22 oktober – Berten Fermont

De dienstweigering hertaald: geen Vlaamse euro voor Belgisch NAVO-militarisme



Op 22 oktober 1933 overleed Robert “Berten” Fermont aan de gevolgen van tuberculose en de slechte behandeling in Belgische gevangenschap. De jongeman werd bekend als dienstweigeraar in het Belgisch leger. In een tijd waar militaire agressiepolitiek vanwege de NAVO, waar het Belgisch leger deel van uitmaakt, op het Europese continent weer hoogtij viert is de politiek-filosofische erfenis van Fermont en diverse andere Vlaamse dienstweigeraars van des te groter belang. Op een moment waar zichzelf “Vlaamsgezind” noemende partijpolitiek oorlogskredieten goedkeurt voor gewapend geweld elders in de wereld en ondanks dreigende economische en sociale crisis instemt met verregaande investeringen in dat Belgisch NAVO-leger, is het volgens de Zannekinbond een plicht om de Vlaamse stem voor vredespolitiek luider te laten klinken.

Berten Fermont op zijn ziekbed, gevangenis Sint-Gillis

In augustus 1931 weigerde Berten Fermont legerdienst te vervullen in het Belgisch leger “zolang wij Vlamingen niet alle recht krijgen waarop een volk aanspraak kan maken”. Hoewel de tijden zijn veranderd en de Vlamingen ondertussen heel wat (taal-)rechten konden afdwingen, blijft het Belgisch leger een instelling die in hoofdzaak is bedoeld ter verdediging van de Belgische belangen en de integriteit van het Belgisch territorium. Dit staat volledig haaks op de gedachte van Vlaamse nationale zelfbeschikking. Daarnaast komen buitenlandse operaties die onder humanitaire vlag aan het publiek worden verkocht, maar de facto kaderen in neokoloniale politiek in Afrika of de verdediging van Amerikaanse geopolitieke belangen ten aanzien van Rusland. Terwijl het Belgisch leger meewerkt aan de Westerse afkeer jegens Rusland en vanuit dit oogpunt de opslag van kernbommen op Vlaams grondgebied faciliteert, wordt Vlaanderen benadeeld door deze agressiepolitiek. Een 2/3de meerderheid van de bevolking wil de Amerikaanse massavernietigingswapens weg.

Het feit dat er in de Vlaams-nationale partijpolitiek stemmen opgaan om de herinvoering van de militaire dienstplicht binnen het Belgisch kader te steunen is wraakroepend en toont meteen de gematigdheid van hun Vlaams nationalisme. De Zannekinbond wenst het oude spoor te verdedigen, een herbronning hertaald naar hedendaagse omstandigheden, is dan ook passend. In het onderstaande stuk (*) verklaarde Berten Fermont op 18 oktober 1932 zelf de beweegredenen tot dienstweigering:

“Vooreerst dienen we duidelijk onderscheid te maken, althans in Vlaanderen, tussen de twee grondbeginselen, het Vlaamsgezind en het antimilitaristisch beginsel, hoewel beide in niet zeldzame gevallen als het ware in elkander worden opgelost.

Op haar beurt kan de antimilitaristische dienstweigering worden ingedeeld in, hetgeen ik noemen zou, de zuiver antimilitaristische en anderzijds de kristene of pacifistische.

Dienstweigering uit kristen of pacifistisch beginsel betekent zich vrijwillig onthouden van elke daad door de legeroverheid opgelegd, omdat de legerdienst als stelselmatige voorbereiding tot mogelijke gewapende konflikten tussen onderscheidene naties rechtstreeks in strijd is met de Nieuwe Wet van Kristus, de liefdewet, welke het zich verdedigen tegen mogelijke vijanden zoniet als misdaad, dan toch als onvolmaakte handeling brandmerkt, onwaardig van een overtuigd navolger van Kristi.

