11 juli 2019

De Vlaamse nationale feestdag is, zolang Vlaamse soevereiniteit en sociale rechtvaardigheid (binnen een welbegrepen Europees perspectief) niet bereikt worden, in de eerste plaats een strijddag. Het is meteen ook een dag van zelfreflectie over die Vlaamse strijd en de beweging die haar voert. Na de verkiezingen van 26 mei jongstleden waarop een grote partijpolitieke overwinning voor het burgerlijke Vlaams nationalisme plaatsvond, werden door het regime en haar journalistieke of academische lakeien allerlei verklaringen wereldkundig gemaakt. De wet van de communicerende vaten tussen Vlaams Belang en N-VA werd daarbij terecht naar de prullenmand verwezen. Onnodig om op al die analyses in te gaan.

In alle enthousiasme die volgt op die verkiezingsuitslag, lijkt de burgerlijke hoofdstroom van de Vlaamse Beweging echter terug te grijpen naar haar aloude geloof in een “Forza Flandria”, waarin een hernieuwde kans wordt gezien om een meerderheid aan Vlaamsgezinde kant te forceren. Niet alleen valt daar weinig geloofwaardigheid te rapen (het aantal voorstanders van de Vlaamse zelfstandigheidsgedachte is veel kleiner dan het gecombineerde percentage in stemmenaantal). Dit Forza Flandria zou vooral tekenen voor een Vlaanderen dat een meerderheid van de Vlamingen eigenlijk niet wil: een liberaal-conservatieve politiek. Als 26 mei één iets heeft aangetoond, is dat het opkomen voor eigenheid en tradities voor de gewone Vlaming vooral gepaard moet gaan met een eerder links sociaaleconomisch beleid. Radicaalrechts kan daar nu voor enkele jaren parlementair op teren met een flink pak verkozenen. Inhoudelijk is de geloofwaardigheid er echter niet. Mensen die enkele jaren geleden nog een Amerikaans-Duitse anarchokapitalist als gastspreker naar Vlaanderen haalden, de loftrompet steken voor Anglo-Amerikaanse extremisten als wijlen Ronald Reagan en wijlen Margaret Thatcher, zouden zich nu omgetoverd hebben tot sociaal denkende identitairen? De vraag stellen is ze meteen beantwoorden. Het rechtse liberaal-conservatisme staat economisch aan de kant van de globalisering, ook in Vlaanderen. Hoogstens wordt één en ander gecamoufleerd met liefdadigheid “voor het eigen volk”.

Niet alleen 26 mei heeft het samenvallen van die sociale en nationale strijd aangetoond. De breed uitgegroeide beweging van de “Gele Hesjes” brengt bij Europeanen het verzet naar de oppervlakte tegen een maatschappij gedomineerd door kosmopolitisch denkende en handelende politici die onder één hoedje spelen met de multinationale industrie en het al even internationaal georganiseerde (en voortvluchtige) kapitaal. Dit ten nadele van de nationale overheid, inspraak van de bevolking en een door de gemeenschap voorziene sociale zekerheid. De Vlaamse Beweging heeft zich in dit verzet tot nog toe afzijdig gehouden, grotendeels door ongeloof in de slaagkansen ervan in Vlaanderen. De achterliggende redenering: als de Vlaming in tegenstelling tot de Fransen er niet voor op straat komt, zal het wel zo’n vaart niet lopen. De instemming met de basisgedachten van de Gele Hesjes beweging is bij de Vlaamse bevolking echter wel degelijk zeer groot. De zichzelf nog –verkeerdelijk- communistisch noemende PVDA dacht de Gele Hesjes beweging voor hun electorale kar te kunnen spannen. Ondanks de verkiezingswinst pakte het anders uit, een meerderheid van Gele Hesjes-aanhangers stemde VB.

Behoud van volksnationale identiteit en tradities enerzijds en behoud of bekomen van sociale rechtvaardigheid anderzijds, is sterk onderhevig aan een hernieuwde klassenstrijd. Klassenstrijd, dat is ter linkerzijde op een zijspoor geraakt door een verwerpelijke vorm van “identity politics” die finaal de wensen van de kosmopolitische elite dient. De massa wordt opgedeeld in homoseksuelen (excuseer, “gays”) versus hetero’s, veggie’s versus vleeseters, christenen versus islamieten,… Uitgezonderd: Vlamingen en Walen versus het Belgische regime! Want daar gelooft men bij links nog steeds dat solidariteit enkel mogelijk is binnen een unitaire structuur van een staat die door en voor het kapitaal en de burgerij werd uitgebouwd. Il faut le faire! Oude wijn in al even oude zakken. Is het dogmatische starheid dan wel koudwatervrees die het besef verhinderen dat solidariteit enkel kan in autonome delen met de nodige zelfbeschikking?

Ontegensprekelijk is er een aanzienlijke groep gewone Vlamingen die gelooft dat een terugkeer naar een unitair België met één regering wenselijk is. Een hunkeren naar een verleden dat niet meer terugkomt omdat men opgezadeld zit met een maatschappelijke elite die handelt uit financieel en commercieel eigenbelang. Een vereenzelviging van de gewone man die in de steek gelaten wordt met het oude België dat gaandeweg verdampt. Dat een unitaire Belgische staat in het verleden bestond en onwerkbaar bleek, lijkt bijkomstig of vergeten.

Dat ook op 11 juli moge worden nagedacht over en gehandeld in het teken van het vergroten van het draagvlak bij de bevolking voor Vlaamse nationale soevereiniteit gecombineerd met een sociale, antikapitalistische visie. Een vreedzaam Vlaanderen dat breekt met de geldverkwistende Belgische defensiepolitiek die volledig in het teken staat van de Amerikaanse geopolitieke belangen. Een sociaal Vlaanderen in een Europa dat breekt met het marktfundamentalisme, de almacht van het internationaal handelend kapitaal en haar op groei gericht financieel model. Voor ons dus geen Vlaamsche Beweghinge (sic) van saaie academische zittingen, dure bloemenkransen en kleinburgers die zich in hun pseudo-elitaire serviceclubs terugtrekken om Vlaanderen vrij te vreten.

De ware vijanden van ons volk zijn niet de Walen, de syndicaten, “de linksen”, de Vlaams-nationalisten of de nakomelingen van gastarbeiders die zich wel perfect integreren. Het is wel de liberale bourgeoisie die internationaal denkt en handelt, en via politiek en globaliserende economie een semi-koloniaal systeem in stand houdt. Een volk kan geen politieke vrijheid hebben, als het geen financieel-economische vrijheid bezit. De oplossing bestaat er niet in de heren en dames van het Belgische regime te vervangen door een zogezegd Vlaamsgezinde elite van bankiers en patronaat. Nationale strijd die verstoken is en blijft van sociale strijd, is slechts strijd om decorveranderingen. Het is slechts een opgesmukte, illusoire strijd van de ene bourgeoisie tegen de andere in wording, verborgen achter nationale en culturele leuzen.

11 juli: voor een soeverein en sociaal Vlaanderen in een nieuw Europa!