De pandemie als katalysator voor dekolonisatie in Afrika

David Mwambari

Omdat het Westen zich richt op zijn eigen voortbestaan, hebben Afrikanen de mogelijkheid om af te maken wat hun voorouders zijn begonnen.

Het westerse “merk” heeft te lijden onder wat velen zien als een “trage en lukrake” reactie van de westerse regeringen op de COVID-19-uitbraak. Nu het epicentrum van de pandemie zich van China naar Europa en nu naar de VS heeft verplaatst, is de zwakte van de westerse neoliberale en neokoloniale systemen op de voorgrond getreden.

Toen Afrikaanse landen begonnen met het annuleren van vluchten uit voormalige koloniale landen en het in quarantaine plaatsen van hun burgers, viel de mythe van de westerse onoverwinnelijkheid uit elkaar, samen met diens gevolgtrekking dat alleen het Zuiden van de wereld vatbaar is voor besmettelijke epidemieën. Het was misschien wel de westerse overmoed en grootheidswaanzin die ervoor zorgde dat veel regeringen in Europa en Noord-Amerika de uitbraak van COVID-19 in eerste instantie niet serieus namen.

In dit ongekende historische moment vrezen velen voor de toekomst. Afrikanen doen dat ook, maar hoewel ze zeker ook een moeilijke periode zullen doormaken, moeten ze deze crisis zien als een kans om het proces van dekolonisatie te versnellen.

Zoiets moet eerst op retorisch niveau gebeuren. Het idee dat Afrika een continent van ziekte en dood is, moet worden aangevochten, vooral nu het Westen zelf lijdt onder grote uitbraken en een alarmerend dodentol. Zo’n banaal beeld over het continent werd door koloniale, missionaire en onethische humanitaire handen geschilderd, die een heel continent van 54 landen reduceren tot een kwaadaardig of onwetend verhaal. In veel sectoren van de Afrikaanse staten en economieën, waaronder de gezondheidszorg, zijn er ontegenzeggelijk zwakke punten, maar dat betekent niet dat er geen infrastructuur of diensten zijn, geen paraatheid, veerkracht, creativiteit, lokale kennis of innovatie die in normale tijden en in noodgevallen worden gebruikt.

De COVID-19-crisis maakt snel het koloniale perspectief onklaar dat de gezondheidszorgstelsels in Afrika de enige zijn die altijd overspoeld worden door uitbraken. COVID-19 heeft aangetoond dat bezuinigingsmaatregelen en een gebrek aan investeringen waar ook ter wereld de gezondheidszorgsystemen verlammen.

In veel opzichten biedt de pandemie een kans voor de Afrikaanse volkeren om zichzelf anders te zien, en voor de wereld om het Afrikaanse continent te beschouwen als een partner bij het vinden van oplossingen voor complexe problemen zoals COVID-19.

En Afrikanen zien zichzelf reeds anders en stellen steevast de oude clichés aan de kaak tijdens de pandemie. Maar het werk aan de dekolonisatie mag niet alleen bij retoriek blijven.

Deze nieuwe crisis mag dan wel een nieuw uitdagend moment zijn voor de Afrikaanse volkeren, na de epidemie krijgt het continent de kans om meer autonoom en zelfvoorzienend te worden, omdat het Westen zich richt op zijn eigen overleven. Het zal de kans krijgen om zich te ontworstelen aan uitbuitende neokoloniale verhoudingen.

De tijd is rijp om een basis te leggen voor economische hervormingen die prioriteit geven aan Afrikaanse markten, innovatie en lokale productie en een einde maken aan de “grondstoffenvloek”. Er is in het hele continent een grondige herziening nodig om de overgangseconomieën te veranderen van de winning en verkoop van grondstoffen aan het Westen (en het Oosten, zoals China) naar de opbouw van plaatselijke industrieën die gebruik maken van de lokale hulpbronnen en deze omzetten in producten met een toegevoegde waarde voor de export.

Dit moet samen met het heronderhandelen van verschillende handelsovereenkomsten met buitenlandse entiteiten gebeuren, die nu tot doel hebben Afrikaanse hulpbronnen te winnen en de Afrikaanse markten afhankelijk te maken van buitenlandse importen.

Tegelijkertijd moeten andere handelsregelingen binnen en buiten het continent worden versneld. Het zou bijvoorbeeld een goed moment zijn om de overeenkomsten over de Afrikaanse Vrijhandelszone (AFCFTA) te implementeren, een idee dat voor het eerst werd voorgesteld door pan-Afrikaanse leiders die droomden van een continent dat eerst handel zou drijven binnen zijn eigen grenzen en geen prioriteit zou geven aan zijn voormalige koloniale landen.