Dat zulke daad edel is hoeft wel geen verder betoog. In hoever ze echter in de lijn ligt van onze dagen en hoever een Vlaamsgezind jongeling het pacifistische ideaal dragen mag oordele eenieder voor zichzelf. Alle achting nochtans voor hen die er hun vrijheid voor over hebben.

De zuiver antimilitaristische dienstweigering is van lange datum. Zij betekent de vrijwillige onthouding, tegen bestaande wetten in zelfs van legeroefening, van elke daad, rechtstreeks en onrechtstreeks tot het leger in betrekking, omdat de persoon in kwestie overtuigd is dat het in standhouden van gelijk welk leger een voortdurend oorlogsgevaar inhoudt, dus een blijvende onweerswolk jaagt over de bestaande wereldvrede.

Hier ontspringt het alles aan een edelmoedig medelijden met de in nood verkerende mensen en een zelfopofferende betrachting naar het handhaven van de rustige wereldorde. Het is één der hoekstenen van het socialisme, waarvoor het mooi op weg is een stoffelijke struikelsteen te vormen. Hier vinden we dus de grondoorzaak van elke dienstweigering, zoals we haar aankondigden: liefde.

Tenslotte is er de VLAAMSGEZINDE DIENSTWEIGERING. Afzonderlijk beschouwd is deze gesteund, noch op enig pacifistisch, noch op enig antimilitaristisch princiep, uitsluitend op de Vlaamsgezindheid van hem die haar beoefent. Zij is een louter boycot, niet van het leger, wel van het Belgische leger en in die zin bij te treden, ook door mogelijke militaristen. Zij is de eenvoudige toepassing van het: geen recht, geen land. En weer vinden we de liefde in deze daad terug. Want ze is niets anders dan de tastbare veruitwendiging van een tot dusver ongeuite genegenheid tot het volk, ons volk.

Is zij niet de spontane uitbarsting van verzet tegen misstanden in het leven gehouden door een staat, die op zijn beurt alle liefdegevoel negeert? Maar is zij geen verraad tegen het land? Verraad is het verkopen van een hoger goed voor een lager doel. Dat goed, een staat is heel wat lager dan het doel: het zichzelf uitleven van een volk. Dan is het geen verraad, integendeel, een gebaar van offerliefde.

Voor ons gelde enkel het zalige gevoel van welzijn na het stellen van de daad en we hopen vast dat die zelfvoldoening zich niet zal beperken tot enkelen, maar binnen afzienbare tijd zal overslaan in een vruchtdragende beweging in gans het huidige strijdende Vlaanderen”.

Enkele maanden eerder, in februari 1932, schreef Fermont (*): “Zo is de dienstweigering uit Vlaamsgezindheid een daad van protest tegen het honderdjarig verbasteringswerk van de Belgische staat enerzijds, tegen het niet houden van de koninklijke belofte van gelijkheid in rechte en in feite gedaan in 1918 anderzijds. Daar bovendien gebleken is dat het Belgisch regime inzake Vlaams rechtsherstel niet het minste vertrouwen verdient en de volksgemeenschap haar rechten slechts zal verkrijgen en vooral kunnen vrijwaren door volle zelfbestuur, zó wordt ze tevens een daad van protest tegen het huidig centraliserend Belgische regime”.De vastberadenheid van Berten Fermont en andere dienstweigeraars in het afwijzen van elke medewerking aan de Belgische militaire zaak zou inspirerend moeten zijn voor wie streeft naar een sociaal Vlaanderen dat het “volle zelfbestuur” heeft in een vredevol Europa. De NAVO-agressie en de neokoloniale militaire aanwezigheidspolitiek in andere werelddelen krijgen beter geen Vlaamse medewerking of financiële steun.

(*) Bron: ‘Berten Fermont – Vlaams-nationaal geweten tegen geweld’, Bart Goovaerts, 1972, pp.41-43


Berten Fermont – toonbeeld van vastberadenheid