiële steun krijgen van de National Endowment for Democracy (NED), een aan de CIA gelieerde organisatie die in 1983 werd gesticht door Ronald Reagan om de Koude Oorlog-strategie van de Amerikanen in het buitenland te ondersteunen. De laatste jaren bleek Hong Kong reeds een belangrijk broeinest voor spionnen, zoals de arrestatie van CIA-agent Jerry Chun Shing Lee vorig jaar reeds aantoonde. Recent lekten ook beelden uit van ontmoetingen Julie Eadeh van het Amerikaanse Consulaat-Generaal en Joshua Wong, een van de belangrijkste oppositieleiders. In 2014 lekte overigens reeds uit dat de Verenigde Staten via een netwerk aan NGO’s financiële ondersteuning boden aan de Occupy Central-beweging. De tactiek herinnert uiteraard sterk aan de kleurenrevoluties die Oost-Europa de voorbije decennia hebben geteisterd, met de bloederige revolutie van Maidan in Oekraïne als meest recente voorbeeld. De Amerikaanse samenleving is zelf geobsedeerd door het idee van foreign meddling. Ze weten duidelijk als de besten waar ze over het over hebben.

Handelsoorlog of nieuwe Koude Oorlog?

Tegen de achtergrond van het conflict voltrekt zich een handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en de Volksrepubliek, waarvan de uitkomst nog onzeker lijkt. China is een belangrijke uitdager voor de westerse, liberale hegemonie. Onder de regering van Xi Jinping profileert het land zich ook nadrukkelijk assertiever en lijkt het steeds meer uit te gaan van een eigen kracht. Het westers kapitalisme is niet langer een bron van inspiratie, en de maatschappelijke verdeeldheid van het door interne conflicten verscheurde Europa en Amerika geeft dikwijls aanleiding tot de nodige spot. In de 21ste eeuw combineert het land het “socialisme met Chinese karakteristieken” met een herwaardering van de eigen historische en culturele wortels. De laatste jaren worden subversieve religies van buitenlandse oorsprong steviger aangepakt door de overheid. In het westen van het land leidt dit tot een gespierd beleid ten aanzien van het salafisme onder de Oeigoeren, een Turkse bevolkingsgroep uit het Tarim-bekken. Geruchten over grootschalige heropvoedingskampen deden in het westen de nodige stof opwaaien, temeer daar dergelijke motieven erg tot de verbeelding spreken in het kader van de culture wars die zich afspelen op eigen bodem. Het Chinese wantrouwen strekt zich nochtans ook uit over het christendom. Het hoeft dan ook geen verrassing te heten dat sommige protesten in Hong Kong gepaard gingen met christelijke gezangen. Hoewel de westerse pers, waaronder de BBC, in sommige berichten gewag maakt van zo’n 100 miljoen christenen in China, zijn er waarschijnlijk niet meer dan 60 miljoen. De westerse berichtgeving over een stijgend aantal christenen leidt niet zelden tot een zekere hoerastemming in Europese extreemrechtse middens, waar sommigen al een belangrijke rol voor China voorzien in hun islamofobe, eschatologische projecties. In werkelijkheid kiest China voor een geheel eigen aanpak, die grondig verschilt van de rest van de wereld en zijn de culture wars van het westen er in werkelijkheid zo goed als onbestaande.

Ondertussen projecteert de Chinese Volksrepubliek steeds meer invloed in het buitenland via de Nieuwe Zijderoutes, gebundeld in het zogenaamde Belt & Road-project. Kenmerkend hierbij is dat de Chinezen, in tegenstelling tot de Europeanen en de Amerikanen, aan hun investeringen geen opgelegd waardenpatroon als ruilgeld koppelen. De investeringen leveren beide partijen voordeel op, wat voor veel landen in de voormalige Derde Wereld een welkome afwisseling is op decennia van westerse inmenging in interne aangelegenheden. De economie van China is de voorbije decennia sterk gegroeid, marktleiderschap op globale schaal ligt in het verschiet en de nieuwe president heeft beloofd om armoede in het land volledig uit te roeien tegen 2020. Volgens de Amerikaanse journalist Caleb Maupin vormt het Chinese socialisme een futuristische vorm van het dialectisch marxisme, dat onder Xi Jinping tot ongekende hoogten zal worden gestuwd. Hij raadt linkse westerse jongeren aan om de boeken van Xi tot zich te nemen, in plaats van de postmoderne lectuur van Herbert Marcuse, Sartre en de Frankfurer Schule, als ze iets willen leren over het écht socialisme: “Xi Jinping and the CCP are the cutting edge of Marxism today!”