Een versterkte continentale handel zou de Afrikaanse Unie of de Afrikaanse regionale blokken in staat stellen haar macht wereldwijd meer te laten gelden. Het zou verder een uitstekend moment zijn om de kapitaalvlucht en de belastingontduiking door lokale monopolies en buitenlandse bedrijven aan te pakken, die de Afrikaanse samenlevingen elk jaar van miljarden dollars beroven. Indien deze maatregelen goed worden uitgevoerd, kunnen de belastingen en de repatriëring van illegale winsten zorgen voor de nodige financiering van economische hervormingen op het hele continent.

Dit proces moet hand in hand gaan met het beëindigen van de Afrikaanse afhankelijkheid van buitenlandse “ontwikkelings”-leningen, die de regeringen decennialang tot bezuinigingen hebben gedwongen, evenals van hulp en liefdadigheid, die de lokale inspanningen voor de ontwikkeling van sociale diensten hebben afgeremd.

Buitenlandse financiering moet geleidelijk aan worden vervangen door nationale financiering die afkomstig is van belastingen, repatriëring van middelen en een nieuwe uitvoer met hogere waarde.

Afrikaanse landen zouden dan moeten stoppen met het importeren van buitenlandse “redders” om de Afrikaanse problemen te helpen oplossen. Het continent heeft genoeg lokaal talent en opgeleide deskundigen in eigen land en in de diaspora om uitdagingen op verschillende gebieden aan te pakken. Zij zouden het beter doen dan buitenlanders, omdat zij, in tegenstelling tot hen, de lokale context en bijzonderheden eigenlijk heel goed kennen.

Dit zou Afrikaanse landen in staat stellen om niet alleen lokale expertise te gebruiken, maar ook om deze te ontwikkelen en uiteindelijk te exporteren. In die zin is het belangrijk om de intra-Afrikaanse samenwerking open te stellen, vooral in de context van de huidige pandemie. West-Afrikaanse landen hebben belangrijke kennis opgebouwd over de aanpak van de Ebola-epidemieën, die anderen op het continent kan helpen hun nationale reactie op COVID-19 te verbeteren.

Met een economische revisie en een focus op lokaal talent kunnen Afrikaanse landen dan verder gaan met de ontwikkeling van hun sociale sectoren. Het verbeteren van de gezondheidszorg zou een topprioriteit moeten zijn, evenals de gestimuleerde groei van de lokale farmaceutische industrie en biotechnologie.

Net zoals de westerse regeringen zich nu realiseren dat ze een grote fout hebben gemaakt om de productie van nagenoeg alles uit te besteden aan China – van maskers tot ventilatoren – moeten ook de Afrikaanse regeringen ervoor zorgen dat hun landen zelfvoorzienend zijn in belangrijke industrieën die essentieel zijn voor de nationale veiligheid en gezondheid.

Ook onderwijs en innovatie zouden boven aan de agenda moeten staan. De Afrikaanse regeringen zouden de investeringen in de onderwijssector moeten verhogen en de innovatie-initiatieven die in het hele continent zijn ontstaan, moeten blijven uitbreiden.

Dit alles maakt deel uit van een dekolonisatieproces dat al lang had moeten plaatsvinden. In feite is het Afrikaanse volk al lang klaar om aan de slag te gaan, maar het wacht op hun politieke elites, die achterop hinken. Echter, nu de westerse ziekenhuizen misschien niet meer in staat zijn om Afrikaanse leiders op te nemen en te behandelen, en de tegoeden die zij in westerse banken wegstoppen in gevaar komen door de wereldwijde achteruitgang, kunnen ook zij eindelijk aan boord komen.

Er zijn inderdaad al een paar positieve signalen. We hebben onlangs gezien dat de Afrikaanse Unie middelen heeft gemobiliseerd om COVID-19 te bestrijden. Afrikaanse leiders spreken met één stem en hebben in een recente teleconferentie de noodzaak geuit om eensgezind te zijn in het vinden van oplossingen voor de pandemie. Dergelijke initiatieven zijn bemoedigend in een crisis waarin veel landen in het Westen egoïstisch hebben gereageerd en samenwerking met andere landen hebben geweigerd.

We beleven een historisch moment dat bij de Afrikanen een gevoel van wedergeboorte en assertiviteit zou kunnen opwekken, dat ons zou kunnen leiden door de moeilijke reis die onze voorouders in de 20ste eeuw zijn begonnen. De dekolonisatie zou inderdaad wel eens snel kunnen verlopen vanwege de dreiging van een ziekteverwekker.

Dr. David Mwambari is docent Afrikaanse veiligheid in het African Leadership Centre van de King’s College te London.

Bron: MWAMBARI, David, The pandemic can be a catalyst for decolonisation in Africa. In: Al Jazeera, 15/04/2020, https://www.aljazeera.com/indepth/opinion/pandemic-catalyst-decolonisation-africa-200415150535786.html. Geraadpleegd en vertaald op 21/04/2020.