Liberalisme is een en dezelfde ideologie, of die zich nu “links” of “rechts” van het “centrum” definieert, zoals Charles Robin aantoont in zijn boek “La Gauche du Capital”. Daar waar het uitgedaagd wordt, valt een fors tegenoffensief te verwachten. De ene dekolonisatie is bijgevolg de andere niet. Hipsterliberalen en neoliberalen zijn het in essentie roerend eens dat de inwoners van Hong Kong meer “vrijheid” willen, daar waar het in essentie om een cultureel en ideologisch conflict blijkt te gaan. Volgens de reeds genoemde Kantonese activist Joshua Wong is er wel degelijk een Koude Oorlog gaande. Sprekend voor een dankbaar publiek in het Duitse parlement enkele dagen geleden, vergeleek hij Hong Kong met het Berlijn van 1945-‘89, waar de grens liep tussen “de dictatuur” en “de vrije wereld”. Het is het soort retoriek dat er als zoete koek in gaat bij zowel de linker- als rechterflank van de West-Europese partijpolitiek en hun acolieten in andere delen van de wereld. Maar zoals de Nederlandse professor Kees van der Pijl heeft aangetoond in zijn werken “Transnational Classes and International Relations” en “Global Rivalries from Iraq tot the Cold War” heeft China zich ontwikkeld tot een zogenaamde contender state: een alternatief voor het Angelsaksisch, transatlantisch neoliberalisme – een rol die in het verleden reeds vervuld werd door Frankrijk (achttiende eeuw), Duitsland (1870-1945) en uiteindelijk de Sovjetunie (1945-’91).     

Neokolonialisme: geopolitiek versus identiteitspolitiek

Dat de zogenaamde BRIC-landen steeds nadrukkelijker de neokoloniale mentaliteit van de liberale westerse politici aankaarten, werd de laatste maanden reeds op verschillende momenten duidelijk. De Russische president Poetin verklaarde het westers liberalisme eerder dit jaar dood. De extreemrechtse Braziliaanse president Bolsonaro, zelf nochtans een groot fan van de Verenigde Staten en Donald Trump, beschuldigde de Franse linksliberaal Macron deze zomer eveneens van kolonialisme toen deze zich met de grootschalige branden in het Amazonewoud wou bemoeien. Of deze beschuldiging nu terecht was of niet – het beleid van Bolsonora ten aanzien van zowel de ecologische als culturele aspecten binnen het Amazonewoud is wel degelijk desastreus en zou aanleiding moeten vormen voor een internationalistische solidariteit -, gaandeweg wordt duidelijk dat het westen niet langer zomaar lessen te geven heeft in liberale democratie aan de rest van de planeet. De Chinese ambassadeur Liu Xiaoming waarschuwt de Britse politici, die zich maar al te vaak enthousiast uitlaten over de aard van de protesten in Hong Kong, met recht en rede voor hun koloniale ingesteldheid. Zij laten hun ideologische greep op Hong Kong niet los. Dit, en niets anders, is reëel neokolonialisme. Het is natuurlijk maar al te merkwaardig dat de zogenaamde dekolonisatie van de westerse geest, waartoe figuren als Olivia Rutazibwa al in het begin van dit decennium opriepen, niet lijkt te gelden in die regio’s in de wereld waar de geesten daadwerkelijk nog niet gedekoloniseerd zijn. Het is kennelijk uitsluitend de bevolking van de kosmopolitische metropolen in het westen die moet dekoloniseren, en deze dekolonisatie is hierbij niet te herleiden tot een sociale organisatievorm, ontdaan van de uitbuitingsmechanismen die inherent zijn aan het internationale kapitalisme, maar aan de Freudiaanse complexen en mentale constructies van een nieuwe burgerij met veel te veel verbeelding en tijd om haar handen. In de werkelijke, fysieke wereld is het voornaamste ideologische conflict van de eenentwintigste eeuw ondertussen nog lang niet gestreden. Dat conflict is geen clash of civilizations, maar een zeer twintigste-eeuws aandoende confrontatie tussen het liberale kapitalisme en een alternatief socialisme, dat de hegemonie van de eersten op steeds overtuigender wijze weet uit te dagen.